02 februari 2018

Zij knielen en buigen gestadig voor Jozef.

De broers, helemaal klaar voor de persoonlijke ontmoeting met Jozef, zaten te wachten in het paleis aan de inkompoort waar Jozef zou binnenkomen. Hun geschenken lagen klaar in handbereik. Genesis 43,26-28: 26 Toen Jozef zijn huis binnenkwam, boden zij hem de geschenken aan die ze bij zich hadden en bogen voor hem tot op de grond. 27 Hij vroeg hoe het met hen ging en zei: ‘Hoe gaat het met uw oude vader, over wie u sprak ? Is hij nog goed gezond?’ 28 Zij antwoordden: ‘Onze vader, uw dienaar, maakt het goed en is nog gezond.’ Daarop knielden zij en bogen. Jozef aanvaardt de geschenken. Hij ziet dat er honing, kruiden en noten bijzitten. Hij herinnert zich die versnaperingen uit zijn jeugd die toen bij mondjesmaat op tafel kwamen bij speciale gelegenheden. De rest van de opbrengsten werden zorgvuldig bewaard en gebruikt als waar om te ruilen met de handelskaravanen die langs Hebron voorbijkwamen. Hij herkent de geuren uit zijn jeugd van toen hij thuis was. Als hij al zijn broers ziet buigen voor hem, denkt hij onwillekeurig terug aan zijn eerste droom1 die hij hen had verteld in de hoop dat ze hem zouden helpen een verklaring te zoeken. Nu buigen ze voor hem en zijn ze zonder het te weten zelf de verklaring van die droom aan het invullen. Die terugblik op vroeger zet hij snel aan de kant en gaat er niet dieper op in. De geschenken zet hij opzij en opent ze niet. De verrassing is voor later.

Als bij een goede gastheer schenkt Jozef alle aandacht aan zijn broers, die te gastelf broers,geschenken,broers buigen,droom van de korenschoven,"shalom" van hun vader,dienaar van Jozef,genegen nederigheid,tweede droom,zon buigt voor Jozef, zijn in zijn paleis. Eigenlijk is Jozef bekommerd om zijn vader, die niet meegekomen is maar hij laat eerst zijn belangstelling gaan naar, zoals het in het Hebreeuws staat, het “shalom” van zijn broers. Hij vraagt hoe de reis verlopen was of ze tevreden en in goede gezondheid zijn en of de hongersnood geen slachtoffers gemaakt heeft in hun stam. Eigenlijk wil Jozef weten hoe het met zijn oude vader gesteld is. Voorzichtig vraagt hij over het “shalom” van hun vader en verwijst eerst dat zij over hem de laatste keer gepraat hadden. Alsof het daardoor is dat hij weet dat ze een vader hebben die thuis gebleven is. Jozef laat echt niet blijken dat hij hen kent en bij hen hoort en dat ze nu eigenlijk allen samen zijn, de twaalf broers.

De elf broers getuigen over de tevredenheid en over zijn gezondheid van hun vader. Zij beschrijven hun vader als dienaar van Jozef. Ze weten dat Jakob het bevel gaf om de geschenken mee te nemen voor de meester in Egypte. Dit was de uitdrukking van de genegen nederigheid voor een hoger geplaatste2. Opnieuw knielen en buigen de elf broers op de meest uitgestrekte en nederige manier. Opnieuw ziet Jozef nu zijn tweede droom in vervulling gaan. Hij heeft nu zelfs de verzekering dat vader Jakob door het geven van geschenken toegeeft zijn dienaar te zijn. Toen zag Jozef in zijn tweede droom het beeld van de zon, de maan en de sterren die voor hem bogen3.

 

1 Genesis 37,5-7.

2 Genesis 32,14-21.

3 Genesis 37,9b.

Post een commentaar