28 juli 2017

De vreemde goden werden achtergelaten in Sichem.

Na de uitnodiging om afstand te doen van de vreemde invloeden en om te vertrekken naar Betel, reageren de mensen van de stam van Jakob. Genesis 35,4: 4 Toen gaven zij aan Jakob al de vreemde goden die zij hadden, en ook de oorringen die ze droegen; en Jakob, begroef alles onder de terebint bij Sichem. De stam van Jakob was samengesteld uit mensen uit Haran in Paddan-Aram en uit Sichem in Kanaän. Alleen Jakob was een rechtstreekse nakomeling van Abraham. Bij de Hebreeuwen kende men geen beeldjes van de Ene of van meerdere goden. Bij de andere stammen was er meestal een oppergod die voor specifieke doeleinden bijgestaan werd door bijgoden. Laban bad voor de god van zijn voorvader maar had ook nog huisgoden. Het zijn die huisgoden, teraphim, die Rachel meenam1. De gevoelswaarde die Laban toekende aan die goden was blijkbaar vrij groot. Vandaar dat hij deze huisgoden terugvorderde en controleerde of ze ergens tussen de goederen van de vertrekkende stam van Jakob te vinden waren. Ook de stam van Sichem had ongetwijfeld een oppergod en enkele hulpgoden.

De oorringen hadden ook een bijzondere betekenis. De ringen in het oor of de neus waren een teken van binding. Dit weten uit de passage waar de knecht van Abraham Rebekka een ring door haar neus stak2. Ongetwijfeld waren nog heel wat vrouwen, die uit Sichem werden meegevoerd als slavinnen, nu weduwen. De binding met hun man en met hun traditie3 werden door zichtbare ringen bevestigd. Om afstand te doen van hun verleden moesten die tekenen verdwijnen.sichem,achterlaten vreemde goden,symbolen en beeldjes begraven,huisgoden,laban,rachel,oppergod met hulpgoden,ring teken van binding,eik van more,andee goden verontreinigen,autonoom volk met meegevoerde vrouwen

Jakob begroef alles onder de terebint bij Sichem. Nergens staat er iets over die beeldjes, de teraphim, die Rachel had meegenomen uit het huis van haar vader. Het gaat hier eerder over de ringen en symbolen die toebehoorden aan de vrouwen die door de zonen van Jakob waren meegevoerd uit Sichem. Jakob begroef al die symbolen onder de eik in Sichem. Hij doet afstand van deze waardevolle stukken en geeft ze terug aan Sichem. Hij plaatst deze symbolen onder de terebint van Sichem. Deze boom kennen we van toen Abraham in Kanaän aankwam en er een altaar bouwde bij de eik van More, de heilige plaats van Sichem4. De religieuze symbolen van het volk van Sichem blijven waar ze thuis horen. Ze worden begraven onder die waarzeggersboom, de van oudsher heilige plaats van de Kanaänieten, die nu overgenomen werd door de nieuwe bewoners van de stad. Het Hebreeuws spreekt niet van begraven maar over het verstoppen, “taman” dat bijna klinkt als “tame” dat verontreinigen betekent. De morele verontreiniging werd begraven. Dit is een bevrijding voor alle kinderen en vrouwen uit Sichem van de verplichtingen die vastzaten aan die symbolen. Nu kunnen ze ten volle behoren tot de stam van Israël en offeren op een andere plaats door de Ene aangewezen5. Betel, het huis van de Ene wordt nu een belangrijke religieuze plaats voor de Hebreeuwen. Door het verstoppen van de symbolen van de verbintenissen van de vrouwen van Sichem wordt ook het verbod van de gemengde huwelijken omzeild voor de zonen van Israël en kan de stam een groter en autonoom volk worden. De vrouwen van Sichem krijgen een nieuw bestaan en hoeven niet in heimwee terug te denken aan hun vroegere leven6.

 

1 Genesis 31,30-35.

2 Genesis 24,30 en 47.

3 Hosea 2,15.

4 Genesis 12,6; Jozua 24,26; Rechters 9,6.

5 Deuteronomium 12,2-7.

6 Genesis 31,30.

Post een commentaar