24 november 2017

Jozef dient verstoten hovelingen van farao in de gevangenis.

De dagelijkse leiding in de gevangenis was in handen van Jozef gekomen. Hij had die gekregen van het hoofd van de gevangenis van farao omdat hij ook bij hem na enige tijd op zijn sympathie kon rekenen. Genesis 40,1-4: 1 Enige tijd daarna begingen zowel de schenker van de koning van Egypte als de bakker een misstap tegen hun heer, de koning van Egypte. 2 De farao werd zo kwaad op zijn beide hovelingen, de opperschenker en de eerste van de bakkers, 3 dat hij ze gevangen zette in het huis van de overste van de lijfwacht, in de gevangenis waar Jozef opgesloten zat. 4 De overste van de lijfwacht wees Jozef aan om voor hen te zorgen. Ze bleven lange tijd in hechtenis. We krijgen opnieuw1 een vaag zicht op de tijd die Jozef reeds in de gevangenis zat op het moment dat de schenker en de bakker in ongenade vallen. Wel weten we dat Jozef het vertrouwen van het hoofd van de gevangenis won en in het dagelijks beheer de leiding kreeg van alle gevangenen om alle taken uit voeren. Ongetwijfeld was er een goede overeenkomst en samenwerking tussen de leider van de lijfwacht, de vertrouweling van farao, en het hoofd van de gevangenis. Potifar, het hoofd van de lijfwacht, had Jozef in de gevangenis van farao gestopt na de vermeende aanranding van zijn vrouw. Hij kende de kwaliteiten van Jozef en had hem zonder twijfel aanbevolen aan zijn ondergeschikte, de verantwoordelijke van de gevangenis, met wie hij ambtshalve ook een goede band had. In geen tijd kreeg Jozef heel wat verantwoordelijkheid toegewezen in de gevangenis van farao. In die gevangenis was Jozef dus de ondergeschikte van de beheerder van de gevangenis. Dit leert ons dat Potifar, dienaar van Re, de grote vertrouweling was van farao die veel invloed had in het huis van zijn koning en in alle afdeling ervan. Het lijkt er bijna op dat Potifar Jozef doorschuift van zijn eigen huis naar de gevangenis van de koning, de "melek", van Egypte die ook farao, "Paroh" genoemd wordt, waar hij het ook voor het zeggen had als gemachtigde vertegenwoordiger van farao. Diezelfde Potifar, het hoofd van de lijfwacht, had Jozef in de gevangenis van farao dehoofd van de gevangenis,verantwoordelijkheid voor Jozef,goede overeenkomst tussen de hoofdverantwoordelijken,dienaren van Ra,opperschenker,chef van de bakkers,dienaren Ra,goede familie,beheer van de dranken,beheer van keuken,drank en voedsel,machtsmisbruik,Jozef, opdracht gegeven zich te ontfermen over de opperschenker en de chef van de bakkers. Die hovelingen werden beschuldigd voor fouten door farao. Die twee waren ook vertrouwelingen van farao die een hoge leidinggevende functie hadden. Zij waren dienaren van de vertegenwoordiger van Ra. Deze hoge functies waren meestal voorbehouden aan de betere families. De beheerder van de drank van farao, "mashqeh", droeg de verantwoordelijkheid vanaf het telen van de gewassen, die nodig waren om de drank van het koninklijk hof te produceren, tot het schenken van de gave drank. Ook de beheerder van het voedsel, "aphah" dat staat voor brood en vlees, was verantwoordelijk voor het hele proces en de activiteiten die leidden tot het opdienen van het voedsel voor farao.

De woede van de farao werd veroorzaakt door een gebrek aan opmerkzaamheid over wat farao uitgeschonken en voorgeschoteld werd. Dit leidde tot een vertrouwensbreuk met door beide hovelingen. Farao vond het beledigend dat zijn vertrouwelingen te weinig aandacht besteedden aan de kwaliteit van zijn eten en drinken. Hij was toch hun farao, die hen liet delen in het leven aan het koninklijk hof. Het lijkt erop dat Potifar een uitzonderlijk goed inzicht heeft op de willekeur en op het misbruik van status en macht. In de joodse verteltraditie wordt beweerd dat er een vlieg in de wijn zat en een kiezeltje in het brood van farao. Dit is geen misdaad in de orde van het vergiftigen van farao maar is eerder een vergetelheid. Het is wellicht ook daardoor dat Potifar de bakker en de wijnschenker toevertrouwt aan de zorgen van Jozef omdat hij weet dat ze bij hem in goede handen zijn en dat ze respectvol en zeer menselijk zullen behandeld worden. Het basiswerkwoord "sharath" waarvan de omschrijving van de taak van Jozef afgeleid is komt erop neer dat Jozef toegewezen wordt als hun persoonlijke dienaar2. Beide bleven een "yom" in hechtenis. Er bestaat geen duidelijkheid over de duur omdat het Hebreeuwse woord kan verwijzen naar een dag, een seizoen of een opeenvolging van dagen en seizoenen. Feit is dat ze ononderbroken in de gevangenis bleven en daar gediend werden door Jozef.

 

1 Genesis 15,1; Genesis 22,1; Genesis 39,7.

2 zoals hij was voor Potifar in Genesis 39,4.

Post een commentaar