18 augustus 2017

Leven bepaald door namen en stambomen.

Er wordt veel aandacht besteed aan de geslachtslijsten van de Hebreeuwen. Zelfs de afstammelingen van de zonen die buiten het verbond vallen, krijgen plaats in de Bijbel met hun stamboom. Ook na de dood van Abraham kreeg Ismaël, om zijn actieve rol in de Bijbelverhalen af te sluiten, zijn stamboom1. Daarmee kregen we een verklaring van de volken uit het nageslacht van Abraham die zich vestigden 8 18 a Bijbel 962 a0002.jpgin het Arabisch schiereiland. Dit is te vergelijken met deze afsluiting van de geschiedenis van Esau, die nog even verscheen in de tekst van het vorige hoofdstuk om zijn vader Isaak te begraven.

Nog net voor de begrafenis van Isaak werden de zonen van Jakob opgesomd per vrouw2. Dit was geen stamboom maar gewoon een lijst van zijn twaalf zonen per vrouw. Bij het nageslacht van Esau gaat de schrijver verder in deze familietak en begint hij daarom met de standaardinleiding in de Bijbel als het gaat over een stamboom. Dit zijn de, “toledoth”, nakomelingen. Genesis 36,1: 1 Dit zijn de nakomelingen van Esau, ook Edom geheten. Nu volgt de stamboom van Esau, die ook zal beginnen met de opsomming van de zonen per vrouw maar die verder reikt over verschillende generaties. Daarmee wordt een verklaring gegeven van de volksstammen die hun oorsprong vonden in Kanaän en zich vermenigvuldigden in Edom. Het waren de kleinkinderen van Esau die zelf geboren was uit Isaak. Het waren dus allemaal nazaten van Abraham die opnieuw bevestigd wordt als vader van vele volken3. Deze stamboom ligt in de verklarende lijn van alle stammen die op dat moment gekend waren en die opgetekend werden in Genesis4. Ook de volken die in Edom woonden en die zich later vermengden met de het geslacht Esau krijgen hun plaats als oorspronkelijke bewoners van de regio van het Seïrgebegte.

Deze stambomen lijken voor ons niet belangrijk maar voor de mensen van toen waren ze levensnoodzakelijk omdat ze duidelijkheid verschaften tot welke stam men behoorde. Dit was van betekenis omdat stammen verbonden afsloten die het leven van elke familie bepaalden. Er heerste in die verbonden een loyauteit tussen de stammen en tegelijk werden ook afspraken gemaakt tussen de stammen om hun samenleven te regelen. Het was dus heel belangrijk voor het individu te weten tot welke familie je behoorde. Overleven als enkeling was in deze tijden en omstandigheden bijna onmogelijk. Deze familierelaties werden daarom duidelijk gemaakt in stambomen. Deze stambomen verwezen ook naar gemeenschappelijke voorouders. Ook was het verhaal over die mythische voorouders betekenisvol. Ze vertelden over de eigenschappen van deze voorouders. Deze kenmerken werden later precies als erfelijke eigenschappen weerspiegeld in het gedrag van de stam zelf5. Vaak werd ook de woonplaats van de stammen gedistilleerd uit of meegegeven in het verhaal van de voorouder. Voor Esau werd dit al aangegeven bij zijn geboorte. Zijn kleur was “admoni” en hij was ruw behaard, “sear”. In deze Hebreeuwse eigenschappen zitten Edom en Seïr reeds verwerkt.

 

1 Genesis 25,12-18.

2 Genesis35,22b-26.

3 Genesis 17,4.

4 Genesis 2,4; 5,1; 6,9; 10,1; 11,10 en 27; 25,12 en 19; en nu 36,1 …

5 Ezechiël 25,12; Obadja 1.

Post een commentaar