08 juni 2017

Jakob heeft de Ene ervaren in zijn leven.

Met wie Jakob die nacht gevochten heeft, blijft een raadsel voor ons maar ook voor Jakob. Genesis 32,30-31: 30 Jakob vroeg: ‘Maak mij uw naam bekend.’ Maar hij zei: ‘Waarom vraagt u naar mijn naam?’ Toen gaf hij hem op die plaats zijn zegen. 31 Jakob noemde die plaats Peniël; ‘Want’, zo zei hij, ‘ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en ik ben toch in leven gebleven.’ Net als Jakob om zijn naam werd gevraagd, vraagt ook Jakob de naam van wie met hem gevochten heeft. De ongepaste vraag van Jakob wordt beantwoordt met een vraag. Misschien verwachtte Jakob meer woorden, de uiteindelijke uitleg in plaats van een wedervraag. Deze onbeantwoorde vraag moet Jakob aanzetten opnieuw na te denken over de goedheid en de steun die hij in zijn leven reeds mocht ondervinden van de Ene. Hij heeft in zijn gebed al aangegeven dat hij als dienaar van de Ene al de gunstbewijzen en al de blijken van trouw niet waardig was. Jakob moet nu buiten zijn smeekgebed en zonder vleierij de ware aard van de Ene ten opzichte De Ene ervaren,de aard van de Ene,verhouding tot de Ene,El Shadday steunt en leidt de levensweg,naam voor belangrijke plaats,Peniël,Penuël,inzicht door goddelijke aanwezigheid,ingreep op het menselijk lichaam is symbolisch,van zijn persoon nog eens opnieuw bedenken. Al de ontvangen steun en mogelijkheden maken het Jakob immers mogelijk om stamvader te worden. In weerwil van de eigenzinnige en zelfverzekerde stappen die Jakob heeft gezet om te beantwoorden aan de vingerwijzingen, dat hij de eersteling zou worden, moet hij ervaren dat hij door zijn bedriegerijen zichzelf in een moeilijke en dreigende situatie gewerkt heeft en geen kant meer uit kan. Eigenlijk staat hij nu op het punt dat hij alles kan verliezen en dat zijn listen en ingrepen voor niets zijn geweest. Hij staat nu op een punt dat hij zich weer bevestigd wil weten door de Ene. Vandaar zijn vraag naar de zegen net als de dag gaat beginnen en de moeilijkheden weer te vrezen zijn.

Het antwoord op de vraag van Jakob wordt beantwoord door de zegen. Deze zegen houdt ook de verantwoordelijkheid van het aartsvaderschap in. Het is ondertussen een traditie geworden dat de aartsvaders gezegend worden door de Allerhoogste, El Shadday. Dit gebeurt meestal in een visionaire droom. Jakob beseft nog maar eens dat El Shadday hem ter zijde staat en zegent. Hij evalueert zijn bewustwording en de zegen als een topmoment in zijn leven en geeft daarom aan de plaats waar dit alles gebeurde een naam.

Opnieuw wordt een bovennatuurlijke tussenkomst de aanleiding om een betekenisvolle naam te geven aan een locatie. Net als in Bethel, het huis van de Ene, komt nu ook de sterke naam “El” voor in de naam van Peniël. Deze Hebreeuwse naam betekent het gelaat van de Ene. Een betere vertaling zou zijn dat de Ene Jakob gezien heeft. Hier krijgen we een gelijkaardige reactie die we eerder hebben gelezen bij Hagar bij de waterput die Hager dan Lachai-roi, de levende die mij ziet, noemde. Genesis 16,13: 13 Toen gaf zij Jahwe, die tot haar gesproken had een naam: `Gij zijt een God die ik zie.' Want, dacht zij, `ik heb God werkelijk gezien, en ik leef nog, nadat ik hem gezien heb.' Net als bij Jakob is dit zien een inzien dat de Ene barmhartig is met de mensen en dat hun zending ten goede is. Deze zending is bij de aartsvaders echter bekrachtigd met een steeds opnieuw bekrachtigde zegen zodat ze een zegen kunnen zijn voor de anderen. Het gaat over de goddelijke genade die de mensen steeds opnieuw mogen ervaren. Sommige momenten zijn de mensen zich daar echt bewust van en ervaren ze de goddelijke aanwezigheid in hun leven als een topmoment. Dit moment werd vereeuwigd door aan de plaats van hun ervaring een betekenisvolle naam te geven. De ingrepen op het menselijk lichaam zijn echter eerder symbolisch. Jesaja beschrijft zo zijn roeping als profeet in Jesaja 6,5: 5 Ik zei: `Wee mij! Ik ben verloren! Ik ben een mens met onreine lippen, ik woon onder een volk met onreine lippen en ik heb met eigen ogen de Koning, Jahwe van de machten gezien!' Zijn lippen werden vervolgens gereinigd met een gloeiende kool door engelen zodat hij het woord van de Ene kon spreken. Erg beeldend maar ook de lippen van Jesaja bleven intact zoals de heup van Jakob. Het beeld van die goddelijke ingreep werd echter telkens opgeroepen om te herinneren aan hun zending.

De commentaren zijn gesloten.