23 januari 2018

Jakob zoekt het waarom uit van de eis van de Egyptische meester.

Juda maakt zijn vader Jakob, die probeert te ontsnappen aan de druk om Benjamin mee te laten gaan naar Egypte, heel duidelijk waarop het staat. Er moet een keuze gemaakt worden. Genesis 43,4-9: 4 Als u dus onze broer met ons laat meegaan, zullen wij voedsel gaan kopen, 5 maar als u hem niet mee laat gaan, vertrekken wij niet. Want die man heeft ons gezegd: “Kom mij niet onder ogen zonder uw broer.”  6 Israël antwoordde: ‘Waarom hebben jullie het mij zo moeilijk gemaakt door aan die man te vertellen dat je nog een broer hebt?’ 7 Zij antwoordden: ‘Die man stelde ons allerlei vragen over onszelf en over onze afstamming. Hij vroeg: “Leeft uw vader nog? Hebt u geen andere broer meer?” Wij hebben hem alles naar waarheid verteld. Konden wij soms weten dat hij zou zeggen: “Breng uw broer hier?” ’ 8 Juda zei tegen zijn vader Israël: ‘Laat de jongen gerust met mij meegaan en laat ons alstublieft vertrekken, dan blijven wij tenminste in leven en sterven wij niet met zijn allen; wij, uzelf en onze kleine kinderen. Juda kwijt zich van zijn plicht door te redeneren met zijn vader om hem de goede beslissing te laten nemen. Ofwel dalen is van de Egyptische meester,Juda,uitleggen waarom,wil Benjamin zien,Benjamin en oude vader zijn thuisgebleven,test op hun eerlijkheid,betrouwbaarheid,noodzaak om naar Egypte om voedsel te gaan,we af met Benjamin ofwel gaan we niet. Dit was de tegenwerping van Juda op het verzoek van zijn vader om wat graan te halen in Egypte. Juda herhaalt hierbij nog eens de eis van de Egyptische meester die zijn broers al aangehaald hadden: “Kom mij niet onder de ogen zonder uw broer”.

Stamvader Jakob spreekt nu als Israël en gaat in het verweer en zet zijn zonen nog eens onder druk. Ze hadden hem al verteld dat ze, om te bewijzen dat ze geen spionnen waren, aan de Egyptische meester gezegd hadden dat ze zonen van een vader waren. Hij vraagt zich af waarom ze dan nog meer dan het strikt noodzakelijke verteld hebben aan die Egyptenaar. Hij wou weten hoe het komt dat die Egyptische meester eist dat Benjamin meegaat. Hoe kan die Egyptenaar weten dat er nog een zoon thuisgebleven was? Door in hun verweer te vertellen dat ze nog een broer hadden maken ze het Jakob moeilijk. Zijn zonen hebben hem weer1 in een moeilijke positie gedrongen. De zonen reageren door hun vader nu een nauwkeurige verslag van hun gesprek met de Egyptische meester weer te geven. Dit geeft ook ons ook meer informatie, die we nog niet hadden. Door de beschuldiging dat ze spionnen waren vol te houden, probeerde Jozef zoveel mogelijk informatie los te krijgen. Hij was erg benieuwd naar het lot zijn vader en van zijn jongere broer die niet mee was met de tien, die voedsel kwamen ophalen. De broers zeggen nu aan Jakob dat ze hem alles vertelden zoals het was. Ze hadden geen vermoeden dat hij die informatie zou gebruiken om hen te testen op hun eerlijkheid. Met deze nauwkeurige uitleg moet de druk waaronder de broers staan om Benjamin mee te brengen verstaanbaar worden voor hun vader.

Juda is zeer erg begaan met het lot van heel de familieclan in Kanaän. Hij wil vermijden dat de zonen van Jakob, Israël zelf en zijn kleinkinderen de hongerdood sterven. Dat we mogen leven en niet moeten sterven met zijn “allen”. In het Hebreeuws staat “taph” en dat betekent ook huishouden en is ruimer dan kleinkinderen. Juda schets ons de scherpe noodzaak om toch maar te beslissen om onmiddellijk graan te halen in Egypte. Dit moet Israël aanzetten om de jonge man2, zoals Juda zijn broer Benjamin noemt, dan toch maar mee te sturen met Juda. Dan kunnen we opstaan en gaan naar Egypte. Dit woordgebruik van Juda klinkt in de vraag van Juda aan Israël voorzichtig anders dan het negatieve afdalen naar Egypte in Genesis 42,2.

 

1 Genesis 34,30.

2 van de stam “naar” in het Hebreeuws.

Post een commentaar