31 mei 2017

Een charmeoffensief.

Na zijn gebed valt Jakob in slaap. De nacht heeft hem blijkbaar raad gebracht. Geen sprake van een droom, een visioen of van gepieker maar geen van deze opties is uitgesloten. Genesis 32,14-22: 14 En hij bracht daar de nacht door. 14 Toen nam hij uit zijn bezit geschenken voor zijn broer Esau: 15 tweehonderd geiten en twintig bokken, tweehonderd schapen en twintig rammen, 16 dertig zogende kamelen met hun jongen, veertig koeien en tien stieren, twintig ezelinnen en tien ezelshengsten. 17 Hij verdeelde dit alles in afzonderlijke kudden en vertrouwde die toe aan zijn knechten, met de opdracht: ‘Ga voor mij uit, maar met telkens een afstand tussen de kudden.’ 18 En hij beval de voorste: ‘Als je mijn broer Esau tegenkomt en hij nacht brengt raad,geschenken voor Esau,onderdanig aan oudste broer,uiteenzetting van plan van Jakob,levende dieren als geschenk,herhaling van de onderdanige houding van Jakob,Edom,vraagt bij wie je hoort, waarheen je gaat en van wie de dieren zijn die je voor je uitdrijft, 19 dan moet je zeggen: “Van uw dienaar Jakob; zij zijn een geschenk voor mijn heer Esau. Hijzelf komt achter ons aan.” ’ 20 Aan de tweede en de derde en aan iedereen die de leiding van de kudden had, gaf hij ook deze opdracht: ‘Zeg Esau hetzelfde als jullie hem tegenkomen. 21 Zeg hem: “Uw dienaar Jakob komt achter ons aan.” ’ Want hij dacht: Ik zal hem gunstig stemmen door geschenken te sturen; als ik hem daarna onder ogen kom, zal hij mij misschien vriendelijk ontvangen. 22 Zo gingen de geschenken vooruit, terwijl hijzelf die nacht nog in het kamp bleef. Heel breedvoerig komt het plan van Jakob aan bod. Het is wel even opkijken als we de aantallen zien van de dieren die Jakob als geschenk aanbiedt aan zijn broer, Esau. Alles samen meer dan vijfhonderd dieren. Jakob maakte geen selectie en nam de dieren die hij kon grijpen. We gaan er vanuit dat zijn handgift gezonde dieren1 waren omdat de selectie al vroeger gebeurde bij het kruisen van de dieren. Door deze dieren als geschenk weg te geven, wil hij wellicht ook bewijzen dat hij geen hulp hoeft en dat hij als kleine stam een zelfstandig bestaan kan leiden. Het zijn zogende kamelen detailleert de schrijver. Voor de rondtrekkende stammen en handelaars zijn dat zeer nuttige en waardevolle dieren. Daarbij is de melk van kamelen gekend als een voedzame lekkernij. De meest waardevolle dieren staan het laatst in de lijst. De ezels zijn immers het vervoermiddel voor de gezagsdragers van toen.

Hij verdeelt zijn gaven in drie kudden en geeft ze mee met zijn knechten die ze moeten aanbieden aan Esau. “Minchah” wordt in het Hebreeuws gebruikt voor niet geslachte offers2 of geschenken. In Spreuken 18,16 lezen we over deze “minchah”: 16 Iemands geschenken banen hem de weg en geven hem toegang tot de aanzienlijken. Deze spreuk past bijzonder goed bij wat hier gebeurt. Want Jakob geeft zich op als een nederige dienaar. Hij laat een behoorlijke afstand tussen de kudden omdat Esau goed zou kunnen zien wat hij van zijn jongere broer krijgt als geschenk. De opdeling in kudden zorgt er ook voor dat de knechten telkens zouden kunnen herhalen aan Esau dat zijn dienaar Jakob volgt. Door de geschenken op te delen en de boodschap steeds opnieuw te laten horen moet het wel doordringen tot Esau dat Jakob zich onderdanig gedraagt. Door hun ontmoeting na twintig jaar op deze manier voor te bereiden hoopt Jakob op een vriendelijke ontvangst. De reden in vers van heel dit gebeuren is “kaphar”, het sussen, het verzoenen, het vragen van barmhartigheid en van gratie. De vierhonderd man zijn al op weg naar het kamp van Jakob en de geschenken gaan richting Esau. Het is ons nu nog niet duidelijk waar de ontmoeting tussen die twee delegaties plaatsvindt want Edom strekt zich zo uit in het zuiden onder de Dode Zee dat Esau met zijn manschappen zowel aan de oostzijde als de westzijde de zendingen met geschenken van Jakob kunnen tegen komen.

