27 juli 2017

Jakob vertelt over de Ene.

Na het weren van de invloeden en de levenswijzen die vreemd zijn aan de weg van de Ene is er ruimte om Israël opnieuw te besnijden. Er is door het onrecht dat gepleegd werd door de zonen van Jakob nood aan een vernieuwde vorming, een besnijden van het hart, van het uitverkoren volk. De zonen en de dochters moet opnieuw geleerd worden hoe ze rechtschapen en deugdzaam dienen te leven. Dat werd eerder ook duidelijk voor Abraham toen hij de vernietiging van het arrogante Sodom niet kon verhinderen. Genesis 18,17-19: 17 Jahwe dacht: `Zou Ik voor Abraham geheim houden wat Ik van plan ben? 18 Want Abraham wordt zeker een groot en machtig volk, en door hem zullen alle volken van de aarde zegen ontvangen. 19 Ik heb hem immers uitverkoren; zijn zonen en zijn nageslacht moet hij leren, zich door een rechtschapen en deugdzaam leven aan de weg van Jahwe te houden, dan kan Jahwe zijn plan met Abraham verwerkelijken.' Jakob is er zich nu ook bewust dat wat gebeurde in Sichem onwaardig was voor het uitverkoren volk waarmee de Ene grootse plannen heeft. Ze hebben een levensles nodig. Genesis 35,3: 3 Wij gaan naar Betel; ik wil daar een altaar oprichten voor de God die mij verhoord heeft toen ik in moeilijkheden verkeerde, en die mij beschermd heeft op mijn reis.’ Het offer kunnen we vergelijken met het offer van Abraham die zijn zoonweren invloeden van buitenaf,rechtschapen en deugdzaam,het besnijden van het hart,vok van god is inspiratie voor andere volken,voorbeeld voor de volken,levensles leren,god was jakob nabij en nu het volk Isaak bond aan het verbond op de berg van Moria. Nu bindt Jakob zijn volk door het offer in Betel. Nadat telkens nadruk gelegd werd op de persoonlijke god van de stamvaders komen we nu op het niveau van een god voor een volksstam. Deze denkwijze was aanvaard in de regio omdat elk volk zijn eigen god had. De universele zegen die echter uitgaat van dat Hebreeuwse godsvolk zal de Ene tot god maken van alle volken. Dit proces, dat het plan van de Ene is met de mensheid, is nu nog steeds niet afgerond omdat het volk van god er niet in slaagt een zegen te zijn voor alle volken.

Jakob maakt de volgende stap kenbaar. Na het afsluiten van de invloeden van alle andere volken gaat het volk nu hogerop, “alah” in het Hebreeuws, naar het huis van de Ene, Betel. Ze zullen thuis komen en zich hopelijk thuis voelen bij de god van de aartsvaders. Jakob legt het volk uit dat het deze onstuitbare god is die oor had voor de ellendige situatie waarin Jakob door zijn eigen schuld verzeild was. Er staat in het Hebreeuws de dag van mijn angst, van mijn nood, van de vijandigheid tegen mij, “tsarah”. Geen straffende god maar een barmhartige god die onvoorwaardelijk beschermt. Het is deze god die we als Israël zullen erkennen als onze god, het is in het huis van deze god dat we zullen wonen en het is voor deze god dat we in dankbaarheid zullen offeren. Nu omschrijft Jakob hoe zijn persoonlijk ervaringen met El Shadday is. Hij maakt een samenvatting van de droom die hij had toen hij helemaal alleen en op de vlucht voor zijn broer Esau1 in het niemandsland van Luz aankwam. Zijn stam erkent in het verhaal van hun stamvader hun eigen verhaal van wat gebeurde in Sichem. Ze begrijpen de wens van Jakob voor zijn volk zoals deze klinkt in Psalm 20,2: 2 Dat Jahwe u verhore in dagen van nood, Jakobs God - houde zijn naam u staande. Het was deze god die ook Jakob nabij was2 en waarvoor hij nu een dankoffer zou opdragen.

 

1 Genesis 28.

2 Genesis 28,20-21 en 31,3.

Post een commentaar