11 januari 2018

Een risicovolle bewijslast.

Jozef maakt het zijn broers niet gemakkelijk en dit vers is bijna de herhaling van het vorige. Dit geeft aan dat het hier om een moeilijke kwestie gaat waarop geen uitzondering geduld wordt. Het is de bevestiging van de eerste uitspraak van Jozef in naam van farao maar nu krijgt één van de broers de toelating om Benjamin op te halen. Aanvankelijk zouden alle broers vastgehouden worden in Egypte. Genesis 42,16- 16 Laat dus één van u die broer gaan halen; ondertussen blijven de anderen hier als gevangenen. Zo komt vast te staan of u inderdaad de waarheid spreekt. Zo niet, bij het leven van de farao, dan bent u spionnen.’ De eed die Jozef zweert is op het “leven” van farao. Dit gebeurde vaker in de Bijbel1. Zowaar de farao leeft biedt rechtszekerheid aan de uitspraak van Jozef in het gebied waar het recht van de farao, die in Egypte de vertegenwoordiger is van de oppergod Ra, geldt. Als Jozef,zonen van Jakob,moeilijke kwestie,Benjamin ophalen,zowaar farao leeft,eed van rechtszekerheid,bedreiging,nieamnd zo verstandig of wijs als Jozef door Elohim,gedelegeerd gezag,geen wrok,drie dagen hechtenis,betrouwbaarheid,aangestelde van farao aanvaardt Jozef zijn hoogste gezag omdat zijn eigen zeggenschap van hem afhankelijk is.

Farao zal zonder twijfel bij het ontbreken van het bewijs de vermeende spionnen laten hangen ter gelegenheid van een of andere openbare feestdag omdat ze een bedreiging vormen voor het land en voor zijn eigen leven. Zo zeker is het dat Farao leeft om te straffen of te wreken om zijn gezag te bestendigen. Hij zou ongetwijfeld Jozef volgen in zijn redenering zoals hij hem ook volgde in de wijsheid om Egypte te redden van de ondergang door gebrek aan voedsel. Genesis 41,39-42: 39 En Farao zei tot Jozef: `Aangezien God u al die dingen heeft bekend gemaakt, is er niemand zo verstandig en wijs als u. 40 U zult dus de leiding over mijn huis krijgen en aan uw bevel zal heel mijn volk zich onderwerpen; alleen door mijn koningstroon zal ik uw meerdere zijn.' 41 Verder zei Farao tot Jozef: `Ik stel u hierbij aan over geheel Egypte.' 42 En hij trok de zegelring van zijn vinger, stak die aan Jozefs hand, liet hem linnen kleren aantrekken en hing een gouden ketting om zijn hals. De ring en de gouden ketting, die Jozef omwille van zijn wijsheid om de hals droeg, waren een symbool voor het delegeerde gezag2 in het Midden-Oosten.

Jozef volgt als dienaar van farao vastberaden de Egyptische lijn in zijn uitspraken. Toch draait hij de gewenste bewijsvoering naar zijn hand en wil hij meer te weet komen over het “shalom” van Benjamin. Hem naar Egypte laten komen is daarom een goed idee. We kunnen Jozef niet in de schoenen schuiven haatgevoelens te koesteren jegens zijn broers maar hij is evenmin in eerste instantie lief voor zijn broers. Genesis 42,17: 17 Daarop liet hij ze voor drie dagen gevangen zetten. Zijn bedoeling was wellicht hen te dwingen na te denken over hun betrouwbaarheid en hen de tijd te geven de gevoelens van hun hart grondig te onderzoeken. Daarom zaten ze alle tien eerst drie dagen in hechtenis. De tijd dat er een bovennatuurlijke ommekeer in hun denken kon komen.

Een van hen mag nadien alleen de risicovolle reis naar Kanaän ondernemen om Benjamin op te halen als bewijs van hun familieverhaal.

 

1 1 Samuel 17,55; 2 Samuel 14,19; Ezechiël 33,1.

2  Ester 3,10; Daniël 5,7 en 16.

Post een commentaar