15 december 2017

Farao vertelt zijn dromen.

Genesis 41,17-24: 17 De farao zei tegen Jozef: 'In mijn droom stond ik aan de oever van de Nijl, 18 en ik zag zeven koeien, vette, mooie dieren, uit de Nijl omhoog komen. Zij gingen grazen in het oevergras. 19 Daarna kwamen zeven andere koeien omhoog, lelijke, magere scharminkels, zo lelijk als ik ze in heel Egypte nog nooit gezien heb. 20 De magere, lelijke koeien vraten de zeven vette op. 21 Nadat ze die hadden opgeslokt, was er niets van te merken; ze bleven er even lelijk uitzien als tevoren. Toen werd ik wakker. 22 Nog iets anders zag ik in mijn droom. Uit één halm kwamen zeven aren op, vol en prachtig. 23 Daarna schoten er zeven andere aren op, dor en spichtig en door de oostenwind verschroeid. 24 En de spichtige aren slokten de zeven prachtige aren op. Ik heb die dromen aan de geleerden verteld, maar niemand kan mij de uitleg geven.'

De koning van Egypte kleurt zijn droombeelden nog eens bij om het contrast tussen de vette en magere koeien nog scherper te stellen. Hij wil alles zonder overdrijven heel duidelijk aflijnen in zijn verhaal aan Jozef en wil hem geen detail onthouden. droomverhalen van farao,mooi en welgevormd,schoonheid,afschuwelijke scharminkels,gedegenereerd,volle graan,lege kaf,Hij gebruikt het Hebreeuwse "yapheh" voor de koeien dat ook mooi en welgevormd betekent. Dit woord wordt ook gebruikt voor de schoonheid van vrouwen1, mannen2 en bomen3 in de Bijbel. De koeien zien eruit als de afbeeldingen van Isis op de tempelwanden. Goddelijk mooie koeien. Hij laat de omschrijving van "goed doorvoed" weg omdat de schoonheid het beeld is waarmee hij zal vergelijken. De magere koeien zijn dan afschuwelijk lelijke scharminkels. In het Hebreeuws "roa" wat afgeleid is van "ra'a'". Ze zien er slecht uit, vallen bijna uit elkaar. Dit slecht is zowel letterlijk als figuurlijk. Ze eten als gedegenereerden hun soortgenoten op. Ze zijn zo lelijk dat men zoiets nog nooit gezien heeft in Egypte. Egypte was gekend voor zijn overvloed aan voedsel en dat was te danken aan de Nijl, die welvaart bracht. Maar de Nijl ontgoochelt in de droom van farao. Zelfs als die lelijke wezens de vette koeien hadden opgevreten bleven ze nog even lelijk, mager en ondervoed. Het was hen niet aan te zien dat ze de vette koeien verorberd hadden.

Voor het graan gebruikt farao evengoed treffende beelden. Hij stelt het mooie graan met zeven aren tegenover het dorre graan. Hij spreekt nu van het volle graan, "male" in het Hebreeuws. Voor het dorre graan gebruikt hij de term "tsanam", het verschrompelde, lege kaf, opgedroogd door de oostenwind. Deze verdorven granen verorberden, "bala" voor opslokken, de volle granen.

Farao besluit zijn verhaal en zegt dat hij precies hetzelfde heeft verteld aan de opgeroepen wijzen van het paleis en van heel Egypte. Farao zegt Jozef dat geen van hen een uitleg kon geven.

 

1 Genesis 12,4 en 29,17.

2 Genesis 39,6.

3 Jeremia 11,16.

Post een commentaar