28 februari 2017

Ergens en overal is contact mogelijk met de bovennatuurlijke realiteit.

Ergens op een plaats en op een steen slaapt nu een moedeloze Jakob. Om hem te motiveren verder te trekken moest hij inzien dat de wens van zijn vader beruste op een echte zegen van El Shadday en dat hij niet zomaar als een wanhopige op de vlucht was voor zijn oudere broer. Genesis 28,12: 12 Hij kreeg een droom en zag een ladder die op de aarde stond en waarvan de top tot in de hemel reikte. Langs die ladder stegen Gods engelen op en daalden zij neer. In moeilijke omstandigheden droom Jakob over een contact met het bovennatuurlijke. In zijn droom ziet Jakob de engelen al zijn twijfels en vragen naar de hemel brengen. De engelen zijn de boodschappers die rechtstreeks toegang hebben tot het bovennatuurlijke en die zich vergewissen van de toestand van de wereld en van de mensen. Het communicatiekanaal wordt getekend als een ladder in onze vertaling en de eerste beweging van de engelen is van beneden naar boven. Dan komt er een reactie van het bovennatuurlijke via de boodschappers die terugkomen. Deze volgorde is belangrijk omdat ze de vrijheid van de mensen illustreert die al dan niet ergens op een steen,droom van een ladder,trap,beeld van afgodentempels,beeld van toren van Babel,eerste beweging naar boven,engel draagt boodschap mee,vrijheid van de mens,goddelijke keuze voor de mindere,lijdende mens krijgt hulp,sullam is eerder trap,droomtrap,trap tot aan de hemel,contact aarde en hemel,contact kunnen nemen met de bovennatuurlijke werkelijkheid. Op deze manier aanvaardt de mens het bestaan van God en hiernamaals. Deze opgang van de engelen is een illustratie van de gevoeligheid, de ontvankelijkheid, en de openheid voor de dimensie van het bovennatuurlijke. Daar is elke mens volledig vrij in en niets wordt hem opgedrongen.

Uit zijn ellende en ten einde raad gaat Jakob zich vragen stellen. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat ik hier nu moederziel alleen beland ben op deze plaats? Ik ben al drie dagen onderweg en alles wordt me onduidelijk. Had mijn vader mij geen goddelijke zegen toegewenst? Waar blijft die zegen? Alles lijkt mij ellende en mijn licht gaat uit. Het is helaas meestal in moeilijke situaties dat een mens zich vragen begint te stellen naar het waarom en het waartoe. Het is precies ook voor die mensen dat de Ene oor heeft. Zo was het met Noach, Hagar met de bewoners van Sodom en met zovele anderen. De goddelijke keuze voor de mindere, de onderdrukte, de misbruikte, de uitgebuite zit verweven in dezelfde sfeer van de klacht van de lijdende mens die in ellende zit.

Het niet openstaan voor God en de hemel komt overeen met de beelden1 van dorheid, ziek zijn, in duisternis leven of dood zijn in de taal van de Bijbel. Het leven in het licht is een leven in eenheid met een nabije God, die we vertrouwen en die zo barmhartig is dat deze overvloeit in ons en ons verbindt met de mensen. De eenheid van de bovennatuur en de wereld is hier de ladder, “sullam” in het Hebreeuws. Dit woord is afgeleid van het werkwoord “salal” wat oprichten of bouwen betekent. De beelden in de droom van Jakob worden ontleend aan wat door de toehoorders ooit gezien werd in die streken. Zij zagen hoge torens en tempels met veel treden waar beelden van gevleugelde figuren van cherubijnen bovenaan de trappen stonden als beschermers van de ingang. De Babylonische ziggurat of tempeltoren had de bedoeling om tot aan de hemel te reiken maar het verhaal van de toren van Babel2 leerde ons dat dit bouwwerk de mensen een verdelende spraakverwarring bezorgde. Zij bereikten de hemel niet. De droomtrap van Jakob leidt wel tot de bovennatuurlijke hemel. Het is een trap die visueel uitdrukt dat het initiatief aan de mens overgelaten wordt om in communicatie met de Ene te komen via boodschappendragers.

1 zie bijdrage: De dorheid van Sarai en de vruchtbaarheid van Hagar. Zie bijdrage: Geen racistische overwegingen maar persoonlijke opvattingen en gedrag zijn bepalend. Over de ziekte van Machalat en nu lezen we over de duisternis bij Jakob.

2 Genesis 11,4.

27 februari 2017

Duisterheid slaat toe.

