17 november 2017

Het kleed van de huismeester wordt een vals bewijsstuk.

De vrouw van Potifar staat daar nu met een kleed in haar handen en met een onbeantwoord driftig verlangen naar seksueel contact. 13 Toen het tot haar doordrong dat hij zijn kleed in haar handen had achtergelaten en naar buiten was gevlucht, 14 riep zij haar huisgenoten en zei tegen hen: "Zie toch, de Hebreeër die mijn man in huis heeft gehaald, begint met ons te spotten. Hij kwam naar mij toe om met mij te slapen, maar ik begon hard te roepen." Haar verontwaardiging verandert in sluwe haat. Mislukt in haar opzet gaat ze nu haar woede koelen. Ze broedt op een plannetje om Jozef te treffen. Ze zal hem betichten van aanranding van haar eerbaarheid.

Van zodra haar huisgenoten thuis waren roept ze hen bijeen. Haar lijfwachten in huis, die vrij hadden, komen naar haar toe. Ze wil haar verhaal aan hen doen om hen te overtuigen van wat ze hen wil wijsmaken. Ze wil haar eunuchen overtuigen met leugens en hen opzetten tegen hun directe overste die het beheer heeft over alles in het huis van Potifar. Ze vertelt dat ze hard geroepen had maar omdat er niemand thuis was werd dat niet opgemerkt. Deze uitdrukking, "roepen met een luide stem" wordt ook gebruikt om onrecht aan te klagen1, om onschuld te bewijzen2 maar om iemand of iets bij naam te noemen3. Dan begint ze haar algemene hatelijke visie over de Hebreeuwen uit te werken om de meester van de huisslaven als een onverlaat voor te stellen. Hij is anders dan wij. Hij is onbetrouwbaar en grijpt hier de macht om ons te domineren. Het is iemand om schrik van te hebben. De eunuchen worden net als de broers van Jozef angstig dat ze nog meer zouden gedomineerd worden. Die Hebreeër, die mijn man in huisvrouw van Potifar,kleed van Jozef,aanranding van eerbaarheid,eunuchen,roepen met luide stem,slaaf,angst om gedomineerd te worden,Afrikaanse beschaving,lachen,geslachtsgemeenschap hebben,categorische termen,polarisatie, gehaald heeft, is helemaal anders dan wij zijn.

De reden waarom hier de term Hebreeër gebruikt wordt kan verwijzen naar de het volk dat nog niet geroepen was. De naam Israël als volk was nog niet doorgedrongen en dat is ook normaal want deze naam hangt samen met de persoonlijke ervaringen van enkele generaties van dat volk in relatie tot de Ene. Voor de Egyptenaren blijft het een volk zonder land dat vroeger verbleef in het twee rivieren land, Mesopotamië. Hebreeuwen was een term die in gebruik was bij de Egyptenaren. Die term verwees naar die Aziaten die binnengetrokken waren in Palestina. Het was in hun visie een ronddolende volk van herders en nomaden dat zich meester maakte van de graslanden om hun kudden te weiden. Ze waren in de visie van de Egyptenaren een minder beschaafd volk hoewel ze ook als volk een God hadden, die hen zegende en beschermde. De Hebreeuwen waren vreemden omdat ze de Afrikaanse beschaafde cultuur niet kennen en ze komen nu hier de spot drijven met ons. Het Hebreeuwse "etsachaq" is weer zo'n veelzijdig woord. Het betekent lachen. Maar het wordt ook gebruikt om geslachtsgemeenschap4 te omschrijven. Deze betekenis van het woord wordt dan in het verzinsel van de vrouw van Potifar ook nog eens uitgewerkt. De vrouw van Potifar vertelt haar huispersoneel dat Jozef naar haar toekwam om met haar in bed te duiden. Dan heeft ze luid geschreeuwd. Maar niemand heeft het gehoord en ook niemand heeft dat gezien want er was geen mens in de nabijheid. Maar dat is niet nodig want iedereen, die denkt in categorische termen, polariseert de Hebreeër nu als niet te betrouwen.

 

1 2 Samuel 20,16

2 Deuteronomium 22,23-24.

3 zie "qara".

4 Genesis 26,8.

Post een commentaar