06 oktober 2017

Handelskaravanen van en naar Egypte doorkruisen Kanaän.

Voor Jozef was er na zijn reis uit Hebron geen hartelijke ontvangst voorzien door zijn broers in Dotan. Geen omhelzing, geen water om zijn voeten te wassen en geen gezellig samenzijn. Zij gooiden Jozef in een droge waterput. Zijn broers verlieten de plaats waar ze Jozef bij zijn aankomst onmiddellijk in die put geworpen hadden en trokken met de mooie veelkleurige mantel als buit weer naar hun tenten. Genesis 37,25: 25 Terwijl ze zaten te eten, zagen zij ineens een karavaan van Ismaëlieten, die van Gilead kwam. De kamelen waren beladen met gom, balsem en hars; zij waren op weg naar Egypte om de koopwaar daar af te leveren. Jozef werd ontdaan van zijn kleed en achtergelaten om een eenzame hongerdood te sterven in de put die gebruikt werd als gevangenis. Zijn broers waren ondertussen bij hun tenten gekomen en zij zetten zich neer om te eten. Hun broer, die aan het zich onttrokken was, laten verhonger terwijl ze zelf zitten te eten. Een schokkende tegenstelling die nog maar eens bewijst dat ze niet bereid waren om Jozef in leven te laten. Ze wensten hem op geen enkele manier "shalom" en laten hem de hongerdood sterven in de put om hem uit hun leven te laten verdwijnen.

Dotan met de twee waterputten was een plek waar veel handelskaravanen stilhielden om hun dieren te drenken. Het mag ons dan ook niet verwonderen dat de zonen van Jakob een karavaan zagen langstrekken die van Gilead kwam. Dit was een route die gekend was in de oudheid. Ook de Hebreeuw Abraham had de Eufraat overgestoken om in Tadmor1 aan te komen bij de oase waar zijn stam op hebron,dotan,mantel als buit,ismaëlieten,gilead,gom,balsem,hars,shalom,hongerdood in en put,handelskaravaan,gekende route,eufraat,tadmor,damascus,kanaän,beisan,aber overstreken,jordaan,lastdieren,egypte,syrië,boomschors,aromaadem kon komen van zijn tocht door onherbergzaam gebied. Hij reisde zo verder zuidwaarts langs Damascus naar het gebied van Gilead via het oostelijk dal van de Jordaan waar hij de oversteek naar Kanaän maakte in Beisan2. Toen kwam hij met zijn stam aan in Sichem. In een volgende etappe trok Abraham naar Egypte toen de natuur onvoldoende voedsel leverde in Kanaän. De naam van de Hebreeuwen was afgeleid van hun voorvader die Eber noemde en dat afgeleid is van "aber" wat oversteken betekent. Abraham maakte de oversteken van Eufraat en Jordaan toen hij een nieuw leven wou starten en in Sichem in Kanaän aankwam. Hij was een oversteker, een Hebreeuw.

De route die abraham volgde, was ook de gangbare weg die de handelskaravaan van de Ismaëlieten met hun lastdieren volgden. Zij kwamen uit het oosten en trokken via Gilead richting Egypte met hun handelswaar. Een vijftiental kilometer ten noorden van Sichem lag Dotan met de twee putten waar de kamelen gedrenkt werden en waar ze even konden uitrusten in het vruchtbare dal in de nabijheid. Die Arabische handelskaravanen volgenden al eeuwen deze wegen, die ook gebruikt werden door de Hebreeuwen om als nomaden naar andere gebieden te trekken. Het gebruik van de naam Ismaëlieten laat ons vermoeden dat dit stammen zijn die ontstaan zijn uit het nageslacht van Ismaël, de oudste zoon van Abraham, die niet in aanmerking kwam om herder te worden van het volk van de Ene. Deze stammen hadden echter andere idealen gekozen en staan buiten het verbond met de Ene.

De Ismaëlieten brachten met hun kamelen gom, balsem en hars naar Egypte. Dit waren producten gewonnen uit de bomen en struiken in Syrië en de Oostelijke Levant. De gom werd uit  boomschors gehaald. De schors werd opgewarmd in water om er de gom van los te maken. Deze werd gemalen na het drogen en had verschillende toepassingen dank zij het aroma. Ook de geneeskrachtige balsem van Gilead geperst uit struiken was een gegeerd product3 net als de kleverige mirre, die in palmbladen verpakt werd voor het transport en die gewonnen werd in Syrië.

 

1 nu Palmyra.

2 verschillende schrijfwijzen: Beit She'an, Beth Shean, Bisan, Bet-San, Bet Sjean of Beyt Shean.

3 Jeremia 8,22.

Post een commentaar