06 februari 2018

Iedereen was gewassen en klaar om aan tafel te gaan.

De beelden van vroeger komen Jozef voor de geest. De ellende van vroeger en het gemis van zijn familie waren vergeten1 maar de goede herinneringen bleven. We kunnen inderdaad nooit enige wrokgevoelens ontdekken in wat Jozef zijn broers aandoet. Hij wil ze integendeel laten inzien wat er belangrijk is in het leven van een nakomeling van Abraham, een besnedene van hart. Genesis 43,30-31: 30 Toen trok Jozef zich haastig terug, want zijn hart was geroerd bij het zien van zijn broer, en hij zocht een gelegenheid om zijn tranen de vrije loop te laten. Hij ging naar zijn kamer en huilde daar uit. 31 Daarna waste hij zijn gezicht en kwam naar buiten. Hij was zijn ontroering nu meester en beval de maaltijd op te dienen. In dit verhaal over hun tweede ontmoeting komt Jozef helemaal anders over dan zijn broers hem hadden voorgesteld aan hun vader. Hier is hij niet die strenge en een meedogenloze Egyptische meester2. Het hart van de zogezegd norse meester was vertederd. Dit hadden wij ook al gemerkt toen hij voor de eerste keer zijn tranen niet kon bedwingen. Die eerste ervaring die zijn hart week maakte, had hij toen zijn broers in de gevangenis hun verhaal deden hoe erg het beeld was bijgebleven van een angstige Jozef, die ze in de put gevangen zetten. Zij waren overtuigd dat Jozef niet meer leefde en daarom vreesden ze de bloedwraak zoals bleek uit de terechtwijzingen van Ruben. Jozef die toen de naam Safenat-Paneach, redder van Egypte, droeg had zijn verantwoordelijkheden en kon daarom ook niet uitroepen dat hij hun broer was en dat hij nog leefde. Doorheen dit alles probeerde hij te begrijpen dat dit zijn weg was. Het trof hem dat de Ene zelfs via die moeilijke weg alles in goede banen leidde. Het ontroerde Jozef al enige tijd geleden toen hij zeker wist dat hij een van hen was. Ook voor zijn broers voelde hij zijn morele verantwoordelijkheid opnieuw3 aan. Toen werd Simeon verder vastgehouden omdat hij tot inzicht zou komen dat geweld plegen en haat prediken niet thuis horen in het beloofde land.

gasten aan tafel,inzien wat belangrijk is,meedogenloze Egyptische meester,Safenat-Paneach,morele verantwoordelijkheid,familie helpen,Nu is Jozef ontroerd door het kijken naar zijn broer Benjamin en door de gedachten die opkomen bij hem over hun gelukkige jeugd bij hun vader. De schrijver heeft het moeilijk om over emoties te spreken in zijn taal met weinig woorden en neemt daarom zijn toevlucht tot enkele beelden. Alles trekt samen, uit de stam “kamar”4, omwille van het “racham” meeleven ook vertaalbaar als tedere liefde, medelijden, of baarmoeder als beeld van een vrucht die gekoesterd wordt in de schoot. Misschien leunt het woord barmhartigheid dicht tegen het buikgevoel aan, dat hier beschreven wordt. Hij wil de zegen van het voedsel die hij van de Ene kreeg, delen met zijn broers omwille van de Ene. De barmhartige god, El Shadday van de aartsvaders, zal nu ook Benjamin genadig zijn. Deze zegen zal Jozef zelf kunnen waarmaken door de mogelijkheden5 die hij van de Ene kreeg na zijn moeilijke levensweg van slaaf en gevangene. De tranen wijzen op de onmogelijkheid om zijn ware identiteit kenbaar te maken maar het zijn ook tranen van geluk omdat hij als de ongekende broer zijn familie kan helpen, dat hij hen meer “shalom” kan maken, en hen de weg kan tonen naar de Ene. Jozef ging huilen in zijn eigen kamer. Helemaal alleen zuiverde hij zijn gedachten van alle spinsels. Hij ging zich dus wassen en klaar maken voor het onbevangen feestmaal met zijn elf broers. Zijn broers hadden zich al gereinigd toen ze binnenkwamen in het paleis van Jozef. Als de onderkoning, de geprezen redder van Egypte, klaar was gaf hij het bevel de maaltijd op te dienen.

 

1 Genesis 41,51.

2 Genesis 42,30.

3 Genesis 37,13-14a; en bijdragen: “Kudden van Jakob in Sichem” en “Jozef zoekt zijn broers”.

4 1 Koningen 3,26; Jeremia 31,20; Hosea 8,11.

5 Genesis 41,54.

Post een commentaar