05 juni 2017

Veranderde zin van het leven en zegen.

De man die weet dat hij de anderen steeds een stap voor is moet nu toegeven dat hij door zijn eigen gedrag in het verleden in een situatie terecht komt die hij wat komt niet meer onder controle heeft. Het is de mislukking van een manier van leven. Dit is het einde van een zelfverzekerde man die denkt alles in handen te hebben. Hij was gewoon de anderen te manipuleren. We hebben zelfs de indruk dat hij ook Jahweh voor zijn kar durfde te spannen. Hij probeert dat nu ook met Esau door hem op korte tijd drie kudden te schenken en hem te overtuigen dat hij nederig is. Maar het resultaat van zijn manipulatie is voor hem zeer onzeker mede door zijn verleden vol bedrog.

Deze worsteling speelt zich af als een spirituele ervaring maar wordt getekend als een gevecht. Het is een gevecht met een “ish” de mens zoals hij bedoeld is door Elohiem in de schepping1 en de mens gericht naar het aardse leven van alledag. Voor alle duidelijkheid worden visuele elementen gebruikt om deze nachtelijke zin van het leven,manipulator,onzekere toekomst door bedrog in het verleden,spirituele ervaring,ish,vrijheid van keuze,Psalm 103,Jesaja 40,hemelse impuls,afwegen van het verleden,bedachtzaam worden,voorbeeld als aartsvader,tweestrijd meeslepend te maken. Wij zijn heel benieuwd hoe die worstelpartij zal aflopen. Genesis 32,26-27: 26 Toen de man merkte dat hij Jakob niet aankon, stootte hij hem bij de worsteling boven tegen de heup, zodat die ontwricht werd. 27 Daarop zei de man: ‘Laat mij gaan, want de dageraad is aangebroken.’ Maar hij antwoordde: ‘Ik laat u niet gaan wanneer u mij niet zegent.’ De andere kracht buiten Jakob, of het nu een engel of god is, is te zwak om te winnen. Deze bewering is in te schatten als een ontluistering van de bovenwereldse machten maar het is eveneens een hooglied van de menselijke vrijheid. Hoewel de engelen in Psalm 103,20 sterke strijders genoemd worden van de Ene, verliest de engel precies van Jakob. Jakob krijgt sterkte zoals in Jesaja 40,29-31: 29 Hij geeft aan de vermoeide weer sterkte, aan de onvermogende een overvloed van kracht. 30 Ook wie jong is wordt moe en raakt uitgeput, en jonge mannen kunnen zeker bezwijken, 31 maar zij, die bouwen op Jahwe, vernieuwen hun kracht en slaan hun vleugels als adelaars uit; zij lopen en worden niet moe, zij rennen en raken niet uitgeput. Het is niet de bedoeling dat Jakob overwonnen wordt door de engel want engelen, die in de dienst van de Ene optreden, brengen redding1.

Ofwel bleef de innerlijke strijd binnen de geest van Jakob zonder dat Jakob daar als levend wezen aan ten onder ging of enig letsel opliep. Als het een innerlijke strijd is kunnen we opgelucht ademhalen als we merken dat bovenmenselijke impulsen die de mens verwerkt er niet op gericht zijn de mens te vernietigen of te kwetsen in zijn wezen. Hoe deze hemelse impulsen er uitzien wordt hier niet uitgelegd. Het kunnen een opeenstapeling zijn van levenservaringen en verworven inzichten die opeens in een bepaalde situatie duidelijk in elkaar passen. Het is de weg, die El Shadday voorziet voor de mensen, die aan het licht komt. Deze weg strookt niet met de wegen die bewandeld worden door zelfgenoegzame en op zichzelf gerichte mensen. Deze weg vereist een loslaten en dat is zeer moeilijk voor een zelfverzekerde mens zoals Jakob. Dit geeft aanleiding tot innerlijk conflict, een gevecht dat sporen nalaat en dat de levenswandel beïnvloedt. Dit wordt uitgelegd door de slag die Jakob moest incasseren op zijn heup die zo symbolisch ontwricht geraakt. Jakob is daardoor niet uitgeteld maar Jakob zal nooit meer in de vanzelfsprekendheid wandelen van zijn eigen logica zoals vroeger. De zelfverzekerde Jakob zal nu gaan stappen op een bedachtzame manier. Hij weet nu dat er andere drijfveren bestaan waarmee hij rekening dient te houden in zijn leven. Opnieuw een aartsvader die gevormd wordt door de ervaringen in zijn leven. Hij is daarom ook een voorbeeld voor zijn nageslacht totdat de normen vastgelegd worden in toepasselijke wetten.

1 Genesis 6,9. Naardense bijbel Genesis 2,23.

 

 

Post een commentaar