17 januari 2018

Simeon wordt vast gehouden.

Hoewel ze angstig waren dat ze opnieuw zouden opgepakt worden op verdenking van diefstal door Egyptische soldaten verloopt hun reis richting Hebron zonder buitengewone vermeldingswaardigheden. De negen broers komen aan bij vader Jakob met hun ezels beladen met voedsel voor alle stammen van Israël. Genesis 42,29-34: 29 Toen zij bij hun vader Jakob in Kanaän terugkwamen, vertelden zij hem alles wat hun overkomen was. Zij zeiden: 30 ‘Die man, de heer van het land, heeft ons bars toegesproken en ons voor spionnen uitgemaakt. 31 Wij hebben hem geantwoord: “Wij zijn betrouwbare mensen en geen spionnen. 32 We zijn met twaalven geweest, broers van elkaar en zonen van één vader; één van ons is er niet meer en de jongste is bij vader in Kanaän gebleven.” 33 Maar de man die het land bestuurt, heeft ons gezegd: “Om te bewijzen dat u te vertrouwen bent moet u één van uw broers bij mij achterlaten. U kunt voedsel meenemen voor de honger van uw families, 34 maar u moet uw jongste broer bij mij brengen. Dan weet ik zeker dat u geen spionnen bent, maar betrouwbare mensen. Dan zal ik uw broer teruggeven en zult u vrij door het land mogen reizen.” ’Simeon zelf was niet teruggekeerd uit Egypte maar zijn lastdieren waren wel weer thuis. Vader Jakob heeft geen tijd om hen vragen te stellen hoe alles verlopen is want de negen geven meteen hun verslag over het speciale avontuur dat ze in Egypte beleefden. Ze Jozef,Simeon,negen broers,spionnen,verhaal aan Jakob over de reis,de harteloze Egyptische meester,verteld over heel de familie,vetrekken met voedsel voor de gezinnen,inzicht in hun fouten,weg zonder lichaam achter te laten,vertellen hun vader over de harteloze Heer bij wie ze het graan moesten kopen. De toon is meteen gezet. Het was geen gemakkelijke opdracht om graan te kopen in Egypte. Toen ze zich nog maar nauwelijks aangeboden hadden werden ze al beschuldigd van spionage. Ze hebben zich vanzelfsprekend verdedigd tegen deze beschuldigen en aangebracht dat ze alle tien zonen waren van een vader. Ze hebben de Egyptische heer en meester van de graanhandel eerlijk verteld dat vader Jakob eigenlijk twaalf zonen had. Van hen was er één niet meer en jongste was thuis gebleven bij zijn vader. De meester van het land eiste als bewijs voor onze betrouwbaarheid dat wij onze jongste broer naar Egypte zouden brengen. Eerder zou hij ons niet vertrouwen. Hij zou Simeon zolang vasthouden. Toch mochten we dan uiteindelijk vertrekken met onze voorraad eten om de honger in onze families te milderen. De man zei ons te vertrekken om de honger weg te nemen van onze gezinnen staat er letterlijk in het Hebreeuws. Pas bij onze terugkomst met Benjamin zou Simeon vrij komen en zouden we zelfs vrij kunnen rondreizen om handel te drijven in Egypte.

Het verslag dat de negen geven aan hun vader is verre van volledig. Wellicht willen ze hun vader de gedachte besparen dat Simeon geboeid wordt vastgehouden en dat ze zelf drie dagen in hechtenis zaten. Ze lossen ook geen woord over de discussie tijdens hun hechtenis en zeker niet over het inzicht dat ze kregen in de loop van die drie dagen en over de bovennatuurlijke vergeldingsstraf die ze meenden te ondergaan. Geen woord over het geld dat in een van de proviandzakken was opgeborgen. Ze laten Jakob nog altijd in het ongewisse over wat met zijn zoon Jozef gebeurde. Ten slotte blijkt het ook voor de tweede keer uit hun spreken dat ze denken dat Jozef ook niet meer leeft ten gevolge van hun vergrijp tegen hem. Hij is niet meer, “ayin” staat er zoals bij Henoch, zonder lichaam achter te laten.

 

1 Genesis 5,24.

Post een commentaar