20 november 2017

Alweer wordt het kleed van Jozef gebruikt om onwaarheden te bewijzen.

De vrouw van Potifar gaat verder met haar verzinsel om Jozef in een slecht daglicht te stellen om zich te wreken en om haar wangedrag te verbergen. Ze heeft het er erg moeilijk mee dat ze als belangrijke vrouw van de hooggeplaatste Potifar, door een Hebreeuwse slaaf afgewezen werd. Daarenboven wil ze zeker niet beschuldigd worden van overspel. Genesis 39,15-19: 15 "Toen hij hoorde dat ik begon te roepen, liet hij zijn kleed bij mij achter, sloeg op de vlucht en rende naar buiten." 16 Daarop legde zij zijn kleed naast zich neer, totdat zijn meester thuiskwam. 17 Ook hem vertelde zij hetzelfde verhaal en zei: "Die Hebreeuwse slaaf die jij in huis gehaald hebt, is met oneerbare bedoelingen naar mij toegekomen. 18 Maar toen ik luidkeels begon te roepen, liet hij zijn kleed bij mij achter en vluchtte naar buiten." 19 Toen de meester van zijn vrouw hoorde hoe zijn slaaf haar behandeld had, werd hij woedend. Haar verzonnen geschreeuw moet gelden als zelfverdediging. Maar het geschreeuw werd niet gehoord en kan ze niet gebruiken als hard bewijs. Maar ze heeft het kleed van Jozef die vluchtte in handen. De echte reden waarom Jozef echt vluchtte uit haar greep komt niet aan bod en de valse aantijgingen wijzen Jozef aan als dader van een mislukte verkrachting.vrouw van Potifar,overspel,zelfverdediging,kleed van Jozef,kleed op bed,misbruik van vertrouwen,mantel symbool van wie hij is,verwijt haar man,gezichtsverlies als echtgenoot,orde in het huishouden herstellen,

Heel geslepen legt ze het kleed uit haar handen op het bed om zeker niet het vermoeden te wekken dat zij het kleed afgerukt heeft terwijl Jozef haar ontvluchtte. Dat kleed op het bed ligt daar precies of Jozef zijn kleed zelf had afgedaan en achtergelaten had. Het kleed lag naast haar op bed klaar als bewijsstuk tegen de tijd dat Potifar, de meester van Jozef, thuis zou komen. Het kleed lag vermoedelijk aan de kant waar Potifar in bed lag. Dit geeft hem onmiddellijk de indruk dat iemand anders zijn plaats had ingenomen in het bed. Gezien aan het kleed kon dit niemand anders geweest zijn dan Jozef want Potifar bekleedde hem zelf tot meester van het huis. Dit misbruik van vertrouwen maakt Potifar woedend. Hij is zo overtuigd van het verhaaltje van zijn vrouw dat hij geen verder onderzoek hoeft te doen. Dit gaat te ver en is ontoelaatbaar en van verzachtende omstandigheden kan er geen sprake meer zijn.

Het kleed van Jozef op het bed wordt even boosaardig gebruikt als zijn kleed dat besmeurd werd met bloed2. Het gedrag van Jozef is een struikelsteen voor hen die de weg van de Ene niet volgen. Jozef wordt weer in de problemen gebracht door de mantel die symbool staat voor wie hij is. Zijn rechtlijnig doen en laten wekt afgunst op, die evolueert naar haat.

De vrouw van Potifar verwijt haar man dat hij erg dwaas geweest is om de Hebreeër Jozef te kopen als slaaf maar vooral om hem in zijn eigen huis binnen te halen. Deze beschuldiging dwingt Potifar tot een kordate houding tegenover het misdrijf dat zijn vrouw hem schetste. Anders lijdt hij gezichtsverlies als echtgenoot en als eindverantwoordelijke van zijn huis. Alle andere slaven waren immers al ingelicht en voor de kar van zijn vrouw gespannen, die de afgunst en de schrik wist op te wekken tegenover de Hebreeërs.

 

1 naam afgeleid van de Eber uit Genesis 14,13 of van de rivier Habiri vermeld in de brieven van Tel El Armarna.

2 Genesis 37,31.

Post een commentaar