28 november 2017

Wetenschap en magie kunnen geen verklaring geven.

Dromen zonder verklaringen maken de hovelingen ongerust. Ze leven al in angst voor farao en vragen zich af wat hun lot zal worden en of er wel een einde komt aan de ongenade en aan de gevangenisstraf. Zij antwoorden hun dienaar Jozef op zijn vraag waarom ze zo neerslachtig zijn. Het gaat over de bizarre dromen die elk van hen had. Genesis 40,8-9: 8 Zij antwoordden hem: "Wij hebben een droom gehad, en er is niemand die hem kan uitleggen." Toen zei Jozef tegen hen: "Alleen God kan uitleg geven. Laat mij de dromen eens horen." Ongerust over hun dromen vroegen de hovelingen aan de medegevangenen wat die dromen wel zouden kunnen betekenen. Wellicht zaten er ook enkele wijze mannen en magiërs in hechtenis, die farao mishaagd hadden. Maar niemand van hen kon enig droombeeld in verband brengen met de werkelijkheid. Het belang van dromen was in Egypte hoog aangeschreven. Ze beschouwden de interpretatie van dromen als een wetenschap die speciale studie vereist. Ook mensen die een speciale initiatie kregen in de magie werden er aangesproken om dromen te verklaren.

In Israël zijn de dromen die men ook visoenen noemt, meestal een boodschap van de Ene. Het zijn raadgevingen voor de toekomst of zelfs aanwijzingen hoe de toekomst zal zijn. Meer dan eens gaat het over het grote volk dat in het beloofde land, Kanaän, zal wonen. Maar ook mensen van buiten de stam van Abraham krijgen dromen maar dan meestal om groot onheil aan het volk van de Ene te voorkomen. Jozef laat door zijn reactie over de verklaringen van dromen de Egyptische hovelingen beseffen dat de God van Israël dromen en visioenen geeft en er dus ook de verklaring van heeft. Jozef heeft ondertussen het besef dat ook hij betekenisvolle dromen kreeg van de Ene en dat alleen bij die God het geheim ligt van de echte betekenis van de dromen. Vroeg of laat komt er inzicht in de betekenisangst voor farao,neerslachtig,dromen en werkelijkheid,wetenschap,magie,boodschap van de Ene,God van Israël,droomverklaring ligt bij de Ene,Elohiem,begrip en solidariteit, voor het leven van de dromer. Jozef die nog geen inzicht had in zijn eigen dromen, weet wel dat het goddelijke boodschappen zijn. De droomverklaring behoort aan de Ene en is geen zaak van de Egyptische wijzen of magiërs.

Voor de Egyptische hovelingen is hun farao de machtige vertegenwoordiger van hun God Re. Ze zijn met zijn allen dienaren van die zonnegod Re. Dat was ook de betekenis van de naam Potifar1, die overal tussen geweven zit. Dit zorgde wel een voor verwarring omdat die naam overal opdook. Jozef noemt zijn god voor alle goed begrip "Elohiem", de algemene naam voor de goden van de bovenwereld. De in de oudheid heersende gedachte was dat elk volk zijn eigen god heeft. Zo worden conflicten en oorlogen in de heilige geschriften verklaard door de strijd in de godenwereld voor macht en invloed en worden de mensen gebruikt als de strijders van die goden. Nu heeft men de zaak omgekeerd en worden de goden al vooraf de verklaring van de oorlogen en conflicten tussen volken, stammen of andere segmenten in de samenleving om macht en bezit.

Bij de god van Egypte kunnen de wijnschenker en de bakker niet terecht want ze zijn net door zijn vertegenwoordiger veroordeeld tot een gevangenisstraf van onbepaalde duur. Jozef die uit een andere streek komt en een andere god heeft en die als Israëliet de strijd van deze Ene voor meer begrip en solidariteit in de wereld opneemt, is de meeste geschikte persoon die hen misschien kan verklaren wat deze dromen kunnen betekenen. Daarom zullen beiden hun droomverhaal zonder terughoudendheid aan de dienende Jozef, een Hebreeër, prijsgeven.

 

1 zie bijdrage: Hoe kan het tweeslachtige Egypte nu meer hoop geven?

Post een commentaar