24 juli 2013

De machtige en vruchtbare voorouders (Wulamba, Australië)

Wulamba,djanggawul,droomtijd,ngainmaramat,ranggastok,de aarde bestond reeds en de dieren ook,de mens ontstond door de eeuwige wezens,slepende clitoris,brlgu,de broer heeft gemeenschap met de zussen,veel mensen kwamen uit de baarmoeder van de zussen,aboriginal,schepping van de mens heeft iets van een andere wereld,speculatie overherkimst verhalen,Dit sterk ingekorte verhaal vertelt de oorsprong van het inheemse Wulamba-volk door de kosmische seksualiteit van de Djanggawul, een broer en zijn twee zusters, bewoners van het spirituele conti­nent dat bekend is als de “Droomtijd”. De grote en vlotte vrucht­baarheid van de Djanggawul wordt jaarlijks door het hele volk gevierd. Vrouwen en kinderen van de stam kronkelen onder de ngainmara- mat, een mat in de vorm van een baarmoeder, om ongeboren baby s te imiteren terwijl de mannen ronddansen en in die mat porren met hun rangga- stokken. Tenslotte komen de vrou­wen en kinderen te voorschijn, zoals hun voorouders te voorschijn kwamen vanuit de schoot van de Djanggawul-zusters. Zo keren de Wulamba terug naar de heilige voorouderlijke wereld en maken ze zich het heilige van de grote eenheid eigen en brengen ze hun religieus verhaal in herinnering.

In het begin waren er land en lucht, dieren en vogels, pluimvee en bomen. Er was ook zee en in het water waren vissen en an­dere schepselen. Op het land waren wezens van totemachti­ge oorsprong maar de mens was er niet bij. Ver op zee was een eiland dat bekend was als Bralgu, het land van Eeuwige Wezens. Daar leefden de Djanggawul. Er waren er drie: Djanggawul zelf, zijn oudere Zuster en zijn jongere Zuster. Alle drie waren bijna altijd bekend als Djanggawul. Djanggawul zelf had een verlengde penis en de Twee Zusters hadden allebei een lange clitoris. Ze waren zo lang dat ze over de grond sleepten als ze liepen. Toen ze op Bralgu op die manier rondliepen, maakten ze groeven in de grond door het gesleep. En als de Djanggawul Broer ge­meenschap met zijn Zusters had, duwde hij hun clitoris opzij en ging op de gewone manier bij hen naar binnen. Ze leefden een tijdje op Bralgu, brachten er mensen voort en lieten hun “Dromen” achter in de vorm van totems, heilige emblemen en beschilderde lichamen. Ze voerden ook rituelen en ceremoniën in. De penis van de Broer en de clitorissen van de Zusters waren heilige emblemen, als rangga- stokken. Toen peddelden ze de zee op en lieten het eiland Bralgu ver achter zich. Na een lange reis bereikten de Djanggawul Nganmaruwi. Terwijl ze daar woonden, zei de Broer tegen zijn zuster: “Ik wil met jou copuleren, Zus.” Maar de oudere Zuster was verlegen. “Waarom?” vroeg ze hem. “Ik wil hier een paar mensen neerzetten,” antwoordde de Broer. Dus tilde hij haar clitoris op en schoof zijn lange penis naar bin­nen. Hij deed hetzelfde met de jongere zus. Na enige tijd werd de oudere Zuster zwanger enWulamba,djanggawul,droomtijd,ngainmaramat,ranggastok,de aarde bestond reeds en de dieren ook,de mens ontstond door de eeuwige wezens,slepende clitoris,brlgu,de broer heeft gemeenschap met de zussen,veel mensen kwamen uit de baarmoeder van de zussen,aboriginal,schepping van de mens heeft iets van een andere wereld,speculatie overherkimst verhalen, haar broer zei tegen haar: “Zus, mag ik jou eens zien?” “Dat is goed,” antwoordde ze. Ze deed haar benen een eindje uit elkaar en legde haar clitoris op haar linkerbeen. De broer ging voor zijn Zuster zitten en stopte zijn wijsvinger in haar vagina, tot het eerste gewricht. Toen trok hij hem weer terug en tegelijkertijd kwam er een jongetje te voorschijn. Ze was zo voorzichtig om haar benen slechts een beetje te openen. Als ze haar benen helemaal had gespreid, zouden meer kinderen uit haar zijn gestroomd, want ze hield veel mensen opgeslagen in haar baarmoeder. Ze bleef kinderen van beide geslachten ter wereld brengen. Toen ze klaar was, deed ze haar benen dicht en de Djanggawul- Broer zei tegen haar: “Zuster, die jongetjes zullen we in het gras zetten, zodat ze later, als ze opgroeien, snorharen zullen krijgen. Dat zullen we altijd doen als we mannelijke kinderen weghalen van bij de moeder. En deze kleine meis­jes hebben we onder de ngainmara- mat gestopt om ze te verber­gen. Ze moeten namelijk glad en zacht zijn en mogen geen haar op hun lichaam hebben, en meisjes zijn echt heilig. Daarom worden ze beschermd in die holle geweven mat. We zullen dat altijd doen als we vrouwelijke kinderen weghalen.” Toen verliet de Djanggawul die plaats. De kinderen die ze hadden voortgebracht, groeiden op en trouwden en waren de voorouders van de huidige Aboriginals in die gebieden.

De term “Droomtijd” is een te enge vertaling voor een begrip dat verwijst naar plannen, ontwerpen door de godheden en het evolueren doorheen de tijd. Zo geven heilige dromen, opgewekt door naar de natuur te kijken en naar wat er gebeurt, een blauwdruk van wat het leven van de Aboriginal zou moeten zijn. Dit wordt aangevuld met verhalen, dansen, liederen en rituelen die telkens meer verklaring en inzicht geven. Dit alles loopt gelijk met de realiteit van het leven van alledag maar geeft een ander niveau mee en verwijst steeds naar schepping. Een schepping die niet ophoudt en dit wordt gedragen door de niet sterfelijke zielen die kunnen overgaan op andere levende wezens, planten, dieren of mensen. Alles verwijst hier naar een groter geheel. Daarbij heeft iedere mens ook nog een persoonlijke ziel die afhankelijk van het gedrag tegenover de medemensen zowat 80 jaar oud kan worden. Deze sterfelijke ziel bepaalt hoe lang een mens leeft. Vandaar dat de mens er alle belang bij hebt lief te zijn voor de medemensen. Het is zeer de vraag of deze manier van inzien, van een andere steeds evoluerende dimensie, uniek is bij het volk van de Aboriginals dat naar archeologische schatting 40 to 60.000 jaar op Australië aanwezig is. Ze moeten daar gekomen zijn via transport over water omdat het uiteendrijven van de continenten rond 200 miljoen jaar geleden geplaatst wordt en er dan nog geen mensen gesignaleerd waren. Ze zouden dan uit Zuidoost Azië gekomen zijn net zoals de Indianen ook uit het Oosten dan in Amerika belandden maar dan wel later volgens het wetenschappelijk werk “Journey of Man” (2003) met chromosomenonderzoek van R. Spencer Wells (Oxford).

De commentaren zijn gesloten.