30 januari 2018

De broers zijn argwanend.

Wat er in het hoofd van de broers omging is niet te achterhalen maar wel te vermoeden. Als ze zich aanbieden bij Jozef om graan te kopen, komen ze na de verwijzing van Jozef in een hoogst bijzondere situatie terecht. Ze komen terecht in een paleis met veel comfort. Er is hen een maaltijd beloofd met rundsvlees want dank zij het beleid van Jozef tijdens de goede jaren waren er veel goed doorvoede dieren waarover de elite er kon beschikken om feest te vieren. Het eten van vlees was bij de stam van Jakob eerder uitzonderlijk want alleen dieren die niet meer productief of die op overschot waren, werden geschikt bevonden om op te eten en dat gebeurde maar enkel bij speciale gelegenheden. De schuldgevoelens van de zonen van Jakob over het vergieten van het bloed van Jozef spoken ook nog steeds door hun hoofd en zijn de aanleiding van hun onzeker gevoel bij alles wat niet normaal lijkt.

Genesis 43,18-22: 18 Maar de mannen werden bang, omdat zij naar het paleis van Jozef gebracht werden, en zeiden: ‘Ze houden ons hier vanwege het geld dat de vorige keer in onze zakken terechtgekomen is; ze willen ons overrompelen en overvallen, ons tot slaven maken en onze ezels in beslag nemen.’ 19 Zij gingen dus naar de hofmeester van Jozef toe en spraken hem aan bij de ingang van het paleis. 20 Zij zeiden hem: ‘Met uw toestemming, heer, wij zijn hier al eerder geweest om voedsel te kopen. 21 Maar toen wij ergens overnachtten en onze zakken opendeden, lag ieders geld bovenin de zak, bij elk van ons het volle bedrag. Dat hebben wij nu teruggebracht, 22 en bovendien hebben wij ander geld meegenomen om voedsel te kopen. Wij weten niet wie dat geld in onze zakken argwaan,paleis,schuldgevoelens,onzeker,onrustig geweten,noodlot achtervolgt hen,gevangen omwille van onbetaalde rekening,dubbel geld,gestopt heeft.’ De onrust heeft zich werkelijk meester gemaakt van de negen zonen van Jakob. Ze herinneren zich hun ongerustheid over het geld in de buidels dat in hun tassen zat toen ze de eerste keer naar huis terugkeerden. Ze dachten dat dit een voorwendsel zou zijn tot een nieuwe bovennatuurlijke straf, omdat zij schuldig waren aan het bloed van Jozef. Door hun onrustig geweten stellen ze zich voor dat het noodlot hen achtervolgt1. Ze kleuren al onmiddellijk de toekomst in met de doembeelden uit hun eigen leefwereld. Ze vrezen overmeesterd te worden, dat hun lastdieren opgeëist zouden worden en dat ze zelf slaven zouden worden. Zo zouden ze nooit meer terug kunnen keren naar hun vader.

Voor ze ook maar een voet in het paleis van Jozef binnen zetten, willen de broers duidelijkheid over dat geld dat ze terugvonden in hun zakken. Hun vrees was dat dit de aanleiding zou worden tot een nieuwe veroordeling en dat de uitnodiging om de maaltijd te genieten in het paleis van Jozef een hinderlaag is. Alles komt hen zo speciaal over. De rentmeester van Jozef lijkt hen de geschikte persoon om daar een verklaring voor te geven. Zelf beginnen ze alvast hun relaas van de feiten te geven aan de verantwoordelijke van het huis van Jozef. Ze vertellen hem over het geld dat in de zakken verstopt zat toen ze terugkeerden en verzekerden dat ze dit geld alvast zouden teruggeven. Ze vragen zich af hoe zoiets kon gebeuren. Deze keer zonder zich af te vragen waarom de Ene zoiets met hun doet1.

 

1 Genesis 42,27-28.

Post een commentaar