13 november 2015

Rabbi Chijja vertelt een midrasj.

In de derde eeuw na Chr. werd het verhaal reeds verteld door de rabbijn over Terach en zijn midrasj van rabbi chijja,terach had bloeiende handel in godenbeeldjes,vee gehoed door zijn knechten,abram wendt een ruzie tussen de godenbeelden voor om zijn verwoe,al die goden hebben de wereld niet in handen,straf voor nimrodbloeiende handel in een religieuze artikelen. Terach maakte mooie godenbeeldjes, offerschalen, plaatjes en brandkaarsen. Hij verdiende er goed geld mee. Toen hij in de stad woonde was het hoeden van zijn schapen en het vee dat hij meehad vanuit Ur Kasdiem toevertrouwd aan zijn dienaren die achterbleven in de regio van de bergen waar weiland was en er in nomadententen woonden. Op een dag moest Terach voor een zakelijke bespreking weg en liet hij zijn winkel openhouden door Abram. Maar toen hij weer thuiskwam lag heel zijn winkel in de vernieling. Abram probeerde zijn vader wijs te maken dat er een onderlinge ruzie ontstond tussen de godenbeelden over wie het eerst van het meel, aangeboden in een offerschaal door een vrouw, zou eten. Het werd een slaande ruzie en het grote godenbeeld van Gedoela nam een stok en sloeg alle beelden kapot. Terach geloof het verhaal van Abram niet en werpt op dat de beelden die hij maakte in zijn atelier geen verstand hebben. Omwille van de leugens van zijn zoon wil hij hem een lesje leren en hij trekt naar de beste jager van heel de wereld die alle macht naar zich toe getrokken had. Nimrod was de naam van de grote boeman in die tijd, die niemand ontzag en die trouwens ook de toren van Babel had gebouwd. Nimrod verweet de zoon van Terach midrasj van rabbi chijja,terach had bloeiende handel in godenbeeldjes,vee gehoed door zijn knechten,abram wendt een ruzie tussen de godenbeelden voor om zijn verwoe,al die goden hebben de wereld niet in handen,straf voor nimrodeen wijsneus te zijn omdat hij niet wou geloven in al de goden die de wereld in handen hebben. Die goden hadden volgens het zeggen van Nimrod hem alle macht gegeven1. Hij verplichtte daarom Abram te knielen voor het machtige vuur dat alles vernietigt. Abram weigert en zegt dat het vuur niet zo machtig is want het kan geblust worden door water. “Kniel dan voor het water” zei Nimrod. Maar opnieuw vond Abram dat het water afhankelijk was van de wolken die het water vervoeren en op aarde laten vallen. Maar ook de wolken wou Abram niet aanbidden omdat deze gedreven worden door de wind. Wind is in het Hebreeuws “ruach” en hetzelfde woord wordt gebruikt voor de geest die de mens inspireert. Nimrod heeft het woordenspel van Abram door en blijft bij de verering van het vuur en dreigt ermee Abram in het vuur te gooien. ”Dan zal je zien wie gelijk heeft” zegt Nimrod ten slotte. Dit verhaal dat niet alleen de joodse identiteit zeer goed weergeeft en een duidelijke weerspiegeling geeft van de machtsrealiteit midrasj van rabbi chijja,terach had bloeiende handel in godenbeeldjes,vee gehoed door zijn knechten,abram wendt een ruzie tussen de godenbeelden voor om zijn verwoe,al die goden hebben de wereld niet in handen,straf voor nimrodvan in die dagen, situeert tegelijk Abram op de overgang tussen het veelgodendom en het monotheïsme. Volgens dit verhaal is Abram bewust geworden van de onmacht van de goden en werd hij beeldenstormer. In Genesis 12 wordt het ons duidelijk dat Abram een roepstem hoorde die hem een ander weg deed inslaan. Hij verlaat het opportunisme van de Hebreeuwse stammen die zich hoewel ze zich niet thuis voelen en hun eigen cultuur proberen te handhaven zich toch vermengen met de plaatselijke bevolking en hun cultuur overnemen. Ze leiden immers een goed leven doordat ze met hun kennis van het zakendoen tot de betere burgers gaan horen. In de stamboom van Genesis 11 zouden we ze Serug kunnen noemen. Maar Abram is een Peleg en een Eber2. 

1 Psalm 104.

2 zie bijdrage: De Hebreeuwse aard.

De commentaren zijn gesloten.