26 juni 2017

Sichem wordt de eerste stopplaats in Kanaän.

Jakob steekt de Jordaan over met heel zijn stam en zijn vermogen dat hij verworven heeft in Haran. Genesis 33,18-20: 18 Vanuit Paddan-Aram kwam Jakob veilig aan in de stad Sichem, in Kanaän; hij sloeg zijn tenten op ten oosten van de stad. 19 Hij wist van de zonen van Hemor, de vader van Sichem, voor honderd geldstukken het land te kopen waarop hij zijn tent had neergezet. 20 Daar richtte hij een altaar op en noemde het: ‘El, de God van Israël’. Dit is niet de eerste en de laatste keer dat het volk van Israël de Jordaan oversteekt richting beloofde land. Het hele reisverhaal van Jakob wordt hier samengevat door zijn vertrekpunt en zijn aankomstplaats te vermelden. Van Paddan-Aram naar Sichem. Hij volgt de weg van zijn voorvader. We horen hier een herhaling van de geschiedenis van Abraham die ook vertrok uit Haran. Deze gelijkenis is blijkbaar sterker dan de keuze van Jakob om zijn vader op te zoeken bij zijn terugkomst. Genesis 12,4-6: 4 Toen trok Abram weg, zoals Jahwe hem had opgedragen, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar toen hij Haran verliet. 5 Met zijn vrouw Sarai en met Lot, de zoon van zijn broer, met al hun bezittingen en met degenen die zij in Haran in dienst hadden genomen, ging Abram op weg naar Kanaän. In Kanaän aangekomen, 6 trok Abram het land in, tot bij de heilige plaats van Sichem, de eik van More. Toentertijd waren de Kanaänieten nog in het land. Twee generaties verder is er niet zoveel veranderd. Nog steeds is Kanaän bewoond door andere volken en zijn de Hebreeuwen er te gast. Ze kunnen er hun tenten opslaan buiten de steden maar hebben geen vaste woonplaats. Dat is nu eenmaal de levenswijze van nomaden met kudden. De uitdrukking dat Jakob in “shalem”, in vrede toekwam in Sichem, is in overeenstemming met de belofte van Genesis 28,21. Dit wijst eropJordaan oversteken,Hebreeuwen steken over,herhaling van de geschiedenis van Abraham,van Haran naar Sichem,Kanaän bewoond door vreemde volken,Jakob komt in "shalem"- vrede - toe,Hebron,Gerar,Berseba,koopt stuk land,niet zo domme ezel,Hemor,ezel drager van nobele en gezegende personen, dat zij als nomaden geduld worden. In de vroegere nederzetting rond Hebron, Gerar en Berseba evolueerden de Hebreeuwen naar een halfnomadisch bestaan en deden ze aan landbouw dan waren ze soms minder gegeerd. De aankoop van het stuk land door Jakob verloopt probleemloos omdat het alleen maar bedoeld om zijn tent op te slaan.

Jakob koopt dat stuk land van de nakomelingen van Hemor waarvan Sichem een zoon was. Naar de zoon werd de stad genoemd. Abraham was de laatste die een stuk land had aangekocht. Dit was de begraafplaats van Makpela.

De naam Hemor is afgeleid van mannelijk ezel, “chamor” in het Hebreeuws. Het familiewoord “chamar” verwijst dan naar bevuilende leem wat kan verwijzen naar de kleur van de ezel en naar de leemkleurige grond in Sichem. Dit verband kan ook verwijzen naar het bevuilen van de visie van de stam van Jakob. In de Bijbelverhalen zijn de ezels niet als dom maar eerder afgeschilderd als waardevol1 grillig en eigenzinnig. Ze zijn in deze gebieden de nobele en gezegende, voorzichtige en vredevolle dragers van belangrijke personen zoals mythische figuren, koningen en profeten2. Een deel van de mythe over de domheid, en ook de uitdrukking zo koppig als een ezel verwijzen naar andere vaststellingen. Bij dreigend gevaar blijven ezels stokstijf staan, het zijn geen vluchtdieren. Een bange ezel doet echt niet meer wat de eigenaar wilt, en dat wordt bestempeld als ‘koppig’, maar ook als ‘dom’ omdat ze niet onmiddellijk vluchten voor gevaar.

 

1 Heel wat wetten om de bezitter van een ezel te beschermen in Exodus 21,33 en 22,3 en 9; Deuteronomium 22,4 …

2 Numeri 22 het verhaal van de ezelin van Bileam. Genesis 16,12; 2 Samuel 16,2; 1 Koningen 1,33 en 38-40;  Rechters 5,10 en 10,3. Mari-tabletten uit Syrië.

Post een commentaar