03 augustus 2017

De autonomie van Jakob tekent zich scherper af.

Jakob is diep bedroefd om het verlies van de steun van Debora die zijn moeder vertegenwoordigde. In zijn verdriet heeft hij dringend nood aan steun. Hij neemt zijn toevlucht door terug te denken aan zijn visioenen. Genesis 35,9-12: 9 Toen Jakob uit Paddan-Aram terugkeerde, verscheen God hem opnieuw en sprak deze zegen over hem uit: 10 ‘Uw naam is wel Jakob, maar voortaan zult u geen Jakob meer heten, maar Israël.’ Zo gaf Hij hem de naam Israël. 11 Ook sprak God tot hem: ‘Ik ben God de Almachtige. Wees vruchtbaar en word talrijk, een volk, een menigte van volken zal uit u voortkomen, en koningen zullen uit uw lendenen afkomstig zijn. 12 Het land dat Ik aan Abraham en Isaak heb gegeven, geef Ik aan u en ook aan uw nakomelingen.’ De schrijver brengt een aantal elementen uit verschillende visioen bijeen om een globaal beeld op te hangen van de persoon die Jakob zou moeten worden. De eerste passage die vermeld wordt, is het besluit van het nachtelijk gevecht in Peniël. Dit visioen was minstens twintig jaar later en wordt nu in de eerste plaats vermeld. Genesis 32,29: 29 Toen zei hij: `Voortaan zult gij geen Jakob meer heten, maar Israël, want gij hebt met God gestreden en met mensen en gij hebt hen overwonnen.' Daardoor kom de geroepen Jakob in het zicht en wordt hij aangesproken maar ook zijn volk wordt aangesproken. Het tweede element is een licht gewijzigde versie, die uit het eerste visioen in Betel komt. Genesis 28,13-14: 13 Ineens stond Jahwe bij hem en zei: `Ik ben Jahwe, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak. Het land, waar gij op ligt, zal Ik aan u en aan uw nakomelingen geven. 14 Uw nageslacht zal zijn als het stof van de jakob,debora,paddan-aram,visioenen,peniël,vechten met god,vruchtbaar zijn in kanaän,strijden aan de zijde van de ene,zegen voor de mensheid,adam,ishaarde; gij zult u uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden; door u en uw nakomelingen zal zegen komen over alle geslachten van de aarde.

Deze twee goddelijke visioen klinken als ze samengevoegd worden iets anders dan in hun oorspronkelijke versie. Nu is Jakob aangesproken zoals zijn voorvaders die geroepen werden. Door het gebruik van de naam Israël wordt die roeping uitgebreid. Jakob en zijn stamgenoten moeten vruchtbaar zijn en het land Kanaän wordt hen beloofd. De zegen over alle geslachten van de aarde door Jakob en zijn nakomelingen wordt hier achterwege gelaten. Nogal logisch want de slachtpartij van Sichem, die nog vers in het geheugen ligt, kunnen we bezwaarlijk een zegen noemen. Toch zit die zegen verscholen in de naam Israël. De veelzijdige betekenis van deze naam houdt ook in dat er strijd geleverd wordt aan de zijde van de Ene1. Die strijd is een rechtvaardige strijd. Israël staat voor het strijden van de strijd van de Ene. Jakob en zijn volk worden één met het beeld van de Ene. Daarom worden zij de gezegenden van de Ene, zijn worden het volk van god, omdat ze omwille van hun vertrouwen open staan voor de genade. Het is deze zegen die Israël als man en als volk ook een zegen maken voor de mensheid. Dat deze opdracht in de geschiedenis niet steeds wordt waargemaakt komt door de spanning in de mensen tussen de aardse logica en hun goddelijke zending. De strijd aan de zijde van de Ene is meestal het gevolg van een strijd tussen het leven van alledag en het bovennatuurlijke ideaal. De worstelpartij van Jakob in Peniël is daar een sprekend beeld van. Het is dan een innerlijke strijd van de aardse logica versus de droom van de Ene met de mens. Een strijd tussen de Adam en de Ish. Deze strijd wordt hier duidelijk gemaakt door het reinigen en het resultaat van deze strijd is het dragen van nieuwe kleren2. De Hebreeuwen staan nu anders in het leven.

 

1 zie bijdrage: De veranderde Jakob krijgt een symbolische naam.

2 Genesis 35,2.

Post een commentaar