Jakob is op weg richting Haran. Het is een moeilijke reis en dat besef begint door duisternis,duisterheid,moeilijke reis,ondergaan van de zon,begin van de Hebreeuwse dag,toekomst wordt licht,nieuw licht,magom,ergens,Bethel,huis van de Heer,Luz,Jakob,twijfel,weg van de bronnen,te dringend aan de man die gewoon was een geregeld leven te leiden bij zijn kudden en op zijn velden in de nabijheid van zijn tent bij zijn familie. Genesis 28,11: 11 Nadat de zon al was ondergegaan, wilde hij op een bepaalde plaats overnachten. Een van de stenen die daar lagen nam hij als hoofdkussen en hij viel op die plaats in slaap. Moe, helemaal alleen en zonder uitzicht ondergaat Jakob het duister dat invalt. Zij gedachten worden ook duister. Dat moment van de dag is ook niet erg hoopgevend want nu volgt een lange donkere nacht. Jakob kan best een steuntje gebruiken om hem te bemoedigen.

Het ondergaan van de zon is gelijklopend met de somberheid van de gedachten van Jakob. Zijn licht is uitgegaan en hij is moe en hopeloos en zonder de steun van zijn vertrouwde omgeving. Een koude steen moest hem dienen als steun voor zijn bezwaarde hoofd. Dat moment van de dag wijst echter ook op de toekomst want voor de Hebreeuw is het ondergaan van de zon het begin van een nieuwe dag. Als het licht uitgaat, komt er dezelfde dag nog klaarheid. En het werd avond en het werd morgen1. Een nieuwe dag met nieuwe uitdagingen begint nadat de zon is ondergegaan. Het licht is uit maar er is vandaag nog nieuw licht te verwachten.

Jakob valt in slaap ergens op een plaats zonder naam, “magom” in het Hebreeuws. Het is zeker buiten de bewoonde wereld want in die streken en in die duisternis,duisterheid,moeilijke reis,ondergaan van de zon,begin van de Hebreeuwse dag,toekomst wordt licht,nieuw licht,magom,ergens,Bethel,huis van de Heer,Luz,Jakob,twijfel,weg van de bronnen,tijd zou je zeker kunnen rekenen op gastvrijheid. Voor Jakob geen gastvrijheid in het midden van nergens waar ergens ook nog een steen ligt als hoofdkussen. Joodse commentatoren identificeren de plaats zonder naam met de berg Moria. Ze beweren dat de steen waarop Jakob steun zocht voor zijn hoofd een van de stenen was van het altaar waarop hij als offer gebonden werd. Als later de naam Bethel, huis van de Heer, gegeven wordt aan deze plaats waar Jakob zich te slapen legt, is dit volgens hen een verwijzing naar de tempel van Jeruzalem. Zijn gaan nog verder in hun bewijsvoering en beweren dat de drie keer dat “plaats” vermeld wordt in dat vers de betekenis heeft van de drie tempels2 die er op de tempelberg zullen gebouwd worden. Deze beweringen zijn eerder speculatief omdat er naar verluidt een stad zou bestaan hebben die Betel noemt. Deze stad ligt in de bergen van Efraïm ten noorden van Jeruzalem. Jeruzalem zelf lag op iets minder dan drie dagreizen van Berseba3. En Bethel of het vroegere Luz lag op een drietal uur stappen van Jeruzalem4. Jakob was dus drie dagen op weg geweest en had ongeveer tachtig kilometer afgelegd. Hij staat nu op het punt om Kanaän te verlaten en de twijfels komen op. Omdat iedere streek in die tijd zijn eigen god had, vroeg Jakob zich wellicht af of de zegewens van zijn vader Isaak zou volstaan als hij het beloofde land zou verlaten en naar Haran vertrekt waar andere goden de dienst uitmaken. Het vertrouwen van Jakob verdwijnt stilaan en hij twijfelt en zijn moeder Rebekka is niet meer bij hem om het orakel in herinnering te brengen.

1 Genesis 1 telkens om een nieuwe dag aan te kondigen en de vorige dag af te sluiten.

2 De bouwers zouden dan Salomo, Zerubbabel en Herodes zijn. Feitelijk zijn er maar twee tempels geweest want Herodes heeft de tweede tempel enkel gerestaureerd. Deze tweede tempel werd door Rome vernietigd en niet meer herbouwd tot nu. De derde tempel zou gebouwd worden in de eindtijd door de Messias zelf. Deze laatste bewering geeft aanleiding tot discussie binnen het Jodendom.

