30 november 2017

De verklaring van de droom van de wijnschenker.

Jozef heeft nu een aantal beelden die iets zouden kunnen betekenen. Genesis 40,13-15: 12 Toen zei Jozef: "Dit is de verklaring: De drie ranken zijn drie dagen. 13 Over drie dagen zal de farao uw hoofd opheffen en u in uw ambt herstellen; dan zult u de farao opnieuw de beker reiken, zoals u deed toen u zijn schenker was. 14 Maar als het weer goed gaat met u, denk dan ook eens aan mij en bewijs ook mij een dienst; doe bij de farao een goed woord voor mij en zorg dat ik uit dit huis vandaan kom. 15 Want ik ben met geweld weggesleept uit het land van de Hebreeën, en ik heb ook hier geen misdaad gepleegd, waarvoor men mij in deze kerker moest opsluiten." Jozef krijgt de goddelijke inspiratie om de drie ranken gelijk te stellen met drie dagen. Drie dagen hebben een speciale betekenis in de Hebreeuwse Bijbelteksten. Het is het moment dat er een bovennatuurlijke wending komt in de situatie. De opwaartse bewegingen van de scheuten uit de ranken en het openspringen van de bloesems op de nieuwe scheuten laten Jozef denken aan een bevordering in rang en nieuw leven. De baas van de drank van farao zal hersteld worden in zijn vroegere functie en verlost worden uit zijn hechtenis en van de ongenade van farao. De slaapperiode van de druivelaar is afgelopen, het is lente en hij kan weer vrucht dragen. Zoals het vroeger was zal deranken zijn dagen,derde dag,bovennatuurlijke wending,goddelijke inspiratie,herstel in functie,wederdienst,weggevoerd uit het land van de Hebreeuwen,ook zonder schuld,onterecht gestraft, wijnschenker weer zijn farao kunnen dienen en zijn volledige verantwoordelijkheid opnieuw kunnen opnemen.

De dienaar Jozef vraagt een dienst aan de opperwijnschenker, de dienaar van farao. Na de voorspelling van een gunstige kentering in het leven van de hoveling verwacht Jozef een wederdienst. Jozef wil ook uit die gevangenis geraken en het leven weer ten volle kunnen leven. De omstandigheden in hechtenis geven zo weinig mogelijkheden om te leven als een besnedene van hart. Alleen farao kan genade schenken aan de gevangen en nu staat de wijnschenker opnieuw dicht bij de farao. Jozef licht zijn vraag toe en rekent daarmee op het begrip van de hoveling. Zonder details te geven vertelt Jozef dat hij tegen zijn wil weggevoerd werd uit zijn land. Hij spreekt niet van Israël want dat bestaat nog niet als natie. Hij gebruikt de term het land van de Hebreeën omdat ook de wijnschenker weet dat die nomaden een vaste streek hadden waar ze met hun kudden rondtrokken. Ook de opperwijnschenker werd tegen zijn wil weggetrokken uit zijn dagelijkse levenswijze. Jozef ontkent dat hij enige misdaad heeft begaan die aanleiding kan geven tot die hechtenis. Hij spreekt hier van een kerker. Het Hebreeuwse woord "bowr" is net het zelfde als de put1 waarin Jozef door zijn broers werd gestopt. Dit is geen toeval. Daardoor roept dit woord opnieuw het onrecht op dat ook door zijn broers werd begaan. De vertaling van kerker is een woordaanpassing in de vertaling aan de gevangenis van farao, het ronde huis.

Eigenlijk kunnen we vermoeden dat ook de wijnschenker onterecht gestraft werd en dat hij ongetwijfeld weet hoe ook Jozef zich voelt. Machteloos tegen de overmacht en onrecht2. Hij kan zich goed inbeelden dat Jozef een lotgenoot is en daardoor treft de vraag van Jozef hem in zijn medeleven. Op die manier hoopt Jozef op het begrip van de man die nu opnieuw dicht bij de farao zal zijn als een van zijn vertrouwelingen om ook zijn lot te verbeteren.

 

1 Genesis 37,29.

2 Genesis 39,19-20.

29 november 2017

Het droomverhaal van de schenker.

De opperschenker bij de genade van farao, de plaatsvervanger van God neemt als eerste het woord en vertelt nauwkeurig welke beelden hij zag in zijn buitengewone droom. Genesis 40,9-11: 9 De opperschenker vertelde toen zijn droom aan Jozef en zei: "Ik zag in mijn droom een wijnstok, 10 en aan die wijnstok zaten drie ranken. Zodra hij begon uit te lopen, kreeg hij bloesem en droegen zijn trossen rijpe druiven. 11 Ik had de beker van de farao in mijn hand, plukte de druiven, perste ze uit in de beker en reikte hem die aan." Navertelbare droomverhalen zijn een vertekende werkelijkheid maar de beelden berusten op echte waarnemingen van de dromer. De opperschenker vertelt hoe een wijnstok drie ranken heeft die uitlopers maken in de lente. Vervolgens komen de bloemen en de vruchten en deze vruchten perste de verantwoordelijke voor de drank uit in de beker van farao. Dit verhaal toont aan dat de hoveling verantwoordelijk was voor de teelt van de druiven tot ze geplukt werden en dat hij nadien het persen van de druiven onder zijn bevoegdheid had en dat hij ten slotte instond voor het schenken van de wijn. De wijnschenker gebruikt een Hebreeuwse werkwoordsvorm van "parach" om zeer beeldend te omschrijven dat de scheuten uitbreken. De bloesems schieten op, "alah", als de dag die aanbreekt. Hier horen we iemand met kennis spreken over de wijnstok die ieder jaar weer tot leven komt. Zijn woordgebruik toont aan dat de man oog heeft voor de wondere natuur en dat hij het hele groeiproces van de druif volgt.opperschenker,wijnstok met drie ranken,beelden uit de droom,bloesems,teelt,plukken,persen,drinkschaal,droomt van zijn werk,bezorgd om fout te ontdekken,

Hij vertelt verder dat hij de beker van farao in zijn hand houdt en dit betekent dat hij verantwoordelijk is voor wat farao drinkt1. Het aanreiken van de beker in het Hebreeuws is het leggen van de beker in de handpalm van farao. De basiswoorden "al" en "kaph" betekenen in de handpalm. Dit is afgeleid van "kaphaph" dat buigen, plooien betekent. De handpalm wordt tot een kom gemaakt door de vingers naar boven te krommen om iets te krijgen. Hieruit weten we dat het een drinkschaal is die de opperschenker aanbiedt aan farao en geen beker op een voet.

De droom laat heel het natuurlijk proces en de verwerking van de druiven versnellen en schetst wat de verantwoordelijke voor de drank onder zijn bevoegdheid heeft als het over de wijn gaat die farao drinkt. De wijnschenker droomt van zijn dagelijks werk, van zijn verantwoordelijkheid, van zijn toezicht op de wijngaarden en op de werklui die de druiven plukken en persen. Hij mag dan als kroon op zijn toezicht de drinkschaal met de wijn in de handpalm van farao leggen. De wijn is een van de vruchten van zijn beheer naast alle andere dranken die hij kan aanbieden aan farao. Als dienaar geeft hij de vrucht van die zorgende plicht in de handen van zijn baas. Hij droomt alleen over de wijn omdat er daarmee een probleem was. Over wat er precies fout ging, wordt met geen woord gerept. Ook de droombeelden geven daar geen opheldering van. Het verbaast ons zelfs dat bij iemand die zo hard bezig is met zijn werk, dat hij er zelfs in detail over droomt, er iets verkeerd kan lopen. De angst voor de ultieme onbekende straf van farao is daarom ook zo groot dat de zoektocht naar de oorzaak van de fout de wijnschenker dag en nacht bezig houdt. Lag het aan de wijnstok, aan het plukken, het persen of het schenken? Geeft die droom aan wat er met mij zal gebeuren? Dit zijn de vragen die de wijnschenker voorlegt aan Jozef doordat hij zijn droom vertelt.

 

1 Genesis 39,8.

28 november 2017

Wetenschap en magie kunnen geen verklaring geven.

