10 november 2017

Het verhaal over Jozef brengt ons naar Egypte.

Het verhaal van Juda wordt afgerond en we gaan terug naar Jozef, de zoon van Jakob die aangeboden werd als slaaf aan de handelaars van de karavanen door zijn broers. Hoofdstuk 39 begint met het eindvers van hoofdstuk 37. Genesis 37,26: 36 Intussen hadden de Midjanieten Jozef in Egypte verkocht aan een zekere Potifar, een hoveling van Farao, de overste van de lijfwacht. En zo luidt het eerste vers van Genesis 40,1: 1 Jozef werd naar Egypte gebracht en de Egyptenaar Potifar, een hoveling van de farao, de overste van de lijfwacht, kocht hem van de Ismaëlieten, die hem daar gebracht hadden. Jozef, de zoon van Jakob op wie hij al zijn hoop gevestigd had om het verbond voort te zetten, wordt een slaaf in Egypte. Door de herhaling van de schrijver van de overdracht van Jozef naar Egypte in dit nieuwe hoofdstuk weten we dat er nog een verhaal volgt van Jozef in Egypte en dat we niet alle hoop hoeven op te geven. Maar welke kant zal het opgaan nu we weten dat er met de zoon van Juda, Peres, ook een belangrijke nakomeling geboren is?

Jozef werd van hart besneden door zijn vader Israël en dat was te zien aan zijn mantel. Nu is hij zijn mantel kwijt maar de wijsheid van de oude dag van Israël is bijgebleven. Zijn veelkleurige mantel was enkel het teken dat hij door de vele verhalen over zijn voorvaderen een ruime kijk had. Dat Egypte niet goed aangeschreven was bij zijn volk, wist hij. Egypte stelde belang in andere waarden en er werd anders geleefd. Het was een andere samenleving dan deze van de rondtrekkende herders. Het land noemt in het Hebreeuws "Mitsrayim" het meervoud van "matsor", bezette plaats.

Er groeide steeds voldoende graan in Egypte en dat wisten de Hebreeuwen. Als erJozef,Potifar,Midjanieten,Jozef zoon van Jakob,van hart besneden,wijsheid van de oude dag van zijn vader,graan van Egypte,bezette plaats,Nijl geeft vruchtbaarheid,slaaf,zegen voor anderen zijn,shalom,hoofd van de eunuchen, hongersnood was dan trokken ze naar dat land waar de Nijl vruchtbare grond bevloeide en waar de zon dat graan deed rijpen. De zon was dan ook een belangrijke God voor de Egyptenaren. Potifar die Jozef als slaaf kocht, was een aanbidder van die zonnegod, Re. De naam Potifar had die betekenis in de Egyptische taal1. Hij diende farao, die de vertegenwoordiger was van Re. Farao was de goddelijke bezitter van "Mitsrayim". Potifar had een belangrijke positie aan het hof van de oppermachtige farao. Hij had de leiding over de eunuchen die farao beschermden.

Jozef is nog maar net als slaaf in Egypte en hij beseft dat hij een meester heeft die zelf een loyale dienaar is aan het hof van farao. Hoe Jozef het ideaal van Israël, dat hij kent uit de verhalen van zijn overgrootvader, als slaaf zal kunnen waarmaken is hem nog niet duidelijk. Het zal moeilijk zijn een zegen te zijn voor de anderen als je zelf in een moeilijke omstandigheden moet leven onder het gezag van een oppermachtige en weinig mogelijkheden ter beschikking hebt. Als enkeling, afgescheiden van zijn familie en zonder de wensen van "shalom" van zijn broers, lijkt het een hopeloze situatie. De dromer wordt geconfronteerd met de harde realiteit van het leven. Toch is hij ontsnapt aan de eenzame hongerdood in een donkere waterput waar er geen mogelijkheid was om te ontsnappen. Dit bood zeker geen perspectief als besnedene in het verbond met de Ene.

Jozef stelt zich vragen over het waarom hij gekocht werd door Potifar. Wat heeft het hoofd van eunuchen aangezet om Jozef te kiezen uit het aanbod van slaven dat de Ismaëlieten hem aanboden? Zal hij ook ontmand worden om farao te beschermen?

 

1 zie bijdrage: Hoe kan het tweeslachtige Egypte nu meer hoop geven?

Post een commentaar