15 juni 2017

Jakob geeft een parade van zijn verwezenlijkingen.

hartelijke ontmoeting,Esau wordt ingelicht,kus en tranen,eeuwige vijandschap,spanning tussen Edom en Israël,vrouwen en kinderen worden getoond,rijkdom wordt getoond aan Esau,gemoedelijke Esau,Jakob is gezegend,Deze hartelijke ontmoeting wekte vragen op bij sommige rabbijnen, die deze tekst willen verklaren in het licht van de latere geschiedenis van het volk. Zij verklaren de opeenvolging van de kus met de tranen daarna op een eigenaardige manier. Ze zeggen dat Esau Jakob in de nek heeft gebeten en dat Jakob daardoor weende van de pijn. De nek van Jakob veranderde echter in marmer en Esau had zo hard gebeten dat hij weende van de pijn door zijn stukgebeten tanden. Dit is uiteraard een verklaring die geen steek houdt maar die de spanningen tussen Edom en Israël wil symboliseren. Het Bijbelverhaal gaat echter verder in positieve zin en de twee broers nemen de tijd om wat bij te praten. Genesis 33,5-7:5 Toen Esau opkeek en de vrouwen en kinderen zag, vroeg hij: ‘Wie zijn dat daar?’ Jakob antwoordde: ‘Het zijn de kinderen die God uw dienaar geschonken heeft.’ 6 Toen kwamen de slavinnen met hun kinderen naderbij en bogen diep. 7 Ook Lea met haar kinderen kwam naar voren en boog diep; ten slotte kwamen Jozef en Rachel en ze bogen diep. Na de intense begroeting van de broers informeert Esau naar die twee groepen vrouwen en kinderen die hij zag afkomen. Wat zich nu afspeelt staat centraal en bepaalt hun gesprek en het verhaal van de ontmoeting. Jakob sprak met geen woord over wat in de tijd in Berseba gebeurd was. Esau informeerde enkel nieuwsgierig naar wat hij nu voor zijn ogen ziet passeren. In de volgorde waarin Jakob zijn gezin had opgesteld komt zijn stam in wording nu Esau voorbij. Iedereen van het gezin van Jakob groet Esau buigend zoals Jakob hen voordeed. Jakob stelt zijn vrouwen en zijn kinderen voor aan zijn broer. Buigend voor Esau komen Bilha met haar zonen, Dan en Naftali, en Zilpa met Gad en Asher aan Esau voorbij. Toen volgden Lea en Rachel die ook nichten waren van Esau. Ook zij hadden hun kinderen mee. Nicht Lea had zeven kinderen, Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issakar, Zebulon, en Dinah, zes zonen en een dochter. Zij bogen allen respectvol voor Esau. Helemaal achteraan liep Jozef, die nu nog de jongste was, voor zijn beeldschone moeder Rachel. Bij het verslag in de Bijbel van de optocht van het gezin van Jakob worden maar enkele namen vermeld. De twee stammoeders, Lea en Rachel, en haar zoon Jozef krijgen een vermelding. Jozef die een kereltje was van zes jaar, wordt voor zijn moeder vermeld. Zo weten we dat dit een naam is die we niet mogen vergeten. De namen van de belangrijkste sleutelfiguren in de komende verhalen over Jakob worden nog eens in herinnering gebracht. De rest trekt ons nu voorbij in anonimiteit. Ook het kereltje van zes jaar, Jozef, boog voor zijn oom net als zijn zwangere moeder. Hij had gezien wat zijn halfbroers deden die net voor hem liepen en bootste hen na. Maar Jakob was de allereerste van het gezin die zijn broer groette zoals een heerser begroet wordt. Toch gaat het er heel gemoedelijk aan toe. Hoewel Jakob de houding aanneemt van een dienaar plaatst Esau zich niet hoogmoedig als een machthebber boven Jakob.

De openheid om zijn gezin voor te stellen heeft niets meer te maken met de angst die woekerde bij Jakob. Hij kan door de manier waarop Esau reageerde nu fier zijn met zijn gezin dat hij als een zegen1 van de Ene voorstelt.

 

1 Psalm 127,3 en 113,9.

Post een commentaar