17 oktober 2017

Stamvader Israël denkt aan zijn einde en aan dat van het verbond.

Het licht dat inzicht geeft wordt bij Jakob verduisterd door het onmetelijk menselijk verdriet bij het verlies van een kind. Genesis 37,35: 35 Al zijn zonen en dochters deden hun best om hem te troosten, maar hij liet zich niet troosten en zei: "Treurend daal ik af naar mijn zoon in het dodenrijk." En zijn vader bleef hem bewenen. Het eensgezind rouwbeklag van zijn zonen en zijn dochters kan Jakob niet troosten. Al zijn zonen en dochters, alle van hart besneden mannen en vrouwen van de hele stam van Israël, rouwen oprecht mee met aartsvader Jakob met uitzondering van de elf zonen van Jakob die niet oprecht kunnen deelnemen in hun rouwbeklag. Wat een pijnlijke vertoning is het te weten dat je broer leeft en voor de ogen van je vader te rouwen voor hem. We weten dat er en boodschapper toekwam in Hebron gestuurd door de broers vanuit Dotan. De terugkomst van de broers zal maar kunnen nadat Jakob het kleed van Jozef herkend heeft. Jakob staat alleen met zijn stamgenoten en zonder zijn eigen kinderen met zijn verdriet over de dood van Jozef. Hij zijn geliefde zoon zelfs niet kan begraven in het familiegraf van Makpela1. Zijn zonen die nog in Dotan zijn, hebben geen oog en vooral geen hart voor het onnodige verdriet van hun vader. Ze beseffen niet wat ze hebben aangericht maar dat is hun zorg niet. Voor hen leeft hun broer ergens anders als meegevoerde slaaf. Het was ook hun beslissing om Jozef te laten verdwijnen uit hun leven omdat ze afgunstig waren en bang werden dat Jozef een bedreiging zou vormen voor hun erfenis. De dubbele houding van Ruben was de meest opmerkelijke. Enerzijds zou hij, als Jozef als erfgenaam aangesteld wordt, het grootste materieel verlies boeken. Anderzijds is hij de oudste broer die zijn einde van verbond,israël,onmetelijk menselijk verdriet bij verlies van een kind,oprecht rouwen,vertoning,onnodig verdriet,harteloos,dubbele houding vn ruben,vloek ontlopen,leven wordt zinloos,sheol,geen opvolging,vermeende doodverantwoordelijkheid wil opnemen voor zijn jongere broer en hem behouden wil teruggeven aan zijn vader. Nu komt zijn drang naar bezit naar boven en speelt hij mee in het toneelstuk opgezet door zijn jongere broers om hem vrij te pleiten van zijn verantwoordelijkheid en om de vloek van zijn vader te ontlopen.

Het verlies van zijn geliefde zoon maakt Jakob zo neerslachtig dat hij geen zin meer heeft om te leven omdat hij niet meer kan geloven in het verbond en de trouw daaraan van de Ene. Hij wil afdalen naar "sheol", de dodenwereld, het schimmenrijk. Woorden van Jesaja 38,18-19: 18 Het dodenrijk brengt U geen lof, de doden prijzen U niet. Wie in het graf is afgedaald hoopt niet meer op uw trouw. 19 Levende mensen alleen kunnen U loven, zoals ik heden doe. Een vader alleen maakt zijn zonen bekend met uw trouw. Door Jesaja wordt het begrip "sheol" in een bredere context gezet. Dit zou, betrokken op Jakob, het einde van het verbond van de Ene voor Jozef en voor hemzelf kunnen betekenen. Jakob ziet geen uitweg meer voor zijn opvolging als stamvader. Zijn drie oudste zonen hebben hem zo hard ontgoocheld dat hij onmogelijk de voortzetting van het verbond aan hen kan toevertrouwen. Jozef daarentegen was goed voorbereid. Hij zou de stamvader van Israël kunnen worden. Bij de vermeende dood van Jozef in de ogen van Jakob, houdt de droom van Israël op te bestaan. Hij wordt opnieuw een Jakob die deze keer niet door de bezitsdrang maar door het verdriet verblind is en daardoor de zin van zijn leven niet meer inziet en is hij ontroostbaar. Het is op zijn minst een aankondiging van een zelfmoord door Jakob maar wel een eindpunt van de geschiedenis van de Ene met zijn volk.

 

1 Genesis 23,19.

Post een commentaar