19 april 2017

De zonen van Laban worden afgunstig.

Jakob was schatrijk geworden en de zonen of de knechten van Laban, die voor de kudden van Jakob moeten zorgen, zien het grote verschil met de kudden van hun stamvader. Ze hebben onder hun toeziende ogen de kudde alsmaar weten aangroeien met dieren die afgekeurd waren door Laban. Ze dachten eerst een zorgeloos bestaan te kunnen leiden maar moeten u opdraaien voor veel meer kleinvee dan ze gedacht hadden. Ze beklagen zich en willen niet dat het zo verder gaat. Ze steken hun mening niet onder stoelen of banken. Jakob is rijk geworden en dit ten koste van de rijkdom van Laban. Genesis 31,1-2: 1 Op een keer hoorde Jakob dat de zonen van Laban zeiden: ‘Jakob heeft onze vader heel zijn bezit afhandig gemaakt; ten koste van hem heeft hij al die rijkdom verworven.’ 2 Jakob zag aan het gezicht van Laban dat deze hem niet meer zo goed gezind was als vroeger. De conclusie van de herders was dat Jakob zich verrijkt had op de kap van Laban. De zonen van Laban hebben de schraperigheid van hun vader kennelijk overgenomen. Daarbij overdrijven ze nog een sterk door te beweren dat Jakob heel, “kol” in het Hebreeuws, het bezit van hun vader heeft overgenomen. Alle rijkdom heeft hij verworven. Het Hebreeuwse woord “kabowd” dat hier vertaald wordt door rijkdom heeft een veel ruimere inhoud. Het gaat over eer en glorie en is afgeleid van “kabad” wat ook verwijst naar eerlijkheid en heerlijkheid1. Zo te zien was Jakob een man van aanzien geworden en had hij veel meer invloed dan de zonen rijkdom wekt afgunst,zonen van Laban,rijk ten koste van Laban,eer en glorie,eerlijkheid van Jakob,veranderen van afspraken,Laban voelt zich bedrogen,van Laban. Ze ventileren zonder enige schaamte hun ongenoegen dat gebaseerd is op de wedijver naar de positie van stamoverste. Hun positie was de eerste keer al bedreigd toen Jakob twintig jaar geleden aan kwam aan de bron en als eerste de steen wegrolde voor het herderinnetje Rachel dat haar schapen daar kwam drenken. Ze kunnen er zich nu niet bij neerleggen dat hun positie in de toekomst opnieuw bedreigd zou worden door de schoonzoon van Laban.

Jakob was goed op de hoogte van de houding van de zonen van Laban omdat zijn steeds groter wordende volksstam ook dienst deed bij de kudden die hij verworven had in de laatste jaren. Met de zonen van Laban alleen viel er niet goed te werken. Er was nog volk nodig om al die dieren te melken, te scheren en soms te slachten. De opbrengt van deze kudden zagen de zonen van Laban aan hun neus voorbijgaan terwijl Jakob steeds meer rijkdom verwierf en investeerde in meer vee, kamelen, ezels en nog meer werkvolk.

Laban ondervond dat iedere afspraak over de gespikkelde en gestreepte dieren hem nadelig uit kwam. Hij heeft vele keren een ander regeling uitgewerkt maar telkens viel dat uit in zijn nadeel. Vandaar dat de verhouding tussen hem en Jakob steeds moeilijker werd. Laban voelde zich bedrogen omdat zijn slimme zetten niet het verhoopte resultaat brachten. Dat is volgens hem de schuld van Jakob. Dat is ook te zien in de manier waarop hij met Jakob omgaat. De term “shilshowm” heeft dezelfde stam als “shalash” wat hetzelfde is als iets voor de derde keer doen. Dit wordt vergeleken met voorheen,” temol” en in verband gebracht met de verhouding van Laban tot Jakob. Gisteren was niet zoals vandaag en morgen zal niet zijn zoals overmorgen. De spanning stijgt van dag tot dag en stevent af op een groot conflict.

 

1 Psalm 24,7-10 en Psalm 49,17. Jesaja 10,3.

Post een commentaar