28 april 2017

Elohiem geeft Laban een droom.

Jakob trekt richting Kanaän naar zijn vader Isaak en gaat met zijn hele volksstam het gebergte in na een reis van ongeveer 500 km. Genesis 31,22-24:22 Op de derde dag kwam Laban te weten dat Jakob gevlucht was. 23 Met zijn familieleden achtervolgde hij hem, zeven dagreizen, en haalde hem bijna in op het gebergte van Gilead. 24 Maar in die nacht verscheen God aan de Arameeër Laban en zei hem: ‘Pas ervoor op dreigementen te uiten tegen Jakob.’ Dat de Bijbel niet steeds uitblinkt in juiste tijdsbepalingen en geografische gegevens hebben we al mogen ondervinden. Daar is het er ook niet om te doen. Het verhaal maar dan vooral de boodschap, die in het verhaal verwerkt zit, is belangrijk. Om alles te laten kloppen kunnen we onze fantasie inschakelen en een aantal veronderstellingen naar voor schuiven zonder dat deze echt bedoeld zijn om te beweren dat wat in de Bijbel staat woordelijk te interpreteren is. Ze zijn eerder bedoeld om te achterhalen waarom de realiteit op die manier wordt voorgesteld. Dit kan ons iets meer leren over de bedoeling van een tekst.

Op de derde dag kan moeilijk drie dagen na het vertrek van Jakob geweest zijn die traag vooruit trekt op het ritme van zijn kudden. De achtervolgers hebben geen trage dieren waaraan ze hun tempo moeten aanpassen. Een van de mogelijkheden is dat Jakob al weken voordien zijn kudden voorop heeft gestuurd om dan zelf te volgen met zijn vrouwen en kinderen op de kamelen volgens vers 17. De snelheid van die lastdieren ligt heel wat hoger dan die van het wolvee. Maar dan staat er indroom van Laban,tijd en plaats onnauwkeurig,verhaal heeft zin,inhaalbeweging van Laban,goddelijke ingrep beschermt Jakob,Jahweh is uniek,Elohiem is als god of goden te lezen, vers 18 dat hij gelijktijdig zijn veestapel met hem meevoerde. Als de achtervolging van Laban met zijn knechten maar zeven dagen duurde, hebben die kamelen dan een uitzonderlijk hoge snelheid gehaald. In goede omstandigheden leggen kamelen 280 km af in zeven dagen. Misschien liet Laban de dieren ook snel lopen maar ze kunnen maar voor korte tijd een snelheid aanhouden van vijfentwintig kilometer per uur. Dit lijkt onwaarschijnlijk omdat ook die dieren rust nodig hebben. Dat men echter Bijbels gezien in zeven dagen een klus kan klaren, leerden we al in het scheppingsverhaal.

Die derde dag, die we in het begin van deze passage hebben gelezen, kan ook een dinsdag geweest zijn maar dit is weinig relevant. Over die derde dag hebben we al uitgebreid nagedacht1. Het is een dag waar de zaken een bovennatuurlijke wending krijgen. We zouden dan mogen verwachten dat er in dit deel van het verhaal een goddelijke ingreep te verwachten is. De meeste Hebreeuwen die over die derde dag horen gaan al op het puntje van hun stoel zitten en luisteren vol aandacht want nu wordt het pas spannend.

Lang moeten we niet wachten op de ingreep van de Ene, die hier uiteraard Elohiem noemt omdat dit de naam is voor de god die universeel aanvaard wordt. Elohiem laat bij de Arameeërs ruimte voor andere godheden van lagere rang. Jahweh voor de Hebreeuwen is echter de enige, unieke god. Hoewel dit door hen niet steeds op deze manier begrepen wordt2. Elohiem waarschuwt Laban die nu duidelijk gemaakt wordt dat hij Jakob ongemoeid moet laten. Zelfs dreigementen mag hij niet naar het hoofd van zijn schoonzoon sturen. Het was ook die god, Elohiem, die Abimelek van Gerar waarschuwde in een droom3. Als andere Semieten spreken over god gebruiken ze veelal4 de godsnaam Elohiem, die algemeen aanvaard wordt in de streken die onder invloed staan van het denken uit Mesopotamië. Zo sprak ook Rachel over Elohiem5.

