25 juli 2017

Dichter bij de Ene om te leren “beter te leven”.

Meer dan twintig jaar later was de opgerichte steen in Betel de aanzet tot de bouw van een altaar op die plaats. Op dit altaar zou geofferd worden om de Ene te danken. Dit offeren was in de voorgeschiedenis van de Hebreeuwen ook al gebruikelijk. Het offer van Kaïn en Abel1 is daar een eerste bewijs van in de Schrift. We herinneren ons ook dat Noach, de voorvader van de Hebreeuwen, de Ene dankte na zijn redding uit een verdorven wereld met een offer waarvan de geur in de smaak viel van Elohiem2. Dit was het dankoffer op de berg Ararat dat gevolgd werd door het veelzeggende prachtige teken van de regenboog.

Abraham als eerste Hebreeuw richtte zijn eerste offeraltaar op in Sichem bij een heilige plaats waar de eik van More stond3. Uit dankbaarheid offerde hij daar, na een verschijning waarin hij de bevestiging kreeg dat dit land zou in bezit zou genomen worden door zijn nageslacht. Bij de terugkeer van zijn kleinzoon, Jakob, op deze plaats kwam deze belofte echter nog4 niet uit. Ook ten oosten van Betel in het gebergte richtte Abraham een altaar op om de Ene te aanroepen. Verder bouwde Abraham nog altaren in Hebron en op de berg in Moria6. Als pionier in het beloofde land bouwde hij veel ankerpunten voor latere generaties. Zijn zoon Isaak was een minder bedrijvige aartsvader en bouwde maar enkel een altaar in Berseba7. Zijn kleinzoon echter had voor hij het altaar in Betel bouwde er al een gebouwd in de bergen van Gilead en een in Sichem8. Op veel van deze altaren werden dieren in dank geofferd. Vaak wordt ook beschreven dat er een vredesmaaltijd gehouden werd. Deze maaltijd met vlees was een feestmaaltijd voor het volk dat een bereiktealtaar na twintig jaar in betel,offeren gebruikelijk,altaar in sichem,altaar op de berg van moria,god van jakob wordt god van volk van israël,verbond met hele stam,vestigen in betel,bestendigen van verbond,nieuwe levensstijl,tienden overeenkomst vierde voor het aanzicht van de Ene.

Het offer op het altaar in Betel is een dankoffer van Jakob aan de Ene maar tegelijk ook een confrontatie van de stam van de aartsvader met de Ene. De god van Jakob wordt nu ook de god van de eerste telgen van het volk van Israël. Het verbond dat tot nu bestond voor de aartsvaders wordt een verbond met een hele stam. Dat vereist het besneden worden van hart. Heel Israël gaat een engagement aan om de Ene te erkennen als hun god. Er wordt in Betel een mensenhuis, de verderzetting van de stam van Abrahammensen, gebouwd voor de Ene9. De Hebreeuwse term “beth” betekent inderdaad zowel huis als familiestam10. Zoals bij vele offeraltaren gebeurt deze bezegeling op een berg.

Het volk moet zich vestigen in Betel, klonk het bevel van de Ene aan Jakob. Dit vestigen is niet alleen het wonen in het huis van de Ene maar betekent ook het erkennen van de Ene als god en het wandelen in het spoor van de Ene. Het is de overeenkomst te leven als besnedenen van hart die bevestigd wordt. Dit wordt de basis van de nieuwe levensstijl die verder zal ontwikkeld worden in evenredigheid met de omstandigheden waarin de nakomelingen van Abraham terechtkomen. Het verbond is nu niet langer een individuele inzet. Het verbond wordt uitgebreid tot een gemeenschap die zich Israël mag noemen. De gemeenschap zal in zijn latere structuren nood hebben aan een organisatie. De priesters, die de steunpilaren zullen worden van het verbond, zullen in de toekomst door de eerder vermelde tienden voorzien worden voor de religieuze en maatschappelijke realisatie van het verbond. De latere tempel staat niet alleen als materiële constructie maar eveneens als een gemeenschap van mensen, een mensenhuis.

 

1 Genesis 4,3-4.

2 Genesis 8,20.

3 Genesis 12,7.

4 Genesis 15,13.

5 Genesis 12,8.

6 Genesis 13,8 en 22,9.

7 Genesis 26,25.

8 Genesis 31,45-46 en 51 en Genesis 32,20.

9 Genesis 28,22.

10 Genesis 17,23; Genesis 34,19 …

Post een commentaar