 

1 Maleachi 1,8.

2 Leviticus 9,7 …

30 mei 2017

De Ene, god van de voorvaders en van de persoonlijke god van Jakob.

Als een stamhoofd met verantwoordelijkheid heeft Jakob alle maatregelen genomen die in zijn bereik lagen om zich te verdedigen tegen eventuele aanvallen. Genesis 32,10-13: 10 En Jakob bad: ‘O God van mijn vader Abraham en God van mijn vader Isaak, de Heer die tegen mij zei: “Ga terug naar uw land en uw verwanten, en Ik zal u met weldaden overladen”: 11 uw dienaar is al uw gunstbewijzen en al uw blijken van trouw niet waardig’. Ik had alleen maar een stok toen ik de Jordaan hier overstak, en nu ben ik tot twee groepen uitgegroeid. 12 Maar red mij nu ook uit de greep van mijn broer Esau, want ik ben bang dat hij mij verslaat, met moeder en kinderen. 13 U hebt mij toch beloofd: “Ik zal u met weldaden overladen, en uw nageslacht zal Ik zo talrijk maken als het zand aan de zee, zo talrijk dat het niet te tellen is.” ’In angst en bij het vallen van de avond overschouwt Jakob de situatie. Hij denkt dat hij in het nauw gedreven is en zoekt nu zijn toevlucht tot de hemelse machten. In een ontzagvolle manier begint hij te bidden en spreekt de Ene aan met Elohim van mijn grootvader en van mijn vader. De god van de aartsvaders die we al vaker El Shadday noemden. Jakob noemt de Ene nog in hetzelfde vers Jahweh, zijn persoonlijk aanwezige god. Hij erkent in zijn gebed de “checed”, de loyauteit van de Ene in het verbond en de “emeth”, de vaste trouw van de Ene. Jakob beseft dat hij deze genade niet waard is.

Deze passage is het eerste gestructureerde gebed dat we lezen in de Bijbel. De verantwoordelijk stamhoofd,angst,vallen van de avond,bidt ontzagvol,compleet gebed,dank voor steun,steun voor wat zal volgen,binding van Isaak,kwestie van alle stamvaders in het plan van El Shadday,aanroeping waarmee het gebed begint, kadert heel precies de Ene gezien vanuit het standpunt van de Hebreeuwen. De Ene is de god van de voorvaderen en tegelijk ook de persoonlijke god. Het is deze god die hem ook het bevel gaf om terug te keren naar het huis van zijn vader1. Daarvoor zou hij beloond worden. Jakob drukt zijn nederige dankbaarheid uit voor de steun die hij al kreeg van het ogenblik dat hij vertrok uit Berseba tot op heden. Tegelijk schets Jakob dat hij ontzaglijk begenadigd werd. Hij had alleen maar een staf toen hij vertrok uit het beloofde land en nu kan hij bogen op twee legers.

Jakob heeft zelf zijn voorttrekkende stam verdeeld in twee delen maar ook erkend dat er hem een hemels leger van engelen beschermde. Deze engelen zijn geen god voor Jakob, net als de god van Nachor en de teraphim geen goden zijn. Hier maakt hij duidelijk in zijn gebed dat alleen de Ene, die hij net goed omschreven heeft, van tel is voor hem. Hij vervolgt met een concrete smeekbede om als stam gespaard te blijven van de dreigingen van Esau, die hij vreest, en wijst tegelijk op de belofte van de Ene die verband houdt met een groot volk.

Jakob laat in onze vertaling precies blijken dat het alleen gaat over zijn bezorgdheid over moeder, “em”, en kinderen. Het is niet de bedoeling van de smeekbede alleen Jakob, een van de vrouwen en de kinderen te beschermen. “Moeder en kinderen” is een Hebreeuwse uitdrukking vandaar dat “moeder” in het enkelvoud staat. Dit gezegde verwijst echter naar de volledige stam met alle hebben en houden2.

Jakob heeft het in zijn verwijzing naar de belofte van de Ene ook over het nageslacht, nazaten, “zera”, afgeleid van het werkwoord “zara”, zaaien. De vergelijking met de talrijke zandkorrels is geleend uit de belofte van Jahweh aan Abraham in Genesis 22,17 na de binding van Isaak op de berg Moria. Heel weldoordachte aanhaling omdat met dit beeld nu drie stamvaders betrokken zijn. De twee uit het verhaal en Jakob die de omschrijving aanhaalt. In de andere teksten staan andere vergelijkingen om de talrijkheid van het nageslacht uit te drukken3.

