26 juli 2017

Een ander leven en een andere visie zijn noodzakelijk voor heel de stam.

Jakob betrekt zijn familie en allen die tot de stam behoren bij de oproep die hij kreeg om een altaar te bouwen. Hij laat iedereen meestappen in het verbond zoals het door de Ene voorgesteld werd aan Abraham1. Genesis 35,2: 2 Jakob zei toen tegen zijn familie en tegen iedereen die met hem meetrok: ‘Doe de vreemde goden weg die jullie bij je hebben, reinig je en trek andere kleren aan. Voor hij vertrok uit Sichem richting Betel waren er enkele zaken die het volk achterwege moest laten. Een volk dat besneden van hart wil zijn, kan zijn hart niet naar andere waarden richten.

De levenswandel van de Hebreeuwen had hen in contact gebracht met veel andere culturen, gewoonten en goden. Daarbij hadden ze kans om te leren uit hun positieve ervaringen en uit hun eigen fouten. De houding van Abraham met de omwonende stammen wierp meer vruchten af dan het bedrog en de vijandschap met andere volken. Dit was een van de voorbeelden waaruit ze tot de slotsom konden komen dat standvastige eerlijkheid en behulpzaamheid voor andere culturen respect opbrengt voor de eigen leefwijze. Daarom is het zeker niet nodig ontrouw te worden aan de eigen identiteit, in tegendeel. Deze eigenheid van het Hebreeuwse volk werd stapsgewijs gevormd en was regelmatig toe aan aanpassingvolk stapt mee in verbond,reiniging,veranderen van uitzicht,besneden van hart,eerlijk en behulpzaam,jakob individu,israël als volk,sichem,goden van vreemdelingen,rein offeren en bidden aan nieuwe omstandigheden. Na de vijandschap die het gevolg was van het bedrog en de moordpartij in Sichem verwijt een ontgoochelde Jakob zijn zonen. De toekomstige stamvader voelt aan dat er dringend nood is om zijn volk bij de les van hun geschiedenis te houden.

Het liep, zo bekeken, mis door invloeden die de nieuwe leden van de stam meebrachten. Jakob die als individu vertrokken was naar Haran bouwde zijn stam uit met mensen die vreemd waren aan de grondslagen van zijn levensvisie. In Haran kwamen zijn vrouwen en heel wat dienaren van Aram zijn stam vervoegen. Jakob stond alleen met zijn ideeëngoed tegenover al zijn stamgenoten. Hij kon echter iedereen overtuigen naar een beter leven en naar nieuwe oorden te trekken en maakte toen al gewag van zijn god. Zijn god bestond, in de realiteit van het denken in de stam, naast de andere goden. Dit komt naar voor in het verhaal van Rachel die de teraphim van thuis meesmokkelde en in het offer in het gebergte van Gilead dat opgedragen werd voor het aanschijn van de gezamenlijke goden3. Alleen Jakob richtte zich tot de Gevreesde van zijn vader. Nu ook nog alle vrouwen en kinderen uit Sichem massaal ingelijfd werden4 bij de stam komen opnieuw heel wat vreemde gewoonte en goden binnen. Er ontstaat een veelheid aan goden en levenswijzen. Niet de vreemde goden maar de goden van de vreemdelingen zou de correcte vertaling zijn van het Hebreeuws “elohim nekar” afgeleid van “nakar” dat vreemdeling is. Met een manier van denken bij de meeste stamgenoten die zo verscheiden is binnen de stam kan geen eenheid bestaan. Daarom moeten al deze goden en de cultuur, die daarmee in verband staat, afgezworen worden.

De tweede opdracht die Jakob geeft aan alle leden van zijn stam voor ze kunnen vertrekken naar Betel is hun reiniging. Deze reiniging wordt uiterlijk gesymboliseerd door het aantrekken van nieuwe kleren5. Een nieuwe uiterlijke verschijningsvorm staat in relatie tot een andere levenswijze gesteund op de waarden die de Hebreeuwen gaandeweg leerden respecteren. Jesaja omschrijft het met een toepasselijke tekst voor de zonen van Jakob. Reinheid is een voorwaarde om te bidden en te offeren voor de Ene. Jesaja 1,15-16: 15 Wanneer gij uw handen uitstrekt, sluit Ik mijn ogen voor u, zelfs als gij uw gebeden vermenigvuldigt, luister Ik niet naar u: uw handen zitten vol bloed. 16 Wat u, reinigt u! Uit mijn ogen met uw misdaden! Houdt op met kwaad doen. 17 Leert liever het goede te doen, betracht de rechtvaardigheid, helpt de verdrukten, verschaft recht aan de wezen, verdedigt de weduwen. Leef anders is de kern van deze oproep van de profeet. Jakob roept al zijn stamgenoten op tot een andere visie en tot een beter leven alvorens iedereen naar Betel kan vertrekken.

 

1 Genesis 17,10-14.

2 Genesis 31,34.

3 Genesis 31,53-54.

4 Genesis 34,29.

5 Exodus 19,10-14.

Post een commentaar