01 augustus 2017

Bevrijd van het verleden wonen ze in het huis van de Ene die ze erkennen.

Jakob en zijn stam kwamen aan bij de sierlijke amandelbomen die in het bergachtige bieden van Betel in een uitbundige bloei stonden. De zoete geur kwam hen tegemoet en iedereen voelde het aan als een nieuw begin. Genesis 35,6-7: 6 Toen Jakob met al zijn mensen in Luz, ook wel Betel genoemd, in Kanaän was aangekomen, 7 bouwde hij daar een altaar en noemde de plaats ‘God van Betel’, omdat God zich daar aan hem geopenbaard had, toen hij op de vlucht was voor zijn broer. Ze hadden het land van Kanaän niet verlaten en waren alleen wat hogerop getrokken om te ontsnappen aan de vergelding van de Kanaännieten van de steden rond Sichem. Ze kwamen tot rust en Jakob bouwde er een altaar voor de god dieamandelboom,luz,betel,kanaän,twintig jaar geleden,gelijkenis met abraham,el elohim yisrael,el shadday,jakob hem in de tijd openbaarde aan hem. Voor Jakob is het een opnieuw tot rust komen. Wat Jakob meer dan twintig jaar geleden beleefde komt hem klaar voor de geest. De amandelbomen, de geur en vooral de betekenisvolle droom die hij op deze plek had. Hij wist dat hij in Betel zou terugkomen en had daarom een steen rechtgezet. Nu heeft hij voldoende middelen en mensen om er een altaar te bouwen en er een tiende van zijn veestapel in dank te offeren. Het verblijf in het huis van de Ene zou een feest worden voor heel zijn stam, vrouwen en kinderen uit Sichem en heel het volk dat meekwam uit Haran.

We merken dat Jakob veel gemeen heeft met zijn grootvader, Abraham. Abraham vertrok ook uit Haran en kwam aan in Sichem waar hij zijn eerste altaar bouwde. Daarna trok hij verder het gebergte in en bouwde er nog een altaar voor Jahweh in de nabijheid van Betel1. Treffend verschil is dat het altaar van Abraham in Sichem er komt naar een beloftevol visioen van de Ene. Het altaar van Jakob in Samandelboom,luz,betel,kanaän,twintig jaar geleden,gelijkenis met abraham,el elohim yisrael,el shadday,jakobichem bouwt hij uit dank voor, “el elohim Yisrael” de machtige god van Israël2 omdat hij samen met zijn stam terug in het land van Kanaän komt. Ook de naam Betel waar hij dan zijn volgende altaar bouwt verwijst naar die machtige god, El. De hier vermelde reden van het bouwen van dit altaar is omdat “elohim” hem daar verscheen toen hij vluchtte voor zijn broer Esau. Nu zit ook het volk van Israël in een gelijkaardige situatie waar er gevlucht moet worden omwille van bedrog. Het weefsel van deze tekst verwerkt een reeks gelijkenissen maar is dan anderzijds weer heel uniek.

Aanvankelijk maakte de “El” van Betel zich kenbaar als de God, Elohim, van Abraham en Isaak. El Shadday3. Dit is telkens de persoonlijke god van de aartsvaders. De god van Jakob nadat hij bij zijn droomgevecht4 zijn zendingsnaam kreeg wordt de god van Israël. Israël heeft, zoals we voorheen beschreven5, meerdere betekenissen. Zo wordt Elohim niet alleen de god van Jakob maar ook die van het volk Israël.

 

1 Genesis 12,5-8.

2 Genesis 33,20.

3 Genesis 28,3.

4 Genesis 32,29.

5 zie bijdrage: Altaar voor ‘El, de God van Israël’.

Post een commentaar