21 juni 2017

Verder leven in hun eigen visie.

Grote en sterke broer wil zijn jongere tweelingbroer beschermen met zijn leger van vierhonderd man. Genesis 33,12-14: 12 Hij zei: ‘Laten wij vertrekken; ik zal voor je uitgaan.’ 13 Maar Jakob zei: ‘Mijn heer weet hoe teer de kinderen zijn. Ook heb ik nog zogende schapen en runderen bij me; als die dieren één dag teveel opgejaagd worden, sterft heel de kudde. 14 Laat mijn heer alvast vooruit gaan; dan zal ik op mijn gemak mijn tocht vervolgen, en rekening houden met het vee dat voorop loopt en met de kinderen, totdat ik mijn heer in Seïr tref.’ Esau stelt voor voorop te stappen om het gezin van Jakob te beschermen. Hij wil samen met zijn broer zuidwaarts vertrekken richting Kanaän. Voor hem geen moeite want dit is toch richting Seïr en hij kent de paden en de gevaren. Hij zal wel de leiding overnemen en de weg tonen. Zo hoeft Jakob niet bang te zijn want hij zou beschermd worden door het zwaard van zijn stoere broer die hem ten dienste staat.

Jakob ziet het anders en hij haalt een aantal verontschuldigen aan om niet in het zog van zijn broer te moeten gaan. Hij wil andere wegen gaan. Hij zegt zijn broer hoe teer kinderen zijn en dat hij niet wil dat ze uitgeput geraken door het hoge tempo van de geoefende mannen van Esau. Ook de dieren zouden niet aankunnen dat ze opgejaagd worden in het Hebreeuws zit daar een verwijzing in naar “daphaq” dat slaan betekent. Dat opdrijven en opzwepen kan niet nu omdat er veel zogend vee is. Teer is de vertaling van “rak” maar dat kan ook zachtzinnig betekenen. Dat staat in tegenstelling tot de geharde gewapende en agressieve mannen van Esau. Bij zijn aanbod heeft Esau ook geen rekening gehouden met de omzichtigheid waarmee het hoeden van kudden gepaard gaat. Hij leeft op een andere manier en heeft geen oog voor het zwakke. Esau is een jager en geen herder. Hij is ook geen huisman die voeling heeft met wat leeft in de volksstam. De argumenten van Jakob zijn zaken waar Esau zeker niet heeft aan gedacht. Jakob denkt als verantwoordelijk stamhoofd echter aan zijn gezin en aan de zogende dieren van zijn kudde en wil hen als goede herder1 de dood niet injagen.

We zien hier hoewel de broers nu goed overeenkomen dat er zoveel verschillen zijn dat ze niet samen kunnen optrekken. Jakob wil daarom ook niet het risico lopen opnieuw in conflict te komen als ze samen optrekken. Hun manier van bescherming of inlijving,een andere manier van stappen in het leven,geen oog voor het zwakke,veel verschillen maar toch geen ruzie,eigenheid respecteren,zichzelf blijven,vooruitkomen in het leven en hun visie is zo verschillend dat hij het risico van wrijvingen wil vermijden. Jakob staat erop om zijn weg op een onafhankelijke manier verder te zetten. Misschien zal hij niet zo snel aankomen maar hij zal zijn stam beschermen van ellende. Hij zal het ritme volgen dat door de natuur gegeven is. Jakob komt op voor het welzijn van zijn stam, vrouwen en kinderen en de kudden die hem toevertrouwd zijn. Hij gedraagt zich daarbij zoals zijn voorvaderen die geen inmenging toestonden en die op die manier hun eigenheid bewaarden zonder het conflict op te zoeken met andere stammen. Abraham en Isaak gingen allen liever hun eigen weg en waren daardoor vaak op stap. Ze stapten van Haran naar Kanaän2, van Egypte naar Kanaän3 en van Gerar naar Kanaän4. Telkens op weg naar het beloofde land en naar een betere manier van leven.

Jakob neemt afscheid van zijn broer. Jakob laat Esau vertrekken naar zijn streek. Edom, en stelt voor hem op het tempo van het vee en in zijn visie hem later in Seïr te ontmoeten. Het vee noemt in deze passage in het Hebreeuws “melakah” en dit verwijst naar manier van werken en dit woord is dichte familie van “malak”, boodschapper, dat engel betekent. Daardoor hadden we het over de visie van Jakob om zijn verbondenheid met de Ene te laten vermoeden. Jakob heeft kennis van zaken5.

 

1 Jesaja 40,10-11.

2 Genesis 12,5.

3 Genesis 13,1-3.

4 Genesis 26,17-33.

5 1 Koningen 5,13.

Post een commentaar