11 juli 2017

Ruime interpretatie van besnijdenis en gemeenschap hebben.

De reactie van de zonen van Jakob gaat rechtstreeks naar de kern van het probleem van gemengde huwelijken. Genesis 34,13-14: 13 Toen gaven Jakobs zonen aan Sichem en aan zijn vader Hemor een listig antwoord, omdat hun zus Dina onteerd was: 14 ‘Dat kunnen wij niet doen; wij kunnen onze zus niet aan een onbesnedene geven, want dat is een schande voor ons. De zonen van Jakob geven een listig antwoord aan Hemor en Sichem. Er staat in het Hebreeuws dat het een antwoord was met bedrog, “mirmah”. Di is net hetzelfde woord als toen Isaak ondervond dat hij bedrogen was door Jakob1. Dezelfde stam “ramah” werd door Jakob gebruikt als hij het bedrog van Laban aan de kaak stelde. Hij had ondervonden dat Laban niet de beloofde Rachel aanbood en zijn dochters verwisselde. Hij stuurde de gesluierde Lea eerst in het duister van de nacht om het huwelijk te voltrekken2. De woorden die de zonen spreken zijn vol bedrog. Het is opmerkelijk dat de zonen alleen het woord nemen hoewel zowel Jakob als zijn zonen aangesproken werden door Hemor en Sichem. Jakob spreekt in deze kwestie geen bedrieglijke taal en gedraagt zich als een “ish”, een verheven mens.

Het onteren van Dina is de kwestie. Dit onteren is voor de Hebreeuwen het gemeenschap hebben met een onbesnedene3. Het gemeenschap hebben gaat hier veel verder dan de geslachtsdaad op zich. Het opnemen van een Hebreeuwse in een andere stam is een ontering. Vooral als dit op een dwingende manierbesnijdenis,bedrog,hemor,sichem,mirmah,jakob,gemeenschap met onbesnedene,besneden van hart,schande,ondertrouw gebeurt. Vandaar dat de term verkrachting hier gebruikt werd om duidelijk te maken dat dit alles gebeurde zonder instemming van Dina maar ook zonder de goedkeuring van haar vader en broers. Zelfs al is de feitelijke toestand nu anders en woont Dina reeds bij Sichem toch kunnen de broers niet toestemmen. Ze kunnen dus niet toestemmen in de vraag van Hemor en Sichem om hun zus ten huwelijk te geven. Het bedrog van de zonen van Jakob komt er op neer dat zij niet uitleggen welke betekenis de besnijdenis heeft voor de Hebreeuwen. Genesis 17,11: 11 Uw voorhuid moet gij besnijden: dat zal het teken zijn van mijn verbond met u. De Chiwwieten waren een van de stammen die in Kanaän woonden die niet besneden waren. Ze behoorden zoals de Feniciërs tot de volken uit andere culturen die in de loop van de geschiedenis waren binnengetrokken in Kanaän. Bij hen bestond er geen traditie om de voorhuid van de penis weg te nemen. Bij veel andere stammen in Kanaän werd die besnijdenis wel toegepast en toch werden daar ook gemengde huwelijken gemeden in de familietraditie van Abraham en Isaak4. Dat een besnedene ook besneden van hart is doordat hij zich engageert in het verbond met de Ene, komt niet aan bod in de verklaring van de broers van Dina. Ze stellen alleen dat het een schande, “cherpah” zou zijn als ze zouden toestemmen in een huwelijk van hun zuster Dina met een onbesnedene. Dit Hebreeuws woord is vertaalbaar met berisping, verwijt, schande en is afgeleid van het werkwoord “charaph”. Dit werkwoord wordt in speciale omstandigheden ook vertaald met ondertrouwen, het aangeven van het voornemen om te trouwen, maar ook met blootleggen, in gevaar brengen en lasteren. De broers willen de verwijten ontlopen terwijl Sichem zich vrijpostig en dominant gedroeg zonder zich vragen te stellen.

 

1 Genesis 27,35.

2 Genesis 29,25.

3 Genesis 17,11.

4 Genesis 24,3 en 28,1 en 8.

Post een commentaar