14 april 2017

,Na het bespreken van de details van de overeenkomst is er een akkoord.

De modaliteiten van controle na verloop van tijd van de kudden van Jakob wordt overeengekomen. Genesis 30,33-36: 33 U kunt mij vertrouwen; als u later mijn loon in ogenschouw komt nemen, mogen alle niet-gevlekte of gespikkelde geiten en alle niet-zwarte schapen gelden als door mij gestolen.’ 34 Laban zei: ‘Goed, ik neem je voorstel aan.’ 35 Nog diezelfde dag zette Laban de gestreepte en gespikkelde bokken en alle gevlekte en gespikkelde geiten bijeen, alles waar maar iets wits aan was, en ook alle zwarte schapen. Hij vertrouwde die kudde toe aan zijn zonen. 36 Hij bepaalde dat er tussen hem en Jakob een afstand van drie dagreizen moest blijven; en Jakob mocht alleen het kleinvee van Laban weiden dat nog over was. De tekst roept een vraag op over de term zonen. Die zonen moeten zorgen voor de kudden die bedoeld zijn voor Jakob. Daarentegen moet Jakob dan zorgen voor decontrole,zonen van Laban zorgen voor kudde Jakob,kleinvee,wolvee,eenkleurige dieren,drie dagreizen uit elkaar,praktische afspraken,akkoord kudden van Laban, die op drie dagreizen verwijderd zijn. De basisovereenkomst dat Jakob zou zorgen voor de kudden van Laban wordt hier bevestigd.

De andere details van het akkoord zijn ons niet heel duidelijk op het eerste zicht. Laban vertrouwt het veelkleurige kleinvee toe aan zijn zoons. Nergens staat er iets over de zonen van Laban te lezen maar het is niet uitgesloten dat hij zonen heeft. Indien hij geen zonen heeft dan zou hij zoals Abraham ook een opvolger kunnen aanwijzen. Normaal is dat één persoon die dan stamoverste zou worden. Dit is uit te sluiten omdat hier de het meervoud van zoon, zonen, geschreven staat. Er staat niet “ben” maar “banah” in het Hebreeuws. Dat het hier over de zonen van Jakob gaat valt ook erg te betwijfelen. In het beste geval zou zijn oudste zoon, Ruben, nu ongeveer dertien jaar kunnen zijn. Deze keuze zou onderhand ook niet erg logisch zijn in de gedachtegang van Laban als hij controle wil uitoefenen. De mogelijkheid dat de term zonen ruim dient opgevat te worden ligt voor de hand. De zonen van Laban kunnen ook mannen zijn geboren in zijn stam. Dit kunnen zelfs herders zijn die Jakob opgeleid heeft in de voorbije veertien jaar die nu hun vaardigheid moeten bewijzen met de kleine kudde van Jakob. Laban neemt nog geen risico om zijn eigen kudden te laten hoeden door zijn eigen herders. Welbeschouwd worden de kudden van Laban toevertrouwd aan Jakob. Laban wil dan verder ook op veilig spelen als hij voorstelt dat de kudden op drie dagreizen van elkaar moeten blijven. Zo wil hij verhinderen dat er een menging van zijn eenkleurige goede schapen en geiten gebeurt. Al wat gemengd was van kleur moest weg uit zijn veestapel en werd overgedragen naar de kudden van Jakob. De drie dagreizen van de kudden moeten ook verhinderd dat de dieren in de weiden van elkaar zouden grazen.

Laban kon zich goed vinden in deze overeenkomst vandaar dat hij zijn akkoord verklaart mits de regeling van nog enkele praktische afspraken. Hij was overtuigd dat op die enkele uitzonderingen van gespikkelde en gestreepte dieren er niets meer zou moeten overgedragen worden aan Jakob. Zo zou hij deze keer weer goedkoop gediend zijn voor de het deskundige en succesvolle werk van Jakob. Jakob zou weer een goedkope zegen worden.

De commentaren zijn gesloten.