02 november 2017

De hoer is weg.

Tamar die even weg was uit haar vaderlijk huis is terug thuis. Haar uitnodigende sluier heeft ze goed verstopt samen met het zegel en de staf van Juda. Niemand kan vermoeden dat Tamar hoer speelde aan de kant van de weg die naar Timna leidde. Ze was even weggeglipt en nu loopt ze weer rond in haar eenvoudige kleren als verstoten weduwe. Stil in haar weet ze dat ze niet lang meer de schande van het kinderloos zijn zal moet dragen.

Juda wou na zijn avontuurtje zijn belofte nakomen en stuurt zijn vriend op pad met het geitenjong voor het hoertje dat hij bezocht had aan de kant van de weg aan het kruispunt van de baan die naar Timna leidt. Genesis 38,20-21: 20 Door bemiddeling van zijn vriend uit Adullam probeerde Juda de vrouw het geitenbokje te geven om het pand van haar terug te krijgen. Maar zijn vriend kon haar niet vinden. 21 Hij informeerde bij de inwoners van haar stad: "Waar is de publieke vrouw die hier bij Enaïm langs de weg zat?" Maar zij antwoordden: "Er is hier geen publieke vrouw geweest."Juda wil zijn slippertje geheim houden voor het volk van zijn stam en stuurt geen dienaar om zijn staf en zijn zegelring terug te halen tegen de aflossing van het pand. Chira de vriend van Juda uit Adullam kan de hoer niet meer terugvinden om het overeengekomen geitenbokje om te ruilen. Die ene keer dat Tamar vermomd was als hoer, was het niemand opgevallen want bij zijn rondvraag in en rond de stad van Tamar, Enaïm, kon niemand hem een hoer aanwijzen. Niemand had gezien dat er bij het passeren van Chira en Juda een "tempelhoer" actief was in de nabijheid van de stad of langs de wegen. Trouwens er waren helemaal geen tempelhoeren in de regio. Hoer, "qedeshah" in het Hebreeuws is, afgeleid van "qadesh" dat onrein betekent maar staat ook in verband met "qadash" wat gebruikt wordt om een heilige toegewijde persoon aan te wijzen. Deze losbandige toewijding was echter gekend in de cultus van Astarte, een godin van de Kanaänieten. Dit was blijkbaar niet eigen aan de bewoners van Enaïm wat ons kan Tamar,sluier,hoer spelen,Timna,weduwe,schande van kinderloosheid,avontuurtje van Juda,Chira uit Adullam,Enaïm,Hebron,vlakte van Elah,laten vermoeden dat de bewoners van dit stadje van de "twee fonteinen" behoorden tot een niet-Kananitische stam. De herkomst van Tamar is nooit erg duidelijk geweest. Het idee een vrouw te kiezen uit een ander stam die veel gelijkenissen vertoonde met de Hebreeuwen kwam al eerder aan bod in andere verhalen. Daarom ging men terug naar de vroegere familie en koos men geen vrouw uit het eigen milieu. Dit had alles te maken met de levensvisie van de Hebreeuwen die herders en nomaden waren. Dat was al zo bij Abraham1, bij Isaak2 en bij Jakob3. Vermoedelijk week ook Juda niet af van deze familietraditie hoewel we daar geen bevestiging van krijgen in de tekst. Als wij de naam Tamar, die eigenlijk een Hebreeuwse naam is, figuurlijk interpreteren, kan dit echter ook nog een vingerwijzing zijn4. Aangezien Enaïm dan ook niet zover van Hebron ligt zouden we zelfs kunnen veronderstellen dat Tamar een Hebreeuwse is en dat zij behoort tot de stam van Israël die daar een nederzetting heeft omdat daar water beschikbaar was en wellicht ook weiland zoals een beetje verder in Timna. Hebron, Adullam en Enaïm5 en Timna liggen in een gebied met een straal van nog geen vijftien kilometer. Deze laagvlakte noemt de vlakte van Elah. Adullam ligt ten noordwesten en Timna ten zuidwesten van Hebron. Al deze plaatsen behoren tot het gebied dat later toegewezen werd aan de stam van Juda.

 

1 Genesis 11,29 en Genesis 12,13.

2 Genesis 24,3-4.

3 Genesis 28,1-2.

4 zie bijdrage: Rechten voor een weduwe.

5 Jozua 15,34.

Post een commentaar