05 juli 2017

Mateloze reactie van Israël.

Dina de dochter van Jakob, die een naam kreeg, vervult in dit verhaal een passieve rol. Haar naam klonk niet voor niets als gerechtigheid in het Hebreeuws. Genesis 34,7: 7 Toen Jakobs zonen van het veld terugkwamen en van de zaak hoorden, voelden zij zich beledigd en waren woedend, want door gemeenschap te hebben met Jakobs dochter had Sichem een schanddaad in Israël begaan, iets ongehoords. Voor de onderhandelingen met Hemor aangevat werden, wordt ons het standpunt van de broers van Dina duidelijk afgelijnd. Zij zijn de aartsvaders van de stammen van Israël.

De gevoelens van de broers worden uitgedrukt door twee Hebreeuwse werkwoorden die elkaar aanvullen. “Atsab” en “charah”. Enerzijds wijzen deze op een bedroevende1 pijnlijke wonde die woede opwekt en anderzijds op een laaiend gevoel2 van woede. Het is zonde dat het zo moet lopen, zouden we kunnen zeggen. Dit maakt de mensen boos, ja zelfs woedend. Het werkwoord “charah” laat zelfs vermoeden dat de broers hun zelfcontrole zullen verliezen. Ze verliezen hun beheersing zoals eerder beschreven een wilde woede zich meester maakte van Kaïn3 en zijn gezicht grimmig werd.

Het hebben van gemeenschap door Sichem met een de dochter van Jakob was de Dina is gerchtigheid,standpunt van de zonen van Israël,opgewekte woede,pijnlijke woede,verliezen zelfcontrole,de dwaasheid van Sichem,gemeenschap met een onbesnedene is een schanddaad,verkrachting is te regelen,huwen binnen de stam,schanddaad. Zo werd hij het doelwit van de woede van de broers van Dina. De Hebreeuw gebruikt een andere term dan schanddaad. Het is een dwaasheid, “nebalah” in het Hebreeuws. Dit is de inschatting van Israël. De tekst is vertaald als “in” Israël. Dit wijst dan eerder op de tijd dat er al een wetgeving was voor het volk van Israël en lijkt dus op een latere interpretatie van een van de priester-schrijvers van dit verhaal. Ook de term “dwaasheid” samen met “in Israël” wijst in de richting dat de wetten of voorschriften van het verbond overtreden werden4. Nu is Israël nog geen volk maar nog een groot gezin en voelt deze uitdrukking als een grootsprakerig verwijt aan het adres van de Sichem. Zo geven ze lucht aan hun verontwaardiging omwille van de misdaden tegen de eer en de roeping van Israël als het volk van God.

De schanddaad is niet de verkrachting van hun zuster maar het hebben van gemeenschap met haar. In de latere wetgeving lezen we dat er voor verkrachtingen een regeling bestaat. Deuteronomium 22,28-29: 28 Wanneer een man een maagdelijk meisje ontmoet dat nog niet verloofd is, haar vastgrijpt en gemeenschap met haar heeft, en wanneer zij op heterdaad betrapt worden, 29 moet de man die gemeenschap met dat meisje heeft gehad aan haar vader vijftig zilverstukken betalen. Hij moet haar huwen, omdat hij haar verkracht heeft; zijn leven lang heeft hij niet meer het recht haar te verstoten.

Het ongehoorde is dus zonder twijfel het gemeenschap hebben met iemand van een andere stam. Het gebrek aan respect voor de Hebreeuwse vrouwen werd al meer dan een keer afgedwongen. Telkens werd hun integriteit zelfs beschermd door bovennatuurlijke tussenkomsten. Het mannelijk nageslacht van Abraham werd ook aangeraden te huwen binnen de eigen familie. Dit alles om de besnedenheid van hart zuiver te houden en te beschermen voor de volgende generaties.

 

1 Genesis 6,5-6. 5 Toen Jahwe zag hoezeer op de aarde de boosheid van de mensen was toegenomen en hoezeer de begeerte van hun hart de hele dag naar het kwade uitging, 6 kreeg Hij spijt dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en Hij was er zeer verdrietig om.

2 Genesis 31,36; 1 Samuël 15,11.

3 Genesis 4,5b.

4 Deuteronomium 22,21; Jozua 7,15.

Post een commentaar