27 november 2017

Jozef opnieuw in verbinding met dromen.

De ongewone positie waarin de schenker en de bakker zich bevinden maakt hen onrustig. Hun lot is heel onzeker. Genesis 40,5-7: 5 De schenker zowel als de bakker van de koning van Egypte, die in de gevangenis zaten opgesloten, hadden beiden in dezelfde nacht een droom, ieder zijn eigen droom met een eigen betekenis. 6 Toen Jozef in de ochtend bij hen kwam, zag hij dat ze somber gestemd waren. 7 Hij vroeg de hovelingen van de farao, die met hem in het huis van zijn meester in hechtenis zaten: "Waarom kijkt u zo somber vandaag?" Toevallig of niet hadden beide hovelingen dezelfde nacht een droom gehad. De bakker had zijn droom en de schenker had een andere droom. Het is al enkele jaren geleden dat Jozef ook enkele speciale dromen had, waarvoor Jozef zelf geen verklaring had. Daarom vertelde hij zijn dromen aan zijn broers en aan zijn vader. De verklaring die zijn broers verbonden aan deze dromen hebben geleid tot heel wat ellende voor Jozef. Zij hadden angst dat de jonge Jozef hen zou domineren en ze hebben hem daarvoor op een zijspoor gezet. Tot op de dag van vandaag was het verhaal van deze dromen niet uitgekomen want Jozef was nu een slaaf en wordt niet geëerd door zijn broers en zijn vader. We kunnen moeilijk vermoeden dat Jozef geleerd heeft uit zijn dromen hoe ze te verklaren zijn omdat hij de uitkomst van zijn eigen dromen nog niet ervaren had.

In die tijd werd veel belang gehecht aan dromen. Ze droegen volgens de mensen toen een boodschap van het bovennatuurlijke, die verpakt was in het droomverhaal. Er bestonden toen mensen die zich toespitsten op de verklaring van de dromen en die geraadpleegd werden door bazen en knechten bij speciale droomverhalen. Als we visioenen van de Ene gelijkschakelen met dromen zitten er daar dan duidelijk en richtinggevend aanwijzingen in voor de toekomst. Zelfs volken buiten de stam van Abraham kenden dat soort dromen1.

Jozef, die de nacht doorbracht op een andere plaats dan de gevangen hovelingen,hovelingen gevangen,droom van de bakker en van de wijnschenker,dromen waarvoor geen verklaring gevonden werd,uitkomst van zijn dromen nog niet ervaren,belang van dromen,boodschap van de bovennatuur,verdrietig gezicht,Jozef bekommert zich over de hovelingen,dient de dienaars van Ra,Jozef vertegenwoordiger van Israël, kwam hen het morgenmaal opdienen en goedemorgen wensen. Vol aandacht voor andere mensen ziet hij dat de twee er niet erg gelukkig uitzagen deze morgen. Het verdriet stond op hun gezicht te lezen. Toen vroeg hij hen of ze misschien niet goed geslapen hadden en of hij iets kon doen voor hen om hun slaapcomfort te verbeteren.

Jozef was begaan met het lot van de gevangenen die onder zijn hoede stonden in het ronde huis van zijn meester. Daarom vraagt hij op de man af rechtstreeks wat er de bakker en de schenker zo triest maakte. Jozef bekommert zich niet alleen hun fysieke maar ook om hun emotionele conditie. Jozef heeft een zo goede relatie met de opgesloten hovelingen opgebouwd dat ze hem ook laten delen in hun gemoedgesteldheid. Als bijzondere mens voelt hij zich geroepen om hen bij hun emotioneel conflict te helpen. Hij wil die Egyptische heren die hem toevertrouwd zij ook op dat vlak dienen. Voor het volk van de besneden Israëlieten is dit de weg van de Ene als men iets wil betekenen in het beloofde land. Die Hebreeërs zijn voor de Egyptenaren een zwervers volk dat geen land bezit. Het is een vreemd volk in een vreemd land, dat geen natie is, een volk zonder land. Een minderwaardig volk. Een merkwaardig volk van overstekers dat in geen land woont. Eigenlijk kan dat Bijbelse volk om het even wie zijn en om het even waar wonen. Nu wordt dat volk van de Ene vertegenwoordigd door Jozef die in Egypte verblijft als slaaf.

 

1 Genesis 16,9; Genesis 20,3; Genesis 31,24 ...

Post een commentaar