 

1 zie bijdragen: Het begrip derde dag; Omkering op de derde dag; En verdere op die derde dag; Bruiloft op de derde dag; Einde van die derde dag; Nog een derde dag in Genesis; De profeet Hosea en de derde dag; Abraham vader van de derde dag; Ontgoocheling en onbegrip omtrent de derde dag; De derde dag van Jozef de dromer; Ester werd koningin op de derde dag …

2 Rechters 17,1-5; Hosea 3.

3 Genesis 20,3.

4 Genesis 21,22; de eerste hoofdstukken van Genesis; Genesis 21 en 22 bij de Egyptische slavin Hagar…

5 Genesis 30,6.

27 april 2017

De Hebreeuw Jakob trek verder, richting beter leven.

Op het einde van de lente vertrok Jakob dan met zijn hele have. Hij maakt gebruik van de periode dat Laban niet in Haran is omdat hij zijn schapen laat scheren om de wol te verhandelen. De hele stam heeft het dan zo druk dat er geen tijd is om eens rond te toeren en iedereen blijft ook in de nabijheid voor de feesten1 die volgen als beloning en dank aan de goden. De zonen van Laban zijn wellicht door hun vijandige houding tegenover Jakob vertrokken van de kudden die ze onder controle moesten houden. Ze hebben zich met tegenzin neergelegd bij de situatie die niet uitdraaide in het voordeel van hun stamvader, Laban. Genesis 31,19-21: 19 Terwijl Laban afwezig was om de schapen te scheren, stal Rachel de huisgoden van tijd van het scheren van de schapen,huisgoden meegenomen door Rachel,gebergte van Gilead,Laban kan vermoeden welke richting Jakob uit is,Jakob heeft ondertusen een kleine volksstam,rechtmatig bezit wordt betwist,de rivier is de Eufraat,Jakob steekt over,weg uit Mesopotamië,Aram,galad,bergrivieren,haar vader. 20 Ook Jakob bedroog de Arameeër Laban door zijn vlucht voor hem verborgen te houden. 21 Jakob ging op de vlucht met al zijn bezittingen; hij stak de Rivier over en vertrok in de richting van het gebergte van Gilead. De eerste onregelmatigheid die verteld wordt is het stelen van de huisgoden van Laban door zijn dochter Rachel. Het is een raden waarom Rachel zoiets doet. Voor Rachel hadden die beeldjes wellicht een bepaalde waarde. We kunnen ons afvragen of ze een materiële waarde of een toegezegde symbolische waarde hadden voor Rachel. Als het geen gouden of zilveren beeldjes waren, bekijkt Rachel ze eventueel als gelukspoppetjes met magische kracht. Denkbaar is het ook dat Rachel het verleden, in de brede zin van het woord, niet kon loslaten en dat ze daarom de beeldjes meenam. Was het zoals de vrouw van Lot2 die haar verleden in Sodom ook niet kon loslaten? Mogelijkerwijs wil ze haar vader door het wegnemen van die beeldjes verhinderen om ze te raadplegen om te weten waarheen Jakob vertrokken was. Net alsof Laban niet kan vermoeden waar Jakob heen wil. Hij weet trouwens van bij hun eerste gesprek dat het de bedoeling was van Jakob om tijdens zijn verblijf in Haran een vrouw te huwen. Hij had ondertussen twee vrouwen, twee bijvrouwen en een kroostrijk gezin. Hij had nog veel meer gerealiseerd in die twintig jaar en was eigenlijk al een kleine volksstam geworden met veel rijkdom, een grote veestapel, slaven en slavinnen. Laban dacht dat al die rijkdom alleen voor hem bestemd was omdat hij nooit genoeg had. Anderzijds waren Jakob en zijn vrouwen overtuigd dat zij niet meer dan hun rechtmatig deel in bezit hadden.

Niet alleen Rachel had haar vader bestolen. Vanuit het standpunt van Laban had Jakob hem ook bestolen. Hij nam weg wat Laban zo graag zag als zijn eigen bezit dat hem veel rendement gaf: zijn dochters en zijn kudden. Terwijl de aandacht van Laban gericht was op zijn verrijking met de scheerwol die hij verwerft van zijn grote kudden wolvee, trekt Jakob weg met zijn verworven bezit. Hij trek over de “Rivier”. Deze grootse en lange rivier waarvan de naam zelfs niet moet vernoemd worden voor de Hebreeuwen is de Eufraat. Hij steekt over en verhuist zoals zijn voorouders3 al generaties lang deden op zoek naar een beter leven. Hij vlucht weg uit Mesopotamië naar het bergachtige gebied dat de grens vormde tussen de Aram en Kanaän. Die streek noemde Gilead. Wellicht een naam geboren uit de combinatie van “gal” en “ed”. “Gal” dat bron en golf kan betekenen is van het werkwoord “galad” dat afrollen betekent. “ed” wijst op herhaling. Samengevat kan de naam ons vertellen dat in tegenstelling tot het droge Haran we hier een gebied hebben met meerdere rivieren die van de bergen afstromen en die het land bevloeien en vruchtbaar maken.

