25 januari 2018

Met tegenzin geeft Jakob toe.

Als aartsvader van het volk van de Ene geeft Israël uiteindelijk toe om Benjamin mee te geven naar Egypte omdat er geen andere uitweg is. Na het aandringen van zijn negen zonen ziet Jakob in dat het ofwel de hongerdood is voor heel de familiestam, ofwel graan halen in Egypte. Dit laatste kan pas als ze aan de eis van de Egyptische meester voldoen door Benjamin mee te brengen bij hun volgende bezoek. Nu kunnen opnieuw tien broers vertrekken om graan te kopen in Egypte. Genesis 43,11-14: 11 Toen zei hun vader Israël: ‘Als het niet anders kan, doe het dan zo: Neem het beste van het land in je zakken mee en bied het die man als geschenk aan: een beetje gom en een beetje honing, parfum en hars, pimpernoten en amandelen. Nadat Juda het initiatief had genomen neemt vader Jakob de touwtjes weer in handen en zegt zijn zonen wat te doen om hun reis nar Egypte aan te vatten.

Jakob kent zijn wereld en weet dat je bij het contact met moeilijke en Jakob,Benjamin,Juda,hongerdood,geschenken voor heersers,wijsheidsliteratuur,Esau,bedrog,wraak,uitgelezen producten,geprezen honing,amandelen,kruiden,hooggeplaatste heersers heel wat meer kunt bereiken als je ze geschenken aanbiedt. Spreuken 21,14: 14 Een stille gift doet de toorn bedaren en een geschenk in de plooi van het kleed stilt een hevige gramschap. Dit is wijsheidsliteratuur. Jakob had die inspiratie vroeger al gekregen na een nachtje slapen toen hij op punt stond het beloofde land in te trekken. Zijn broer Esau, die hem tegemoet kwam, was een grote heerser geworden, men noemde hem de vader van Edom1. Jakob had jaren geleden met een list het eerstgeboorterecht van Esau ontfutseld. Bij zijn terugkeer vreesde Jakob de wraak van zijn broer omwille van dit bedrog.

Nu gaan de zonen van Israël richting Egypte. Jakob vreest wellicht dat zijn zonen, die hij niet erg vertrouwt, de meester van Egypte hadden bedrogen. Ze waren immers teruggekomen zonder te betalen voor het graan dat ze meebrachten naar huis en dat maakte ook Jakob bang2. Zijn zonen waren echter bang op een andere manier. Zij dachten dat dit ook deel uitmaakte van de bovennatuurlijke straf die ze ondergingen voor het vergieten van het bloed van Jozef. Uit hun gesprek in de gevangenis van Egypte komt dit naar voor. Jakob geeft nu op basis van een heel andere redenering het bevel om uitgelezen en geprezen producten van de opbrengsten van de natuur mee te nemen naar Egypte. In het Hebreeuws noemen deze beste vruchten van de natuur “zimrah”, afgeleid van “zamar” en dat betekent loven, prijzen en bezingen. Hij wil de meester van Egypte gunstig stemmen na het vermeende bedrog dat door zijn zonen werd gepleegd. Hij overweegt immers dat het bezit van deze gegeerde handelsproducten samen met al het zilver niet opweegt tegen het gebrek aan voedsel voor heel de stam. Toch blijft Jakob voorzichtig en geeft hij maar “beetjes” mee. Dit staat precies in evenredigheid met het beetje graan3 dat zijn zonen moesten halen bij hun tweede reis. Met de sterk aangeprezen producten van de Hebreeuwen mag er niet te kwistig omgegaan worden. Er werd ook handel gedreven met de karavanen met deze producten. Dat hadden we al kunnen lezen in Genesis 37. Genesis 37,25b: 25b De kamelen waren beladen met gom, balsem en hars; zij waren op weg naar Egypte om de koopwaar daar af te leveren. De lijst wordt nu aangevuld met de honing uit Hebron, een onovertroffen natuurproduct. Verder vernoemt Jakob nog producten die typisch zijn voor de streek zoals amandelen4 en groene amandelen, beter gekend onder de naam pistache. De Hebreeuwen mengden ook kruiden waarmee speciale smaken en geuren konden bekomen worden in voedsel of reukwaren.

 

1 Genesis 32,14 en Genesis 33,8.

2 Genesis 42,35.

3 zelfde stam “meat” in Genesis 43,2 en in Genesis 43,11.

4 Genesis 28,19. Betel (Luz) tussen Hebron en Sichem.

Post een commentaar