03 januari 2018

Jozef geeft voedsel aan Egypte.

Hoewel Jozef Egypte het land van zijn ellende noemde was de hongerdood van het volk van Egypte afgewend maar was er nood in de buurlanden. Daar was nu de ellende van de hongersnood. Zonder twijfel doelt Jozef niet op dat soort ellende als hij zijn beklag doet over dat land. Zijn droefheid was gescheiden te zijn van zijn volk en onrechtvaardig behandeld te worden. Dit leerden we toen hij de reden opgaf van de naamkeuze van zijn eerste zoon, Manasse. Al zijn ellende en het gemis van zijn hele familie woog hem zeer zwaar. Toch blijft Jozef ook in deze omstandigheden dienstbaar als een Hebreeër met een besneden hart. Genesis 41,56-57: 56 Toen er honger was in heel het land, stelde Jozef de hele voorraad koren ter beschikking en verkocht het aan de Egyptenaren naarmate de honger in Egypte nijpender werd. 57 Uit alle landen kwam men naar Egypte om bij Jozef graan te kopen; want de hongersnood woedde hevig in de hele wereld. Elohiem had de Hebreeër Jozef via de droom van farao inzicht gegeven in de dreigende misoogsten die te wijten zouden zijn aan de toen niet te doorgronden wisselvalligheden van de natuur. Jozef kon zo een ramp voorkomen in Egypte. Dit was ook de opdracht die hij van farao had gekregen en waarvoor hij het zeggenschap kreeg over de organisatie van de landbouw en de opslag van de Egypte,nood an voedsel,ellende,gescheiden van zijn familie,dienstbare Hebreeër,inzicht in dromen,voorraden opslaan tegen mindere tijden,graan betalen,Elohim,Elohiem,barmhartig voor alle mensen,overvloed,voorraden. Uit de tekst blijkt dat zijn systeem naar behoren werkte. Naarmate de honger toesloeg en er nood was, werd het koren verkocht. Jozef opende de voorraadplaatsen bij alle steden. De Egyptenaren, “Mitsri”, de inwoners van Mitsrayim, kochten hun koren dat onder de hoede van Jozef werd opgeslagen als heffing. Ze betaalden hun graan - afgaand op een latere tekst - toen ze het hard nodig hadden aan hun koning met hun landerijen1. Dit is geen onrecht omdat de voorraden de verschuldigde belastingenwaren die bijgedragen waren aan farao. We mogen veronderstellen dat Jozef een eerlijke prijs vroeg voor het voedsel. Iedereen werd beter, “shalom”, van deze handelswijze. De mensen hadden geen honger meer en farao kon zijn taksen innen. Elohiem, de god van Jozef, had zich getoond als een barmhartige god voor alle mensen. Het vertrouwen in de goden van Egypte was zonder twijfel aan het wankelen en Jozef en zijn Elohiem werd gevierd als de redder van Egypte.

Niet alleen in Egypte was er honger. Heel de wereld leed honger. De schrijver bedoelt uiteraard de voor hem bekende wereld. Zo was ook te lezen bij de zondvloed dat heel de wereld overstroomde2. Deze overdrijvingen dienen niet letterlijk te worden begrepen maar staan voor de ernst en de grote omvang van de situatie. Als Egypte dat bekend stond voor zijn overvloed3 aan bevloeide vruchtbare grond reeds te kampen had met tekorten aan landbouwproducten, was het logisch dat vele landen met minder vruchtbare stromen in het Middellandse Zeegebied ook te kampen hadden met hongersnoden. Bij het einde van dit hoofdstuk worden we gedwongen ons af te vragen hoe het gesteld zou zijn met het “shalom” van het volk dat geroepen was door de Ene. Ongetwijfeld was er ook hongersnood in Palestina waar alleen de Jordaan bij perioden voor bevloeiing voorzag tot het water tot stilstand kwam in de Dode Zee om er te verdampen. Werden zij als volk nu in de steek gelaten in het land dat hen beloofd werd door Jahweh, de god van het verbond?

 

1 Genesis 47,20-26.

2 Genesis 7,19.

3 Genesis 13,10.

Post een commentaar