05 januari 2018

Tien broers gaan om voedsel in Egypte.

Egypte,Jakob,dalen naar Egypte,Jozef,Benjamin,Rachel,verdriet door verlies van Jozef,kaf scheiden van koren,bulk,Op bevel van aartsvader Jakob dalen, “yarad” in het Hebreeuws, tien broers af naar Egypte om graan te kopen. Jakob handelt op die manier volledig volgens het verbond. Hij wil niemand laten omkomen van de honger want de Ene zegende zijn stam omdat de nakomelingen van Abraham een groot volk zouden worden en dat houdt een verantwoordelijkheid in. Als een goede vorst van zijn herdersvolk draagt hij dan ook zorg voor zijn volk. Genesis 42,3-5: 3 Zo gingen tien broers van Jozef op weg om in Egypte graan te kopen. 4 Alleen Benjamin, de broer van Jozef, liet Jakob niet met zijn broers meegaan. ‘Want’, dacht hij, ‘er mocht hem eens een ongeluk overkomen.’ 5 Zo kwamen Israëls zonen graan kopen, evenals vele anderen, want er heerste hongersnood in Kanaän. Tien zonen vertrekken op weg naar Egypte. Jozef is daar uiteraard niet bij maar daarenboven houdt Jakob de tweede zoon

van zijn geliefde Rachel thuis. Hij is overtuigd dat hij Jozef al verloor toen hij hem uitstuurde en hij wil niet meer hetzelfde beleven met zijn jongste zoon Benjamin, de zoon van zijn voorspoed. Aan deze laatste volle broer van Jozef mag geen tegenspoed, “qara” staat er in het Hebreeuws, overkomen. De naam Benjamin en de tegenspoed zijn immers te tegengesteld. Dat was ook de wens van Jakob toen hij de naam van de jongste zoon Ben-oni, zoon van het ongeluk, door Rachel gegeven naar Benjamin veranderde. Benjamin is ondertussen al meer dan twintig jaar en zijn leeftijd kan niet de reden geweest zijn om hem thuis te houden. Anderzijds kan Jakob ook de gedachte gehad hebben dat ook zijn zonen, die hij naar Egypte stuurt, iets zou kunnen overkomen. Door Benjamin thuis te houden, zou er ten minste nog één opvolger overblijven om het volk van de Ene verder te zetten in het beloofde land. Getekend door het verdriet van het verlies van Jozef komt deze laatste gedachte echter niet bij hem op.

Het was ongetwijfeld druk op de baan naar Egypte. Karavanen en stammen uit Kanaän trokken naar Egypte en kwamen met zwaar bepakte lastdieren terug uit Egypte met het voedsel dat ze er gekocht hadden. Jakob laat tien van zijn zonen samen vertrekken omdat ze zich samen beter kunnen verdedigen tegen de rovers onderweg die op hun geld of hun voedsel uit zouden zijn. In een eerdere mogelijke confrontatie met Esau waar hij wraak vreesde, had hij zijn gezin in twee grote groepen verdeeld2 om het risico te spreiden. De situatie is nu anders en Jakob reageert dan ook gepast.

In vers 1 en 2 is er sprake van “sheber” van “shabar”, breken. Hier kunnen we denken aan het breken van de maïs van de maïskoven om meer opslag te hebben in minder ruimte. Nu in vers 5 heeft de schrijver het over “bar” van “barar” dat schoonmaken betekent. Dit lijkt dan eerder op het scheiden van het kaf van het koren. De opgehaalde voorraden uit Egypte kunnen dus zowel losse gebroken maïskorrels als graan zonder kaf zijn want alles werd immers opgeslagen zoals zandkorrels3, of anders gezegd bulkgoederen.

 

1 Genesis 35,18.

2 Genesis 32,22-32.

3 Genesis 41,49.

Post een commentaar