 

1 Genesis 31,3.

2 Deuteronomium 22,6; Hosea 10,14.

3 stof van de aarde in Genesis 13,16; de sterren van de hemel in Genesis 15,5.

29 mei 2017

Opsplitsing in twee groepen.

Jakob wil een goedgezind onthaal in Kanaän om er zonder broedertwist in zijn intrek te nemen in het land van de vaderen. Hij wacht gespannen op de reactie van zijn gezanten. Genesis 32,7-9: 7 Bij hun terugkeer zeiden de boden tegen Jakob: ‘We zijn bij uw broer Esau geweest; hij is nu al met vierhonderd man naar u onderweg.’ 8 Jakob werd bang, en in zijn angst verdeelde hij de mensen die bij hem waren, met de schapen, runderen en kamelen, in twee groepen. 9 Hij dacht: Als Esau op de ene groep afkomt en die neerslaat, dan kan de andere tenminste ontsnappen. De dienstboden die terugkomen hebben geen boodschap meegekregen van Esau. Ze verwittigen Jakob dat zijn broer al onderweg is naar hem. Hij komt echter niet alleen en is vergezeld van vierhonderd man. Jakob blijft in het ongewisse en vraagt zich af wat er hem te wachten staat. Wat is de bedoeling van die vierhonderd man?

Opnieuw speelt Jakob op veilig. Hij weet dat hij minder manschappen heeft en dat het risico bestaat dat Esau hem verslaat. Hij wil de goden1 niet verzoeken en neemt maatregelen. Net zoals de handelskaravanen die in gevaarlijk gebied komen, splits hij zijn stam in beweging op in twee helften. In die tijd waren ronddolende roversbenden actief en ook waar ze voorbijkwamen aan niet te vertrouwen5 29 a twee groepen Bijbel 944 a0002.jpg stammen die de karavanen beroofden, was het wijs om voorzorgen te nemen. Hij heeft de onvoorwaardelijke steun en bescherming van de Ene in verschillende dromen gekregen maar dat betekent nog niet dat hij roekeloos te werk moet gaan. Hij zoekt het risico alles te verliezen niet op. In de overtuiging van Jakob is er een risico want hij beseft al te goed dat hij zijn broer bedrogen heeft. Zijn angst is sterker dan zijn blindelings geloof, hoewel hij zich nog maar pas gesterkt voelde door de aanwezigheid van een leger engelen. De schrijver liet ons verstaan dat Jakob omwille van de aanwezigheid van het engelenleger hij de plaats dubbelkamp, Machanaïm, noemde. Nu noemt die opsplitsing in twee delen opnieuw “machaneh” in de Hebreeuwse tekst. Toch wel een erg verwant woordgebruik voor de beschermende maatregel van Jakob vergeleken met de bescherming van de Ene gesuggereerd in vers 3. De vertalingen laten deze gelijkenis2 niet blijken. Zo kan deze actie van Jakob een tweede bronverklaring zijn voor de naam van de plaats Machanaïm.

Dit opsplitsen geeft ons ook te kennen dat Jakob niet uit is op een militaire confrontatie. Dan zou hij al zijn manschappen ter beschikking houden. Hij stelt zich op als degene die in de verdediging gaat en het risico wil spreiden. Helemaal niet onlogisch nu hij weet dat Esau met vierhonderd man in zijn richting komt. Jakob is op zijn hoede en treedt op met het oog op wat in zijn eigen mogelijkheden ligt. Deze tweede maatregel staat toch weer heel dicht bij de aankomst van de het leger van engelen. Opnieuw kunnen we ons afvragen of ook dit ingefluisterd werd door de boodschappers van de Ene. Anderzijds kent Jakob Esau en weet dat hij leefde van het zwaard en niet van de veeteelt of de landbouw. Esau is een veroveraar en een jager. Zijn vader Isaak kende deze kwaliteiten evengoed en zegende Esau ook in die zin. Genesis 27,40: 40 Van je zwaard zul je leven, en je broers zul je dienen. Maar als je je losrukt, schudt je zijn juk van je nek!' Dat Esau een zelfstandig bestaan leidde buiten het huis van zijn vader, komt doordat hij met de “foute” vrouwen gehuwd was. Toen zijn moeder nog leefde, veroorzaakte dat heel wat wrijvingen3 en daardoor werd Esau verderop gestuurd.

 

1 denk de Ene.

2 Genesis 32,3 (kamp); Genesis 32,8 (groep); Genesis 3,9 (groep); Genesis 32,22 (kamp).

3 Genesis 27,46.

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende