07 december 2017

De droom wordt een nachtmerrie.

Voorlopig droomt farao een verhaal zoals het zou moeten om de welstand van Egypte op peil te houden en zelfs te verbeteren. Egypte was de grote producent van granen en kon zelfs overschotten van de productie ruilen tegen waardevolle goederen en slaven meegebracht door de karavanen. De welvaart kent geen grenzen en zelfs als er in andere streken door de grote droogte omwille van het gebrek aan regen tekorten aan voedsel ontstond, had Egypte dank zij de Nijl die het land bevloeide nog goede oogsten. Egypte was zelfs in de Schrift synomiem1 van opbrengst van landouwproducten en vee geworden. Men hoefde zich daar geen zorgen te maken over hongersnood. Genesis 41,3-4: 3 Daarna kwamen zeven andere koeien uit de Nijl omhoog, lelijke, magere dieren; zij gingen bij de andere staan aan de oever van de Nijl. 4 En de lelijke, magere dieren vraten de zeven mooie, vette op. Toen werd de farao wakker. De droom van farao wordt intenser en hij ziet nu lelijk magere koeien uit de Nijl komen. In het Hebreeuws noemt het een "teisterend uitzicht" door het vel over de benen zouden wij zeggen. De originele tekst spreekt van dunnetjes in het vlees. De ondervoede koeien gaan bij de andere koeien staan aan de rand van de Nijl. Ze eten die zeven mooie goed gekweekte droom over welstand,graanproductie,teisterend uitzicht,magere koeien,verlies van welstand,kwalijke droom,dikke koeien op. Dit schrikwekkende beeld is helemaal onrealistisch. Het is totaal verrassend en ongezien dat koeien andere koeien zouden opeten. In een droom behoort dit onmogelijke beeld wel tot de mogelijkheden. Faro ziet dat welvaart van Egypte, gesymboliseerd door die vette koeien die goed in het vlees zaten, in enkele tellen verdwijnen. De dikke koeien zijn helemaal verloren gegaan want de magere koeien werden niet vetter. De Nijl, de godin van de vruchtbaarheid, en Isis, de godin van de bodem, laten het afweten. De afbeelding van Isis als een dikke heilige koe is uitgemergeld. Alle goden keren zich tegen Egypte in de droom van de koning, de vertegenwoordiger van de gloeiende zon, die aan alles leven geeft. Dit is niet te begrijpen en maakt de koning van Egypte angstig. Hij schiet wakker bij deze beklemmende droom. Hij vraagt zich af wat deze droom, die hij zich heel nauwkeurig kan herinneren, wel te betekenen heeft. Als de Nijl en de bodem ophouden om goed te zijn voor Egypte, wordt dit een verlies van welvaart en dreigt er zelfs in Egypte hongersnood. Hij ziet al zijn troon wankelen door een volk dat opstandig wordt door de honger. Zijn lijfwachten en hovelingen zullen hem wel beschermen en zorgen dat er in het paleis voldoende voedsel is. Maar farao denkt verder en weet dat het verlies aan productieve mensen een aftakeling van zijn rijk in de hand zal werken. Egypte zal zwak worden en ten prooi vallen aan andere volken.

Misschien is het maar een kwalijke droom, denkt farao, en zullen de droomverklaarders met hun gekende wetenschap wel een goede verklaring hebben voor die droom die zo slecht eindigt.

 

1 Genesis 13,10.

Post een commentaar