20 december 2017

De machtige farao wordt gediend door de gezegende Jozef.

Jozef adviseert farao wat hij zou kunnen doen omdat hij overtuigd is dat de toekomstvoorspelling, die hij dank zij de gegevens uit de droom van farao toekrijgt, een goddelijke vingerwijzing is. Hij is zeer kordaat en gaat na zijn uitleg over de droom onmiddellijk over tot het voorstellen van praktische maatregelen. Hij laat echter de eindbeslissing over aan de machtige farao maar hij gaat heel ver in het beschrijven van de maatregelen. Er komt geen staatsgreep of een verandering in de bestaande organisaties in Egypte. Een andere werkwijze wordt onder het gezag van farao, in het Hebreeuws "onder de open hand", "tachath yad" van farao, in gang gezet door een slaaf die plots spreekrecht verwerft.toekomstvoorspelling,praktische maatregelen,onder het gezag van farao,slaaf met spreekrecht,voorkennis ten goede gebruiken,het land mag niet verloren gaan,redder van het volk,dienstbaar in hopeloze situaties,gesteund door de Ene,Jozef,

Nu en dan zijn er verhalen in de Bijbel waarin door de Ene aan mensen een toekomstbeeld prijsgeven wordt. Dit geeft hen de mogelijkheid om op te treden en om zelf de nodige maatregelen te treffen. Zo had de rechtvaardige Noah de genade gekregen voorkennis te krijgen van een grote vloed die op komst was en die de verdorven en gewelddadige mensen zou vernietigen. Noah kon zo zijn familie en de dieren van de aarde redden1. Ook Abraham kwam te weten2 dat het verdorven en onrechtvaardige Sodom vernietigd zou worden en hij probeerde de rechtvaardigen te redden door de vernietiging af te wenden. Maar er waren onvoldoende rechtvaardigen te vinden in Sodom. De catastrofe werd dan uitgesteld tot Lot en zijn familie ergens anders een onderkomen hadden gevonden3.

In dit verhaal komt Jozef voorlopig niet zelf in actie en lezen we hier over een voorstel van Jozef aan farao om het hoofd te bieden aan de voorspelde hongersnood.

Dit zegt Jozef ook op het einde van zijn betoog tegenover farao. Letterlijk staat er dat het land niet mag verloren gaan, "karath" in het Hebreeuws. Deze basisterm betekent ook opgegeten worden of vernietigd worden wat en overheersing door andere staten kan betekenen maar ook kan wijzen op het lot van de mensen in het land. Deze laatste gelijkenis over het volk en het koninklijk hof dat niet zal ten onder gaan is in deze context het meest logische. Farao wordt hier dus aangesproken op zijn verantwoordelijkheid voor zijn volk als koning van Egypte.

De Ene, Elohiem, de god van de Hebreeër Jozef, is in weerwil van de andere goden van Egypte die volgens de droom van farao gefaald hebben, de redder van het volk van dit land. Jozef wordt de gezegende bemiddelaar en dit in weerwil van zijn hopeloze situatie waarin hij terecht kwam. Eerst werd hij verstoten door zijn eigen broers. Zij verkochten hem als slaaf aan de Midjanieten die hem te koop aanboden in Egypte. Potifar, de dienaar van de zon, kocht hem voor de dienst in zijn eigen huis Maar daar loopt het weer slecht af als hij ongegrond beticht wordt van een poging tot verkrachting van de vrouw van zijn werkgever. De situatie van Jozef lijkt nog hopelozer te worden. Hij ontsnapt aan de doodstraf maar wordt in de gevangenis van de koning van Egypte geworpen. Daar krijgt Jozef net als in het huis van Potifar een verantwoordelijke functie omdat zijn dienstbaarheid onder het gezag van de dienaars van de zon voor de anderen opmerkelijk was. Nu kan Jozef zijn diensten aan farao bewijzen en dat doet hij op een manier die getuigt van inzicht in de werking van het bestel van Egypte. De rechtgeaarde Jozef wordt, in tegenstelling tot alle oneerlijke tegenkantingen van mensen, gesteund door de Ene.

 

1 Genesis 6,12-22.

2 Genesis 18,16-18.

3 Genesis 19,22-24.

Post een commentaar