31 oktober 2017

Het pand voor het geitenbokje verheft Tamar tot stammoeder.

Juda had niet verwacht dat hij zou ingepalmd worden door een hoertje langs de weg en had het gebruikelijke jonge geitje, dat de prijs was voor de diensten van een hoer, niet onmiddellijk bij de hand. Hij was immers zelfs nog niet bij zijn kudden in Timna aangekomen. Hij was zo overmand door zijn driften na al die tijd van ellende dat hij bereid was zijn belofte van het geitenbokje hard te maken door een belangrijk pand te geven. Genesis 38,17-19: 17 Hij antwoordde: "Ik zal je een geitenbokje van mijn kudde sturen." Zij antwoordde: "Geef mij dan een pand, tot u mij het bokje gestuurd hebt." 18 Hij zei: "Wat voor een pand moet ik je geven?" Zij gaf ten antwoord: "Uw zegel, uw snoer, en de staf die u bij u hebt." Hij gaf ze haar, had omgang met haar en zij werd zwanger. 19 Daarna ging zij weg, legde haar sluier af en trok haar weduwenkleren weer aan. Juda laat Tamar het pand bepalen voor haar diensten en zij is zeer veeleisend in haar keuze van de waarborg voor het geitenbokje dat ze zou krijgen uit de kudde. Ze vraagt persoonlijke stukken en statussymbolen van de stamoverste, die hij bij zich draagt. De vermogende Juda geeft al deze unieke stukken als "erabon", vertaald door borg maar evengoed te lezen als belofte afgeleid van "arab", het geven van een pand bij een nog uit te voeren handelsverbintenis. Het zegel en de staf zijn zeer persoonlijke bezittingen van het stamhoofd. Juda hecht precies vrij weinig belang aan zijn positie van stamvader. Hij is nu en weduwnaar zonder zonen en hij zal later toch alle gezag, juda,hoertje langs de weg,overmand door driften,pand,persoonlijke stukken,zegel,staf,afdrukzegel,tamar,geëmancipeerde stammoeder,zwanger,ongeoorloofd seksueel contactwaarvan de fraai gesneden staf het teken is, uit handen moeten geven aan een van zijn dienaren of aan een van zijn broers. Zijn bezit en de achting, waarvan het zegel het persoonlijke teken is, zal hij als kinderloze moeten achterlaten. Deze zegelringen waren cilinders met afbeeldingen op gegraveerd. In Mesopotamië gold de afdruk van deze zegelring als bewijs van de persoonlijke bevestiging van een tekst of overeenkomst op een kleitablet. Zijn persoonlijk zegel zal eenmaal hij het leven laat zonder nakomelingen, waardeloos worden en vernietigd worden. Daarom geeft hij dit alles gewillig aan Tamar voor hij gemeenschap met haar heeft. De schrijver laat ons echter al weten dat Tamar in verwachting is door haar samengaan met Juda. Eigenlijk heeft Juda zonder het goed te beseffen het symbool van zijn stamvaderschap, de staf, en van zijn persoonlijk bezit, de zegelring, weggegeven aan zijn schoondochter die wellicht zal zorgen voor een nageslacht bij de geboorte van een zoon. Dit is een heel sterk beeld dat nog eens benadrukt wordt doordat de schrijver ons toevertrouwt dat Tamar op dat moment ook zwanger gemaakt was door Juda. Tamar wordt een geëmancipeerde stammoeder die in het bezit is van alle symbolen.

Tamar trek zich terug in het huis van haar vader waar ze de bescherming geniet, die ze niet kreeg van haar schoonvader, en doet haar onopvallende klederen weer aan als weduwe van Er en Onan. Zij legt haar uitnodigende gelegenheidssluier af en wil geen hoer meer spelen want haar doel is bereikt. Zij bewaart de staf en de ring aan een koordje als bewijs van hun intiem contact en gaat terug naar de plaats waar ze in de tijd door Juda teruggestuurd werd na haar vruchteloze huwelijken en de dood van zijn twee oudste zonen. Zij wist dat de schande van haar kinderloosheid zou verdwijnen maar had sterke bewijzen nodig om niet veroordeeld te worden voor ongeoorloofd seksueel contact.

Post een commentaar