08 januari 2018

Na meer dan twintig jaar weer contact tussen Jozef en zijn broers.

Jozef had de voorraadplaatsen opengesteld en regelde de verdeling van de granen tegen betaling. De zonen van Israël kwamen net als vele andere stammen uit Kanaän bij Jozef om graan te kopen. Genesis 42,6-7: 6 Jozef was degene die toen het land bestuurde en aan al de bewoners graan verkocht; de broers van Jozef gingen dus naar hem toe en zij bogen voor hem tot op de grond. 7 Zodra Jozef zijn broers zag, herkende hij hen, maar hij maakte zich niet aan hen bekend. Op strenge toon sprak hij hen toe: ‘Waar komt u vandaan?’ Zij antwoordden: ‘Uit Kanaän, om graan te kopen.’ Toen de zonen van Jakob n Egypte toekwamen was hun eerste vraag waar ze graan konden kopen. Ze werden meteen doorgestuurd naar de hoofdverantwoordelijke die het beheer had over de voorraden die opgeslagen waren in de goede jaren.

De broers bogen heel diep voor Jozef zonder te beseffen dat ze de droom van Jozef van lang geleden op die manier lieten uitkomen1. Na de uitleg over de vruchtbaretwintig jaar later,voorraadplaatsen van het graan,Jozef,buigen tot op de grond,slaaf,onderkoning van egypte,gezagvoerder,ontoegeeflijk,vroegere droom, jaren en de magere jaren uit de droom van farao aan de hand van het beeld van de korenaren denkt Jozef nu wellicht aan zijn vroegere droom over de samengebonden graanschoven. Het wordt hem opeens duidelijk dat dit droombeeld stond voor zijn broers die nu buigen voor hem. Die nomaden met baarden en met deze klederdracht waren zeker Hebreeuwen. Jozef kijkt nauwgezet naar hun gelaatsuitdrukking en hij herkent zijn broers en begrijpt meteen de betekenis van zijn oude droom, die hij hen toen onbevangen verteld had. Nu zwijgt de gladgeschoren Jozef in zijn linnen statuskleed als hij merkt dat zijn broers hem niet herkennen. Wie zou durven denken dat Jozef die zowat twintig jaar geleden als slaaf door hen verkocht werd nu als onderkoning het graan van Egypte beheert. Het herkennen in het Hebreeuws is zoals het niet herkennen in dit vers afgeleid van “raah”, het zien en het niet zien. Dit toont veel gelijkenis met het zien in vers 1, waaruit naar voren komt dat de broers weer eens geen inzicht hebben in de situatie. Opnieuw zijn ze verblind door de kledij van Jozef en herkennen ze niet de persoonlijkheid van een besnedene van hart, geïnspireerd door de Ene.

Jozef wil zich niet verraden door zijn manier van spreken en hij stelt zich op als een Egyptische gezagvoerder die informatie wil inwinnen over de buitenlandse kopers van levensmiddelen. Hij spreekt hen op een strenge toon toe in het Egyptisch. Het Hebreeuws heeft het over “qasheh” afgeleid van het werkwoord “qashah” dat wreed zijn, hard zijn, droevig maken of pijn verwekken betekent. We zouden kunnen zeggen dat hij hen onbuigzaam, zoals een rechtopstaande schoof, ontoegeeflijk, spijkerhard en hardvochtig toesprak. Meteen voelen we aan dat de broers niet zomaar, tegen gewone betaling, zullen kunnen genieten van de voorraad aan Egyptisch voedsel.

 

1 Genesis 37,6-9.

Post een commentaar