 

1 1 Samuel 25,7-8.

2 Genesis 19,26.

3 Genesis 10,30-22; Genesis 11,31; Genesis 12,4.

26 april 2017

Vertrek met de noorderzon.

In alle stilte werden de voorbereidingen getroffen in de stam van Jakob om voorgoed te vertrekken naar Kanaän. Het land dat beloofd was aan stamvader Abraham. Deze belofte werd generatie per generatie doorgegeven. Genesis 31,17-18:17 Toen maakte Jakob zich klaar voor de reis, liet zijn kinderen en vrouwen plaatsnemen op de kamelen, 18 voerde zijn hele veestapel en alle bezittingen die hij in Paddan-Aram verworven had met zich mee, en ging op weg naar zijn vader Isaak in Kanaän. De schrijver maakt een sprong in de tijd en vertelt niets over de jakob vertrekt met de noorderzon,stille voorbereidingen,kudden vooraf,vrouwen en kinderen op kamelen,richting kanaän,bezit is veestapel en ander materieel bezit,vertrekt naar huis met veel rijkdom,gezegend met groot nageslachtvoorbereidingen van het vertrek van de stam van Jakob. Het is een behoorlijke verhuis met de vrouwen en kinderen die we reeds zagen verschijnen in het verhaal. Daarbij komt nog het kleinvee, de runderen en de lastdieren. Als nomadenvolk trokken ze regelmatig verder naar vruchtbare weiden voor hun veestapel. Laten we veronderstellen dat Jakob op die manier als een eindje richting Kanaän was getrokken zonder enig vermoeden te wekken dat hij definitief zou vertrekken. Hoe dan ook was er overeengekomen dat de kudden van Jakob op drie dagreizen van deze van Laban moesten verblijven. Dat was al een afgesproken afstand tussen de kudden van Laban en deze van Jakob.

Nu worden alle bezittingen van Jakob vergaard. Verzen 17 en 18 laten er geen twijfel over bestaan dat alles aan Jakob toebehoort. De opsomming van wat hij meeneemt krijgt telkens het bezittelijk voornaamwoord “zijn” mee. Het belangrijkste bezit van een nomade is het vee. Het Hebreeuwse woord “miqneh” dat hier gebruikt wordt betekent immers zowel bezit als veestapel. De verre bron van dit woord gaat terug naar het werkwoord “qanah” dat staat voor iets kopen, verwerven of in bezit nemen. Die veestapel heeft hij door zijn inzicht en met de hulp van Elohiem inderdaad kunnen verdienen. Dit vergaren wordt benadrukt in vers 18 want “rakash” komt tweemaal voor. Een keer als het gaat over het materiële bezit, “rekush” en een tweede keer als het gaat over de veestappel,” miqneh”. Door die uitsplitsing wordt ons uitgelegd dat Jakob ook rijkdom heeft vergaard door zijn harde werk. Hij gaat niet met lege handen terug naar Kanaän. Dit is een van de vergelijkingspunten met zijn grootvader Abraham. Hij kwam ook terug naar Kanaän maar dan vanuit Egypte Genesis 13,1-2: 1 Zo trok Abram met zijn vrouw en al zijn bezittingen uit Egypte weg, de Negeb in; Lot ging met hen mee. 2 Abram was een rijk man die zeer veel vee, zilver en goud bezat. 3 Van de Negeb trok hij verder naar Betel, naar de plek tussen Betel en Ai, waar zijn tent ook tevoren gestaan had. Ook zijn vader Isaak had goed geboerd met de zegen van Jahweh in de nabijheid van Gerar1 voor hij omwille van de afgunst van de Filistijnen zich moest terugtrekken naar de streek van Berseba in het zuiden van het beloofde land.

Een tweede gelijkenis met Abraham is het vertrekken uit Haran naar het beloofde land Kanaän. Beiden hadden ze een droom die hen aanzette Haran te verlaten omwille van de onhoudbare situatie. Beiden trekken ze naar Kanaän. Het grote verschil met Abraham is de kinderzegen van Jakob. Jakob trek terug met een groot gezin naar het beloofde land. Een paar generaties na Abraham is de zegen van een groot nageslacht2 werkelijkheid aan het worden.

 

1 Genesis 26,13-14.

2 Genesis 12,2.