12 december 2017

Jozef heeft iets met de uitleg van dromen.

Opeens schiet het de opperschenker te binnen dat er, in de tijd dat hij in hechtenis was, ook geen uitleg was voor zijn droom. Dit voorval lijkt sterk op wat farao nu ondervindt. Toen had de dienaar van de gevangenis, Jozef, hem wel een juiste verklaring gegeven. Genesis 41,9-13: 9 Toen sprak de opperschenker tot de farao: 'Nu moet ik wel bekennen dat ik nalatig ben geweest. 10 Indertijd is de farao woedend geweest op zijn hovelingen; hij heeft mij toen gevangengezet in het huis van de overste van de lijfwacht, en samen met mij de eerste van de bakkers. 11 In dezelfde nacht hadden wij beiden toen een droom, elk met een eigen betekenis. 12 Nu was in ons gezelschap een jonge Hebreeër, een dienaar van de overste van de lijfwacht. Toen wij hem vertelden wat we gedroomd hadden, wist hij voor beide dromen de juiste uitleg te geven. 13 En zoals hij het ons had uitgelegd, zo is het ook uitgekomen: ik ben in mijn ambt hersteld en de eerste van de bakkers is opgehangen.'  De opperschenker had in al die tijd Jozef niet aangeprezen bij farao. opperschenker herinnert droomverklaring van Jozef,verhaal aan farao,nalatige opperschenker,niets over Jahweh,vertegenwoordiger van Ra,Jozef beter dan de wijzen van Egypte,toekomstvoorspelling,Jozef had hem dat nochtans gevraagd en hoopte op die manier vrij te komen uit zijn gevangenschap. Nu het weer over onverklaarbare dromen gaat, denkt hij aan Jozef.

De opperschenker was "nalatig" bekent hij aan farao. Hier zijn meer interpretaties mogelijk. Het is onduidelijk of de opperschenker bedoelt dat hij tekortschoot omdat hij niet onmiddellijk bij zijn koning het eerherstel voor Jozef aangeprezen had. Of bedoelt hij dat zijn fout ligt bij het niet voorstellen van Jozef toen farao alle droomuitleggers van zijn rijk opriep. Dit laatste zou voor de hand kunnen liggen omdat hij zich verontschuldigd tegenover farao. Maar de Hebreeuwse tekst klinkt eerder dat de opperschenker zich herinnert dat hij in de tijd een fout had gemaakt en daardoor gestraft werd door farao. Hij praat eigenlijk zeer onderdanig en diplomatisch farao naar de mond. De opperschenker heeft nu zijn vermeende fout in de herinnering gebracht bij zijn meester en kan vanaf hier zijn hele verhaal doen van enige tijd geleden hij een droom had in de gevangenis.

Hij kan nu ook uitvoerig over zijn ervaring met de jonge Jozef als verklaarder van zijn droom vertellen. Op die manier prijst hij dan wel Jozef aan als verklaarder van dromen. Hij vertelt evenwel niet dat Jozef deze gave dankt aan de tussenkomst van zijn god, Jahweh, de god van de Hebreeuwen1. Jozef noemt Jahweh Elohiem voor alle goede begrip. Zelfs deze algemene term haalt de opperschenker niet aan in zijn relaas aan zijn koning. Dit lijkt hem niet gepast om dit te zeggen tegen de heerszuchtige vertegenwoordiger van de zonnegod, de belangrijkste godheid in Egypte. In de dromen van farao zijn al zoveel Egyptische goden de goede gang van zaken komen verstoren dat het aanhalen van een god van een ander volk de zaak alleen maar ingewikkelder kan maken in de ogen van de leden van het hof. De opperschenker blijft bij zijn verhaal en laat de feiten spreken. Hij durft niet te berde brengen dat toen die jonge Hebreeër beter was dan de erkende Egyptische wijzen en magiërs, die de hovelingen vooraf hadden gevraagd naar een uitleg van hun dromen. Hij maakt farao wel duidelijk dat de toekomstvoorspellingen die Jozef uit de dromen haalde uitgekomen zijn. Hij als opperschenker werd in zijn functie hersteld en de hoofdbakker werd opgehangen.

 

1 Genesis 40,8.

Post een commentaar