22 juni 2017

Jakob gaat zijn eigen weg.

Esau wil nadrukkelijk zijn broer, Jakob, nog een dienst bewijzen. Hij wil enkele van zijn gewapende mannen de stam van Jakob laten beschermen gedurende hun tocht. Genesis 33,15-16: 15 Esau zei: ‘Dan zal ik een paar mannen bij je achterlaten.’ Maar hij antwoordde: ‘Waarom toch? Ik ben al blij dat mijn heer zo welwillend voor mij is geweest.’ 16 Daarop aanvaardde Esau nog diezelfde dag de terugtocht naar Seïr. Esau stelt voor de kwetsbare karavaan van Jakob te laten beschermen en begeleiden. Jakob vraagt waarom Esau dat zou doen. Jakob ziet het nut niet in van deze bescherming. Hij heeft alles en leeft onder de bescherming van de Ene. Zonder twijfel heeft Jakob als stamhoofd alles onder controle. Er zijn zeker voldoende mannen in zijn stam die weerbaar zijn. De grootste angst die had bij zijn terugkeer was deze voor de wraak van zijn broer maar deze schrik was volledig uitgezuiverd na hun hartelijke terugzien. Deze belangrijke dreiging is nu kleine broer beschermen,Jakob wordt beschermd door de Ene,Jakob heeft alles onder controle,geen gedwongen weg en tempo volgen,Esau is waardig en vriendelijk,Jakob gaat naar Kanaän,Jakob volgt de weg van Abraham,weggevallen.

Daarbij wil Jakob ook niet gedwongen worden een bepaalde weg te gaan. Daarom bedankt hij zijn broer Esau en zegt hem dat hij tevreden is dat zijn broer hem zo goedgezind was. Deze houding volstaat ruimschoots voor Jakob. Daarop vertrok Esau van waar hij gekomen was, samen met zijn vierhonderd man. Hij gaat terug naar Seïr, het bergachtig gebied dat een wildernis is. Weer naar de onbewerkte wildernis, naar de wereld waar het hart niet besneden is en waar het zwaard de wet dicteert. Het terrein bij uitstek voor meedogenloze jagers en veroveraars. Esau zei wel dat hij genoeg had tegen zijn broer toen Jakob aandrong om het geschenk van de kudden te houden. Dat betekende echter niet dat zijn rijkdom en zijn bezit aan banden lag. Hij aanvaardde ten slotte ook de kudden die Jakob hem schonk. Hij trok terug naar Seïr om de streek verder te onderwerpen met het zwaard. Zoals de strijdende Hethieten ook verder naar het zuiden trokken na het verlies van hun rijk in het noorden. In verder teksten is er gewag gemaakt van nog een huwelijk van Esau met een Hettitische vrouw, Ada. Dit kan wijzen in de richting van een gezamenlijke interesse voor Edom en meer bepaald het gebied van Seïr1.

In dit hoofdstuk hebben we een Esau ontmoet die zich waardig en vriendelijk gedraagt. Geen spoor van vijandigheid of van wraak omwille van het bedrog dat gepleegd werd door Jakob meer dan twintig jaar geleden. Hij heeft vergeven en vergeten. Hij biedt Jakob zelfs zijn diensten aan en is bereid hem gastvrij te ontvangen in Edom. Het gezin van Jakob en al het vee zouden dan onder het gezag van Esau komen. In dienst staan bij familie is wat Jakob niet opnieuw wil beleven. Dat is niet de weg die Jakob wil gaan. Jakob wil de Jordaan oversteken om zelfstandig, samen met zijn familie in het beloofde land te komen. Dit is hoe de zegen van El Shadday begrepen werd door de stamvaders.

Naar het voorbeeld van zijn voorouders komt hij terug naar Kanaän. Net als de andere stamvaders komt hij niet terug met lege handen. De patriarchen werden zelfs buiten Kanaän in overvloed gezegend. Ze werden zeer vermogend. Zij brengen niet alleen materieel bezit mee maar ook hun vrouwen en wellicht ook een stuk van de cultuur van de buurlanden. De ervaringen die de rondzwervende Hebreeuwen opdeden zijn bepalend geweest voor de ontwikkeling van hun levensvisie en hun moraliserende verhalen. Meer dan andere volken verwezen ze naar de verwevenheid met de Ene met hun familiale verhalen.

 

1 Numeri 13,29.

Post een commentaar