23 augustus 2017

Esau huwt ook een Chiwwitische uit Kanaän.

Een volledig nieuw en nog niet eerder vermeld huwelijk was dat van Esau met Oholibama, een dochter van Ana, de zoon van de Chiwwiet Sibon. Dit huwelijk met een Chiwwitische werd gesloten in de tijd dat Jakob vertrokken was uit Kanaän. Ook de stam van Hemor die in de streek van Sichem woonde behoorde tot dat volk. De naam van deze stam wordt op verschillende manier vertaald maar het zou gaan om de Hurrieten die vermoedelijk oorspronkelijk afkomstig waren uit de Kaukasus. Zij waren net als de Filistijnen geen Semieten en waren ook niet besneden zoals alle andere stammen die in Kanaän woonden. Ze woonden meestal in steden of dorpen. Dit kunnen we afleiden uit hun Hebreeuwse naam, “Chivvi”. De stam van deze naam is “chavvah” wat kleine stad betekent. In de dagen dat Jakob terug kwam in Kanaän leefden er inderdaad ook Chiwwieten in de stad Sichem1. Deze naam verwijst ook naar hun afstamming die teruggaat naar een van de achterkleinzonen van Noach. Een van de zonen van Noach noemde Cham en hij had ook een zoon die Kanaän noemde. Deze Kanaän verwekte als zesde zoon Chet, “Cheth” in het Hebreeuws, die ook de stamvader was van onder andere de Chiwwieten2. De naam van Chet staat in verband met het werkwoord “chathath” en dat betekent vrees verwekken en door geweld vernielen. Deze eigenschappen worden nog eens benadrukt in dit vers door te verwijzen naar de grootvader van 8 23 a Bijbel 944 a0002.jpgOholibama, Sibon. Sibon is uit het Hebreeuws vertaald als hyena. De naam van dit gevreesd roofdier kan verwijzen naar de manier waarop de Chiwwieten in vroegere generaties delen van het land Kanaän innamen en zich daar vestigden als gerespecteerde maar vooral gevreesde leiders. Het gebruik van namen van dieren bij de Chiwwieten komt nog wel eens voor in de Bijbel. Het was deze van Hemor uit de streek van Sichem. De naam Hemor is vertaald als ezel en verwijst naar zij status. Hij reed zoals de belangrijke landsheren op een ezel.

De namen van vader Ana en dochter Oholibama geven aan dat er een verhoord gebed was en dat ze op een hoogte woonden in tenten3. Of het verhoren van het gebed in verband staat met het tweede vermelde huwelijk van Esau is een raadsel. Ook dit huwelijk van Esau met een Chiwwitische kan in relatie staan tot zijn pogingen om macht en invloed te verwerven in Kanaän.

Beide huwelijksverbintenissen, die in de uitwerking van de stamboom aangehaald werden, zijn aangegaan in Kanaän. Dit maakt duidelijk dat Esau stamverbintenissen had met de Hethieten en de Chiwwieten. De Hethieten zijn een volk dat later zal wijken voor Israël. Dit lezen we reeds in de belofte van Jahweh aan Abraham4. In veel teksten worden zeven volken - waaronder dus ook de Hethieten - vernoemd onder de gezamenlijke naam van Kanaänieten. Historisch is het niet duidelijk maar vermoedelijk hebben de Chiwwieten delen van de Hettitische bevolking van Kanaän verdreven in hun zuidwaartse migratie. Ze zouden aanvankelijk in tenten gewoond hebben om na hun veroveringen zich in versterkte steden terug te trekken.

 

1 Genesis 34,1-2.

2 Genesis 10,6 en 15-17.

3 De Hebreeuwse naam Oholibama betekent dat de tent op een hoge plaats staat. Ana klinkt dan als een verhoord gebed en staat in verband met de functie van priester of voorganger in het bovennatuurlijke ideeëngoed die meestal aan de oudste zoon toebedeeld werd. Dit was een verdorven religie die moest verdreven worden staat in Exodus 23,23-28.

4 Genesis 15,13-21.

Post een commentaar