14 augustus 2017

Het einde van het verhaal van aartsvader Isaak.

Isaak besefte dat zijn tijd voorbij was toen hij zijn zoon terugzag met zijn stamgenoten. Vroegere contacten worden niet beschreven hoewel deze niet uit te sluiten zijn. Het samenwonen van de stammen zal echter onmogelijk geweest zijn omdat er in de regio onvoldoende weiden waren en omdat Jakob zich met zijn stam vestigde in de nabijheid van Bethlehem.

Isaak ondervond dat de invloed van zijn zoon op zijn stam en allen die erbij opgenomen waren zeer groot was. Isaak werd als zoon van Abraham gebonden in het verbond op de berg Moria en ging daarna wonen in het zuiden van Kanaän bij de bron van Lachai-Roy. Daar kreeg Isaak zijn bruid bezorgd door de knecht van Abraham. Daarna ging Isaak samen met zijn halfbroer Ismaël zijn vader begraven in de spelonk van Makpela. Vanaf toen was Isaak de aartsvader van het Hebreeuwse volk. Eigenlijk is er niet zoveel verteld over het mythische leven van Isaak en zit zijn geschiedenis als aartsvader samengebald van Genesis 25,11 tot Genesis 28,5. In deze hoofdstukken onderging hij meestal zijn leven. Hij werd geleefd volgens het verbond. Na zijn gebed in Genesis 25,21 komt er een tweeling bij zijn vrouw Rebekka in Genesis 25,26. Genesis 26,1 vertelt dat de honger hem met zijn stam naar Egypte drijft maar in een visioen komt hij te weet dat Gerar waar Abimelek koning was een betere plaats is. Daar was hij als zwerver te gast en werd de stam welvarend laat Genesis 26,12 weten. Maar moet Isaak uiteindelijk onder druk van de afgunstige bevolking van Gerar uitwijken naar Berseba en van Genesis 26,27 tot 26,31 deze vestiging bestendigd in een verbond met Abimelek. Het verhaal van Gerar lijkt precies een herhaling van het verhaal van Abraham. De verhaal dat Abraham daar beleefde wordt bijna letterlijk herhaald. Later in Genesis 27,33 stuurde Rebekka, de vrouw van Isaak hem zodat hij uiteindelijk Jakob zegende en niet zijn oudere eerstgeboren zoon Esau, die hij verkoos. Om twist te vermijden wordt Jakob weggestuurd door zijn vader Isaak om een vrouw te zoeken in Paddan-Aram. Vanaf dat moment speelt Isaak helemaal geen rol meer in het verder verloop van het Bijbelse verhaal. Na veel omzwervingen en verhalen van Genesis 28 tot Genesis 35, waar Jakob de hoofdpersoon was, komt hij op het einde van dit hoofdstuk ten slotte terug naar zijn vader Isaak. Genesis 35,27-29: 27 Jakob ging naar zijn vader Isaak, in Mamre bij Kirjat-Arba, nu Hebron geheten, de woonplaats van Abraham en van Isaak. 28 Toen Isaak honderdtachtig jaar was 29 gaf hij de geest en stierf; oud en verzadigd van jaren werd hij met zijn voorvaderen verenigd; zijn zonen Esau en Jakob begroeven hem. De man die al oud en blind was in Genesis 27 toen ze in Berseba woonden sterft nu pas na al die jaren zonder invloed isaak,invloed jakob groot,gebonden in verbond,weinig verhaal over isaak,ondergaat het leven,rebekka,berseba,gerar,esau,paddan-aram,mamre,kirjat-arba,blindheid van isaak,symbolische dood,zeer beperkte invloed van isaakvan betekenis voor het volk van de Ene onderweg. Zijn blindheid leert ons dat hij niet meer omkeek naar het verbond. Zijn ouderdom was de uitleg van zijn gemakzuchtig in het volgen van de weg van de Ene. Zijn dood wordt hier ingelast als een louter symbolisch feit want hij blijkt nu nog geen honderdtachtig te zijn zoals in vers 28 staat. Bij het natellen op basis van gekende leeftijden1 is hij jonger. De schrijver wil duidelijk maken dat nu zelfs de weinige betekenis die Isaak had nu helemaal wegviel toen de invloed van Jakob gold in Kanaän. Een nieuwe bloeiperiode van de stam van de Hebreeuwen kon zijn aanvang nemen. Zij werden Israël en streefden naar de herstel en de opleving van het verbond met de Ene.

 

1 Genesis 25,20 zegt dat Isaak 40 jaar is bij zijn huwelijk. Hij is 60 bij de geboorte van de tweeling volgens Genesis 25,26. Het vertrek van Jakob naar Haran was rond de periode dat Esau, die veertig jaar was, gehuwd was in Genesis 26,34. Dan is Isaak ongeveer 100 jaar. Tellen we de twintig jaar dat Jakob in Haran was daarbij dan zou hij nu ongeveer 120 jaar zijn. Het is niet mogelijk dat Jakob er dan nog eens 60 jaar over deed om naar zijn vader te trekken in Hebron. Jakob zou dan immers zelf 120 jaar zijn op dat moment en zijn zoon Jozef minstens 60 jaar. Genesis 47,28 spreekt dat tegen want we lezen dat Jakob nog zeventien jaar in Egypte leefde zodat hij honderdzevenenveertig jaar oud werd. Jakob was dus 130 geweest zijn toen Jozef meer dan veertig was.