Dromen zonder verklaringen maken de hovelingen ongerust. Ze leven al in angst voor farao en vragen zich af wat hun lot zal worden en of er wel een einde komt aan de ongenade en aan de gevangenisstraf. Zij antwoorden hun dienaar Jozef op zijn vraag waarom ze zo neerslachtig zijn. Het gaat over de bizarre dromen die elk van hen had. Genesis 40,8-9: 8 Zij antwoordden hem: "Wij hebben een droom gehad, en er is niemand die hem kan uitleggen." Toen zei Jozef tegen hen: "Alleen God kan uitleg geven. Laat mij de dromen eens horen." Ongerust over hun dromen vroegen de hovelingen aan de medegevangenen wat die dromen wel zouden kunnen betekenen. Wellicht zaten er ook enkele wijze mannen en magiërs in hechtenis, die farao mishaagd hadden. Maar niemand van hen kon enig droombeeld in verband brengen met de werkelijkheid. Het belang van dromen was in Egypte hoog aangeschreven. Ze beschouwden de interpretatie van dromen als een wetenschap die speciale studie vereist. Ook mensen die een speciale initiatie kregen in de magie werden er aangesproken om dromen te verklaren.

In Israël zijn de dromen die men ook visoenen noemt, meestal een boodschap van de Ene. Het zijn raadgevingen voor de toekomst of zelfs aanwijzingen hoe de toekomst zal zijn. Meer dan eens gaat het over het grote volk dat in het beloofde land, Kanaän, zal wonen. Maar ook mensen van buiten de stam van Abraham krijgen dromen maar dan meestal om groot onheil aan het volk van de Ene te voorkomen. Jozef laat door zijn reactie over de verklaringen van dromen de Egyptische hovelingen beseffen dat de God van Israël dromen en visioenen geeft en er dus ook de verklaring van heeft. Jozef heeft ondertussen het besef dat ook hij betekenisvolle dromen kreeg van de Ene en dat alleen bij die God het geheim ligt van de echte betekenis van de dromen. Vroeg of laat komt er inzicht in de betekenisangst voor farao,neerslachtig,dromen en werkelijkheid,wetenschap,magie,boodschap van de Ene,God van Israël,droomverklaring ligt bij de Ene,Elohiem,begrip en solidariteit, voor het leven van de dromer. Jozef die nog geen inzicht had in zijn eigen dromen, weet wel dat het goddelijke boodschappen zijn. De droomverklaring behoort aan de Ene en is geen zaak van de Egyptische wijzen of magiërs.

Voor de Egyptische hovelingen is hun farao de machtige vertegenwoordiger van hun God Re. Ze zijn met zijn allen dienaren van die zonnegod Re. Dat was ook de betekenis van de naam Potifar1, die overal tussen geweven zit. Dit zorgde wel een voor verwarring omdat die naam overal opdook. Jozef noemt zijn god voor alle goed begrip "Elohiem", de algemene naam voor de goden van de bovenwereld. De in de oudheid heersende gedachte was dat elk volk zijn eigen god heeft. Zo worden conflicten en oorlogen in de heilige geschriften verklaard door de strijd in de godenwereld voor macht en invloed en worden de mensen gebruikt als de strijders van die goden. Nu heeft men de zaak omgekeerd en worden de goden al vooraf de verklaring van de oorlogen en conflicten tussen volken, stammen of andere segmenten in de samenleving om macht en bezit.

Bij de god van Egypte kunnen de wijnschenker en de bakker niet terecht want ze zijn net door zijn vertegenwoordiger veroordeeld tot een gevangenisstraf van onbepaalde duur. Jozef die uit een andere streek komt en een andere god heeft en die als Israëliet de strijd van deze Ene voor meer begrip en solidariteit in de wereld opneemt, is de meeste geschikte persoon die hen misschien kan verklaren wat deze dromen kunnen betekenen. Daarom zullen beiden hun droomverhaal zonder terughoudendheid aan de dienende Jozef, een Hebreeër, prijsgeven.

 

1 zie bijdrage: Hoe kan het tweeslachtige Egypte nu meer hoop geven?