3 Genesis 22,4.

4 ongeveer 10km.

24 februari 2017

Geen plezierreis voor Jakob.

Jakob verlaat het beloofde land, hij gaat weg van de bronnen van Berseba en tgeen pleziereis,weg uit beloofde land,naar verdroogde land,moeilijke situatie,niet langer rechtgeaarde man door bedrog,teug naar waar Abraham vertrok,Berseba waar het goed is,weg terug afleggen,hernieuwen van de keuze voor het beloofde land,rekt naar het verdroogde land van het bergachtige Haran. Zo leest de Hebreeuw die tekst als hij de betekenis van de namen laat meeklinken. Genesis 28,10: 10 Jakob vertrok uit Berseba en ging naar Haran. Hij gaat niet de richting van Abraham maar stapt in de tegenovergestelde richting. Zonder veel voorzieningen en op de vlucht voor de wraak van Esau komt hij in een moeilijke situatie. Zijn vader Isaak was honkvast en leefde steeds in de nabijheid van de bronnen. Deze van Lachai-Roï en de zeven bronnen in de regio die Berseba heette. Ook in Hebron, waar hij later heen zal trekken, was het goed leven. Jakob laat die zekerheden achter zich en ruilt zijn rechtgeaarde “ish tam”-bestaan1 in de tenten bij zijn familie als landbouwer en herder voor een trektocht naar een onzekere toekomst. Door zijn bedrog was hij inderdaad niet langer die rechtgeaarde man. Door de angst voor wraak vertrekt de vroegere huisman richting onzekerheid zowat duizend kilometer verder2.

Door de omstandigheden3 gedreven vlucht Jakob naar de plaats waaruit Abraham vluchtte. Haran was voor Abraham een plaats van leugenachtige goden en van ontgoochelingen waar er niet goed te leven is. Het was en plaats waarin de maatschappelijke structuur gebaseerd was het slaafs verwerven van overtollige materiële behoeften en van de aanbidding van nepgoden. Er was daar geen tijd en geen mogelijkheid om in te zien wat de echte bedoeling van het leven is. Het was een plaats om te ontvluchten en naar een beloofde land te trekken waar “beter leven” mogelijk was. Jakob vertrekt in het Hebreeuws “yasta”, ontspringen, voortkomen uit een vertrouwde plaats met bronnen en verder gaan, in beweging komen, “halak”, naar Haran, de verdorde verschroeide droge stad. Niets om hoopvol naar uit te kijken.

Dit wegtrekken van Berseba4 in het zuiden van Kanaän waar de stam geschiedenis geschreven had, naar de plaats5 waar ook de knecht van Abraham heentrok om Rebekka te halen voor Isaak, wordt ingevuld met hetzelfde doel. Jakob gaat nu zelf op tocht naar een bruid. Zijn vader mocht Kanaän niet verlaten van Abraham6. Isaak mocht het beloofde land niet verlaten omdat hij Hebreeuws karakter mankeerde. Abraham regelde daarom zelf het ophalen van een bruid voor zijn zoon Isaak. Hij zond zijn knecht op pad naar zijn familie in Haran om er een meisje te geen pleziereis,weg uit beloofde land,naar verdroogde land,moeilijke situatie,niet langer rechtgeaarde man door bedrog,teug naar waar Abraham vertrok,Berseba waar het goed is,weg terug afleggen,hernieuwen van de keuze voor het beloofde land,halen dat “evengoed” wou leven als het nageslacht van Abraham. Rebekka werd thuis bij de bron van Lachai-Roï afgeleverd door de knecht van Abraham.

Jakob zal meer inspanningen moeten leveren om samen met zijn vrouwen dezelfde weg naar Kanaän af te leggen zoals zijn grootvader. Jakob heeft dan ook meer zin voor initiatief dan zijn vader Isaak. Deze eigenschap heeft hij zowel mee van zijn moeder, Rebekka, als van zijn grootvader, Abraham. Hij is in staat om als nieuwe stamvader met zijn Hebreeuwse stam dezelfde weg af te leggen die Abraham ging om in het beloofde land te komen. Dit volbrengen zal hij maar kunnen dank zij de zegen die Isaak over zijn zoon had afgesmeekt en die Jakob nu nog moet krijgen van El Shadday.

 

1 zie bijdrage: Kleine kinderen worden groot.

2 Zowat 800km in volgelvlucht.

3 Genesis 27,43.

4 Genesis 21,31 en Genesis 26,33.

5 Genesis 24,10.

6 Genesis 24,8.