31 juli 2017

Prinsen van de Ene.

Toen ze vertrokken uit de streek van Sichem vreesde Jakob de vijandschap van de bewoners van de omliggende gebieden. Door hun wandaden hadden de Hebreeuwen de woede van de stammen die al lang in de streek woonden op de nek gehaald. Ze zouden als kleine stam worden uitgeroeid als wraak voor hen bedrieglijk uitmoorden van de mannen van Sichem en voor het plunderen van de stad. Genesis 35,5: 5 Toen zij opbraken, werden de steden in de omtrek door God met schrik geslagen, zodat zij de zonen van Jakob niet durfden achtervolgen. Jakob had toen ze in vrede en goeden doen aankwamen in Sichem een stuk land gekocht. Nu zal hij onder druk van de Kanaänieten toch vertrekken naar hogere en veiliger oorden. Niemand had dit verwacht. De Ene heeft Jakob het bevel gegeven op te klimmen naar Betel. De Ene grijpt in door Jakob snel te inspireren om te vertrekken naar Betel. Deze situatie is te vergelijken met toen Jakob angst had voor de wraak van zijn broer en van zijn oom. Hij had hen beiden bedrogen. Bij Esau kreeg hij de steun van het leger van de Ene. Esau werd door de omstandigheden mild voor zijn broer. Ook Laban werd door een droom aangemaand tot een milde houding tegenover Jakob die met de verworven rijkdom zonder afscheid te nemen vertrokken was.

Deze keer kan opnieuw heel de stam van Jakob ontkomen en vluchten naar Betel.vrees voor vijandschap,woede van andere stammen,snel vertrek,vlucht naar betel,opnieuw is betel een etappe in te vluchten,geen achtervolging,betel hoger dan sichem Er is sprake van de “chittah” van “Elohiem”. Dit is afgeleid van het werkwoord “chathath” dat bang maken betekent door geweld of verwarring. We kunnen dan hierbij enkele veronderstellingen maken. De reactie van de stam van Jakob was zo snel dat de nabijgelegen steden verward geraakten en de tijd niet hadden om een gezamenlijke actie op touw te zetten. Het is minder waarschijnlijk dat ze vreesden hetzelfde lot te ondergaan als ze in de verleiding kwamen een vrouw uit die stam tot vrouw te nemen. Zij hadden niet zoals de zonen van Hemor de behoefte alle vrouwen van de Hebreeuwen te huwen om er zelf beter van te worden en een groter volk te worden.

Het is het ontzag voor de god van de Hebreeuwen doordat zijn volk zonder twijfel heel standvastig en zelfverzekerd de weg van hun god volgt2. Hun god bleef telkens bij hen op een bijzondere en herkenbare manier. Ze werden beschermd door hun inspirerende god3, die hier nu Jakob als aartsvader het advies gaf te vertrekken naar Betel.

Daarom gingen ze niet in de achtervolging, “radaph” in het Hebreeuws. Dit achtervolgen leert ons dat de steden in de omtrek in snelheid genomen werden door de plotse vlucht van Jakob. Omdat nomaden hun tenten snel kunnen opbreken en vertrekken, hadden de stedelingen zelfs nog geen afspraak kunnen maken om de moordpartij in Sichem te vergelden. Zij komen te laat om de Hebreeuwen een lesje te leren. Bij de achtervolging zouden daarenboven immers steeds in een lagere en strategisch meer kwetsbare positie staan.

 

1 Genesis 34,30.

2 Exodus 16,16-17.

3 Genesis 23,5-6.

Post een commentaar